Alumni

Stay connected! Blijf in contact met je universiteit en je oud-studiegenoten.

Tiny Sanders (NL)

Na eerdere interessante functies bij Mars en Campina, is Tiny Sanders de uitdaging aangegaan om voetbalclub PSV door een moeilijke periode te leiden. De alumnus startte zijn studie Bedrijfseconomie in 1975 en studeerde in 1980 cum laude af.

Hoe heeft u studeren in Tilburg beleefd?
“De tweede helft van de jaren zeventig was een kleurloos tijdperk waar later weinig op terug wordt gekeken. Tilburg was toen nog niet een echte studentenstad. Samen met mijn kameraad Kees van Moorsel, die psychologie ging studeren, woonde ik aanvankelijk in één ruimte met een grote en een kleine kamer. De kleine werd onze gezamenlijke slaapkamer, de grote onze woon- en studeerkamer. Meteen viel het verschil tussen economen en psychologen op. Mijn medestudenten bedrijfseconomie reageerden met: samen op één slaapkamer? Zijn jullie..? Doen jullie..? Terwijl de psychologiestudenten dat collectieve juist super vonden. Zij reageerden weer teleurgesteld als we zeiden dat we het louter deden om kosten te besparen.”

Wat vond u van de universiteit destijds?
“De universiteit was efficiënt en degelijk, niet sprankelend. Wat mij aansprak, was de extra aandacht voor filosofie. Kunnen relativeren – vragen stellen bij de vanzelfsprekendheid van dingen - is cruciaal. Want als leidinggevende moet je voortdurend oppassen dat je niet kortzichtig wordt; dat je te veel naar één doel streeft en je omgeving vergeet.”

Heeft u veel aan uw studie gehad?
“Bedrijfseconomie was nog geen geweldig uitgekristalliseerde studie. De link naar de praktijk ontbrak en het studiemateriaal was verouderd: sommige collegedictaten waren al vijf jaar ongewijzigd. Dat zou in deze snelle tijd ondenkbaar zijn. Toch heb ik veel aan die studie gehad. Vooral de basale vakken zijn nuttig geweest. Mensen die zijn afgestudeerd in de economie denken dat ze meteen manager moeten worden. Maar je moet eerst een vak kennen, zoals boekhouden. Pas als je de basis hebt, snap je hoe het zit met de financiën in een bedrijf.”

"De universiteit was efficiënt en degelijk, niet sprankelend. Wat mij aansprak, was de extra aandacht voor filosofie"


Deed u ook iets naast uw studie?
“Ik woonde in de beginjaren vlakbij Broodje Jantje en zat ook vaak in een nabijgelegen kroeg. Voor een van de lokale vaste klanten bracht ik Italiaanse couponstoffen aan de man. Met mijn eerste ‘auto van de zaak’ reed ik langs allerlei winkeliers in Brabant. Een andere bijbaan was interviewer van oorlogsslachtoffers. Dat waren mooie extra inkomstenbronnen. Maar over studiekosten hoefde ik mij niet druk te maken. Daarvoor kreeg ik maandelijks keurig een bedrag uit het Van der Willigenfonds, omdat mijn vader bij Philips werkte. Ik ben het bedrijf daarvoor nog steeds dankbaar. Ook overigens voor de stage die ik heb gelopen bij de afdeling corporate strategic planning van datzelfde Philips. Dat was super, want daar heb ik van allerlei buitenlandse bollebozen onder meer scenariodenken geleerd.”

Ook nog naar het buitenland geweest?
“Een buitenlandse stage zat er helaas net niet in. Twee werken voor vertrek moest ik noodgedwongen afzien van een stageplaats in Turkije. We dachten dat we een hotel gingen managen, maar ze bleken receptionisten nodig te hebben.”

"Zorg al tijdens je studie voor een hecht netwerk. Dat komt je later uitstekend van pas"


Bent u na de universiteit bij de universiteit betrokken gebleven?

“Na mijn afstuderen ben ik bijna twintig jaar niet meer op de universiteit geweest. Maar toen mijn zoon in Tilburg ging studeren, heb ik mijn banden aangehaald. Ik ben commissaris geweest van TiasNimbas, heb in de klankbordgroep van de universiteit gezeten en was lid van de Raad van Advies van de economische faculteit.”