News and events Tilburg University

‘Karaktervorming past helemaal bij de ‘Understanding society’-universiteit die we graag willen zijn’

Gepubliceerd: 15 juni 2020 Laatst bijgewerkt: 27 juli 2020

Vincent Wiegerinck, tot 1 april 2020 projectleider van het Tilburgse Onderwijsprofiel, en zijn opvolger Jeroen Kuilman spreken in dit interview over een belangrijk onderdeel van het Tilburgse Onderwijsprofiel (TEP): karaktervorming in het onderwijs. Wat verstaan we onder karakter? Hoe moet dit een plek krijgen in de bachelorprogramma’s? Welke rol is er voor de docenten en studenten weggelegd? Maar ook: welke consequenties heeft het huidige afstandsonderwijs voor TEP?

Door Annemeike Tan

Bij de implementatie van het Tilburgse Onderwijsprofiel werd al snel duidelijk dat van de drie pijlers van het onderwijsprofiel - kennis, kunde, karakter - de laatste pijler het meest weerbarstig is. Hoe komt dat?

Vincent: ‘Kennis en in mindere mate kunde is redelijk tastbaar. Karakter is een begrip met meerdere dimensies. Dat maakt het moeilijk om er precies vat op te krijgen. Je zou kunnen zeggen dat karakter een ‘vloeiend karakter’ heeft. Er was een verschil van inzicht hoe we karakter zouden moeten definiëren, waarbij vooral de vrees werd uitgesproken dat we tot een definitie zouden komen die te normatief van aard is. Anderen vonden dat karakter nauw aansluit bij attitude, en attitude wordt bij sommige opleidingen wel degelijk getoetst. Om uit de impasse te raken, zijn vertegenwoordigers van alle faculteiten bij elkaar gekomen om met elkaar te bespreken wat ze wel en niet onder karakter verstaan. Vervolgens zijn de vice-decanen onderwijs aan de hand van dit resultaat met elkaar in conclaaf gegaan en tot een consensus gekomen. Dat heeft geresulteerd in de ‘vijf dimensies van karaktervorming’: intellectuele zelfstandigheid, kritische zin, maatschappelijke verantwoordelijkheid, wetenschappelijke verantwoordelijkheid, ondernemendheid.’

Het begrip karakter is vloeiend

Jeroen: ‘Ik vind het een mooie definitie. Ik zie er twee belangrijke elementen in terug: het denken en het doen. Aan de ene kant willen we studenten opleiden tot kritische en onafhankelijke denkers, maar aan de andere kant willen we ook mensen die dingen oppakken, dingen doen. En dat op een sociaal verantwoorde manier.’

Wat was de volgende stap toen de definitie er eenmaal lag?

Vincent: ‘De volgende stap was dat de faculteiten aan de hand van een format een inventarisatie maakten op welke wijze de verschillende elementen uit de definitie reeds aanwezig zijn in de curricula van de bachelorprogramma’s. De uitkomsten heb ik verwerkt in een rapportage.’

Wat zijn de belangrijkste bevindingen?

Vincent: ‘Bij alle faculteiten kwam intellectuele zelfstandigheid, kritische zin en wetenschappelijke verantwoordelijkheid het meeste voor. Maatschappelijke verantwoordelijkheid en ondernemendheid kwamen minder vaak voor.’

Jeroen: ‘Intellectuele zelfstandigheid, kritische zin en wetenschappelijke verantwoordelijkheid zitten aan de denkkant. Dat zit bij de meeste opleidingen wel goed. Dat hoort ook heel erg bij wetenschappelijk onderwijs. Het schrijven van een scriptie bijvoorbeeld, daar komt het onafhankelijk, kritisch denken heel goed naar voren. Wat de inventarisatie heeft laten zien is dat het doen, de maatschappelijke verantwoordelijkheid en de ondernemendheid, weliswaar in meer of mindere mate terugkomen, maar ook dat dat nog wel wat meer zou kunnen.’

Vincent: ‘Ook omdat dit juist de elementen zijn waarmee de universiteit zich graag mee wil profileren. Het past helemaal bij de ‘Understanding society’-universiteit die we graag willen zijn.

Vincent: ‘Verder zagen we een grote heterogeniteit tussen de faculteiten onderling, maar ook tussen de verschillende programma’s. Enerzijds heeft dat met de aard van de opleiding te maken. Voor economie ligt ‘entrepreneurship’ meer voor de hand dan voor andere opleidingen. Aan de andere kant heeft het ook te maken met de interpretatie van de verschillende elementen. De een heeft ‘entrepreneurship’ enger gedefinieerd – in de zin van economisch ondernemen – dan de ander.’

Ik zou het fenomeen van de zesjes-student het liefst willen terugdringen

Jeroen: ‘Entrepreneurship betekent voor mij niet een heel strakke definitie van het opstarten van een nieuw bedrijf. Ik zie het meer als karaktereigenschap dat je verantwoordelijkheid bent, zelf de regie neemt. Het fenomeen van de ‘zesjes-student’, de student die afwachtend is en achterover hangt, dat zou ik het liefst terug willen dringen. Liever zie ik een student die wat meer verantwoording neemt, eigen initiatief toont om zijn of haar studieresultaten te verbeteren. En wij moeten hen daarbij helpen.’

Dan komen we meteen op de volgende vraag: Wat gaan de faculteiten doen met de inventarisatie?

