Alumni

Stay connected! Blijf in contact met je universiteit en je oud-studiegenoten.

Herman Wijffels (NL)

Herman Wijffels studeerde in 1966 af in algemene economie, heeft een glansrijke carrière achter de rug en is blijkens een onderzoek van Trouw de invloedrijkste duurzame Nederlander.

"Er is geen andere toekomst dan een duurzame toekomst."

Waarom bent u destijds in Tilburg gaan studeren?
"Mijn voorkeur ging uit naar een maatschappijgerichte studie en omdat ik uit een katholieke gezin kom, lagen de universiteiten van Nijmegen en Tilburg het meest voor de hand. Nijmegen voor rechten, Tilburg voor economie. Dat laatste werd het. Een oom van me had hier ook gestudeerd en goede ervaringen opgedaan. Ik heb nooit getwijfeld aan mijn keuze, ik zag en beleefde mijn studie als een geavanceerde cursus algemene ontwikkeling. Ook mijn eigen leven is een ‘ont-wikkelingsproject’."

Wie was uw favoriete professor en waarom?
"De werkcolleges van professor Stevens zijn me het meest bijgebleven. Hij gaf ze bij hem thuis, dat creëerde een aparte sfeer. Zijn colleges waren intensief, hadden diepgang en ik heb hier veel geleerd dat goed van pas is gekomen in mijn loopbaan, vooral bij de Rabobank. Maar ook aan de colleges filosofie heb ik veel gehad: geleerd te hebben steeds naar het ‘waarom’ te vragen is erg nuttig gebleken."

Is er een interessante anekdote uit uw studententijd?
"Op de dag van mijn afstuderen heb ik mezelf voor de spiegel plechtig beloofd mijn verdere leven te leiden aan de hand van twee principes: doen waar je plezier in hebt èn doen waar je achter kunt staan, mee geëngageerd bent. Ik geloof niet in externe motivatie en geef mijn leven vorm van binnenuit. Dit heeft me ook vaak geholpen bij beslissingen over bijvoorbeeld carrièremogelijkheden die op mijn pad kwamen.”

Hoe ziet uw carrière eruit?
"Na mijn militaire dienstplicht vervuld te hebben, ben ik tijdelijk in Brussel voor de Europese Commissie gaan werken. Al gauw werd ik opgemerkt en naar het Ministerie van Landbouw gehaald, waar ik al na een paar jaar op jonge leeftijd tot directeur werd benoemd. Het advies van hoogleraar Van Berkum, een wijze man die zijn studenten adviseerde de carrière op brede basis, niet te specialistisch vorm te geven, heb ik opgevolgd. Ik ben in diverse functies, zowel in de publieke als in de private sector werkzaam geweest, o.a. bij de Rabobank. De Rabobank was echt een bank van en voor de mensen. Ik voelde me meer bankwerker dan bankier. De coöperatie als organisatievorm sprak me aan en hier kon ik mensen en ondernemers in het midden- en kleinbedrijf van dienst zijn. Dertien jaar ben ik er voorzitter van de Raad van Bestuur geweest. Daarna ben ik voorzitter van de Sociaal Economische Raad en Nederlandse bewindvoerder van de Wereldbank in Washington geweest. In 2007 was ik als informateur bij de vorming van het kabinet Balkenende IV betrokken. Momenteel ben ik als hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering aan de Universiteit van Utrecht verbonden. Daar richt ik mij op de rol van de wetenschap bij het nog weer anders en beter organiseren van de samenleving; aan te tonen dat het anders kan en moet. Er is geen andere toekomst dan een duurzame toekomst."

Wat zijn uw verdere ambities?
"De concepten voor een duurzame samenleving zoals recycling, cradle to cradle, groene energie zijn er, maar de implementatie is moeizaam. Het is duidelijk dat er sprake is van een toenemende overbelasting van onze natuurlijke hulpbronnen. Er zijn mensen nodig die actief mee willen doen om de noodzakelijke veranderingen door te voeren. Ik hoop daar een bijdrage aan te leveren."

Speelt Tilburg University/School of Economics and Management nu nog een rol in uw leven, en zo ja, welke?
"Ik ben steeds betrokken gebleven bij Tilburg University, via mijn dispuut bij studentenvereniging Sint Olof en als lid van de Vrienden van Cobbenhagen. In 1998 heeft Tilburg School of Economics and Management mij een eredoctoraat verleend. Ik ben ook jaren voorzitter van het Stichtingsbestuur van de universiteit geweest. Dat ik nu aan de Universiteit van Utrecht verbonden ben heeft vooral ook praktische redenen. Op deze wijze breng ik een vleugje van de leer van Cobbenhagen, dat is door onderwijs en onderzoek een bijdrage leveren aan maatschappelijke ontwikkelingen, naar Utrecht."