 Vincent: ‘De faculteiten bekijken nu wat de consequenties zijn van deze inventarisatie en per faculteit zal er een actieplan gemaakt worden. In het rapport hebben we een aantal aanbevelingen opgenomen. Allereerst: ga binnen de faculteit aan de hand van dit rapport nog eens kritisch kijken naar je curricula. Ga de discussie aan. Waar zitten de witte vlekken? Hoe kunnen we die opvullen? Ik zie zelf kansen bij de afstudeerprojecten. Waarom niet nauwer samenwerken met het impactprogramma waar onderzoek verricht wordt dat dienstbaar is aan de samenleving? We kunnen studenten stimuleren om af te studeren op een onderwerp dat betrekking heeft op bijvoorbeeld de circulaire economie of op maatschappelijke verantwoordelijkheid in de rechtspraak.

Jeroen: ‘Als vice-decaan onderwijs zou ik binnen TiSEM meer accent willen leggen op stages, waar dat aspect van doen meer naar voren komt. We doen dit nu bij al Bedrijfseconomie en IBA, waar studenten in toenemende mate stage lopen. Het liefst zou ik dat bij andere opleidingen ook meer willen zien. Ik wil niet ingrijpen in de leerdoelen van de opleidingen, maar de inventarisatie is wel een goede basis van waaruit je de discussie kunt aangaan.’

Vincent: ‘Een andere aanbeveling is feedback vragen aan studenten. Bespreek met studenten de uitkomsten van de inventarisatie. Wat zijn hun ideeën hierover? Wat kunnen en willen ze zelf doen aan ‘karakterontwikkeling’ binnen en buiten hun studie. Het gaat dan ook over de activiteiten die bijvoorbeeld studentenverenigingen en Studium Generale organiseren.’

Veranker ‘karakter’ in de BKO

Jeroen: ‘Van belang is ook dat we bewustwording creëren onder de docenten. Dat kan door ‘karakter’ te verankeren in de BKO en SKO. De BKO is een mooi moment om met beginnende docenten van gedachten te wisselen over karaktervorming en het zaadje te planten, zodat ze bij het ontwikkelen van lessen dat in hun achterhoofd houden.

Vincent: ‘Verder is er het idee om een labelingsysteem te maken voor de opleidingen, waarbij bepaalde vakken gelabeld worden in de studiegids om zo zichtbaar te maken op welk van de elementen in een vak de nadruk ligt. Dat vergroot de bewustwording onder de studenten, maar het is ook een instrument om antwoord te geven op de meest prangende vraag van studiekiezers: ‘Waarom zou ik kiezen voor Tilburg University’. Het maakt zichtbaar en concreet hoe ‘karakterontwikkeling’ is verankerd in het onderwijs.’

Door de coronacrisis is er een nieuwe werkelijkheid ontstaan: op grote schaal zal er de komende tijd onderwijs op afstand geboden worden. Wat betekent dat voor de beginselen van het Tilburgse Onderwijsprofiel?

Jeroen: ‘Aan de ene kant is het een uitdaging om bepaalde idealen van TEP nu te realiseren, en aan de andere kant is het belang van TEP groter dan ooit. Om met het eerste te beginnen: een van de idealen van TEP is het interactieve, kleinschalige onderwijs. Wat je nu ziet bij het online onderwijs is dat het vrij moeilijk is om de interactiviteit op gang te krijgen. Studenten zetten bij een online college vaak de camera uit, waardoor de docent het non-verbale contact mist. Hij kan niet zien of een student de stof heeft begrepen. Voor studenten is het ook lastig: er wordt van hen nu veel meer zelfredzaamheid en discipline verwacht. De stok achter de deur om naar de campus te komen valt weg.  In deze omgeving is het moeilijker om de verbinding met de studenten in stand te houden, en dat maakt het uitdagender voor ons om bepaalde onderdelen van TEP ten uitvoer te brengen.

Door het afstandonderwijs is het belang van TEP groter dan ooit

Tegelijkertijd is juist daarom TEP hard nodig om de verbinding tot stand te brengen. Ik denk daarbij in het bijzonder aan PASS: door middel van mentoren is het belangrijker dan ooit om contact te houden met de studenten, om ze erbij te houden. Op die manier moeten we de kleinschaligheid in stand houden. We moeten er heel goed over nadenken hoe PASS er in de online omgeving uit moet zien. Zeker voor eerstejaars studenten denk ik dat kleinschalige activiteiten in het kader van PASS wel op de campus zullen moeten plaatsvinden. TEP is een mooie visie op het onderwijs waar ik helemaal in geloof. En er moet nu eigenlijk ook doorvertaling komen voor het online onderwijs.’

Tot slot: Jij, Vincent, hebt onlangs het stokje overgegeven aan Jeroen. Wil je hem nog iets meegeven?

Vincent: ‘Blijf volharden! Als ik terugkijk over de laatste jaren is het soms een moeizame operatie geweest, wat niet vreemd is in een intellectuele, academische gemeenschap. Ik ben heel blij dat Jeroen deze kar gaat trekken. Als vice-decaan onderwijs is hij in staat om verbinding te leggen met alle overleg- en bestuursorganen die nodig zijn om van TEP, en van karakterontwikkeling in het bijzonder, een succes te maken.

Jeroen: ‘Op mijn beurt zou ik graag van deze gelegenheid gebruik willen maken om Vincent te bedanken voor zijn tomeloze inzet voor het tot stand brengen van het Tilburge Onderwijsprofiel. Ik heb zeer veel respect voor wat Vincent hierin voor de universiteit heeft betekent, als pionier van TEP binnen de opleiding International Business Administration en later als universiteitsbrede projectleider van TEP. Hij heeft dat traject - dat bepaald geen sinecure was - op een voortreffelijke manier aangestuurd en begeleid, niets dan lof daarvoor.’