Saskia Kalb

Een boek voor iedereen die piekert of angstig is

Taboe-doorbrekend boek: de schoonheid van angst

Podium 5 min. Aniek Verhoeven

Alumna Saskia Kalb hing een succesvolle loopbaan als econoom aan de wilgen. Na vele jaren de schijn van een geslaagde, zelfverzekerde vrouw op te hebben gehouden, stortte de façade in en kreeg ze een burn-out. Omdat therapeuten met goede bedoelingen haar niet konden helpen, ging ze psychologie studeren en begon ze een lange zoektocht. Haar kennis en ervaring goot ze in een boek: ‘De schoonheid van angst’, waarmee ze anderen veel leed hoopt te besparen. Dit is haar verhaal.

“Ik heb mijn examen tot registeraccountant met veel plezier voltooid in Tilburg. Dat kostte me psychisch echter veel meer moeite dan intellectueel. Sinds mijn zestiende kamp ik namelijk met een angststoornis - fobieën en paniekaanvallen. Het tekende mijn leven, dat een worsteling werd.”

Hoe kijk je terug op je studententijd?

“Ik kom uit een accountantsnest en vond het bijzonder om in Tilburg te studeren omdat mijn vader hier een paar jaar rechten had gestudeerd voordat hij zich volledig op zijn accountantskantoor richtte. Bovendien hebben mijn broer Peter, die in Tilburg BIK heeft gestudeerd, en ik tegelijkertijd de studie en het examen tot registeraccountant doorlopen en afgerond. Het was bijzonder om dat samen met hem te doen. Ik was onder de indruk van de schaal en de historie van Tilburg University. Ik vond de universiteit heel professioneel, het deed me Amerikaans aan, in positieve zin: ambitieus, doelgericht en hoge kwaliteit onderwijs. Qua sfeer vond ik het wel heel mannelijk aandoen, maar dat kwam ook door het type studie vermoed ik. Bedrijfseconomie en accountancy waren toen nog testosteronbolwerken. Dat maakte het misschien nog moeilijker om over mijn gevoelens te praten.”

Hoe heeft je angststoornis je studie beïnvloed?

“De deeltijd combinatie van werken als assistent accountant en studeren vond ik zwaar. Ik dacht van mijn medestudenten meestal dat ze veel zelfverzekerder en efficiënter waren dan ik en had moeite om het tempo bij te benen. Ik kan me herinneren dat we iedere week een handgeschreven opdracht Administratieve Organisatie moesten inleveren, die dan gecorrigeerd de week erop weer werd teruggegeven. Ik had er echt mijn best op gedaan, maar de corrector had er in grote rode letters boven geschreven ‘als u zo doorgaat, dan haalt u het nooit: een 3’. Ik vond dat toen vreselijk, want mijn zelfvertrouwen was al niet groot, en dit maakte me angstig, het bracht me op het randje van een paniekaanval.

Toch heb ik daardoor de energie gevonden om er een tandje bovenop te doen om het examen te halen. Maar om terug te komen op je vraag, ik voelde me best eenzaam in die tijd als student, want ik durfde met niemand over mijn onzekerheden en angsten te praten, ik dacht dat ik een uitzondering was. Jammer, want inmiddels weet ik dat een op de vijf Nederlanders in zijn leven met een angststoornis te maken krijgt, dus er moet een flink aantal andere angsthazen naast me in de collegebanken hebben gezeten.”

Kun je iets meer vertellen over je carrière?

“Mijn broer was veel geschikter voor het vak, erg intelligent, maar bovendien veel socialer dan ik, dus die heeft het kantoor van mijn vader overgenomen. Ik ben heel trots op het feit dat Kalb Accountants dankzij hem nu al meer dan 80 jaar bestaat, maar voor mij was dit ondernemerschap door mijn karakter niet weggelegd. Na vijf jaar in de accountancy gewerkt te hebben werd ik, mede dankzij mijn goede opleiding, uit meer dan 300 kandidaten gekozen om voor een Amerikaanse multinational te werken als financial controller. Ik was enorm trots en ijdel, zag mezelf al reizen tussen Houston en Singapore. Eindelijk zou ik iedereen eens laten zien wat ik in mijn mars had. Maar ik kreeg paniekaanvallen en durfde het niet aan. Ik zegde die baan op het laatste moment af en koos voor een veiliger alternatief, het werd Heerlen in plaats van Houston.

saskia kalb with dog

Het was overigens een leuke baan, ik was financial controller van de afdeling vastgoedbeleggingen bij ABP, en belangrijker, ik heb er mijn man ontmoet, dus die paniekaanvallen hadden privé een gouden randje voor me. Daarna ben ik in Antwerpen voor EY Corporate Finance gaan werken. Vanuit die baan werd ik gepolst of ik interesse had om zitting te nemen in de denktank van ING, een droombaan, ik moest toch echt iets goed gedaan hebben.

Maar ook die kans saboteerde ik omdat ik bang was voor paniekaanvallen, omdat ik dacht dat ik niet goed genoeg was. Uiteindelijk zijn mijn man en ik naar Monaco vertrokken waar hij een mooie baan had in de bancaire sector. Ik ben in de Family-Officewereld van superlatieven beland, van butlers, privévliegtuigen, topmodellen en superjachten. Ik vond dit erg interessant in het begin, maar merkte al snel dat deze levensstijl me niet lag. De oppervlakkigheid, het materialisme en het ‘doen alsof’ het me boeide begon me steeds meer tegen te staan.

Mijn façade van zelfverzekerde, succesvolle vrouw stortte in en ik kreeg een burn-out. Ik ben tijdelijk gestopt met werken en heb een periode van zelfbezinning ingelast. Uiteindelijk zijn we buiten Monaco gaan wonen, in Frankrijk op de grens met Italië, en ik heb nu een heerlijk leven. We wonen aan de bosrand met onze drie honden. Dieren en de natuur zijn enorm belangrijk voor me gebleken om mijn balans te vinden en te bewaren. Ik werk nog steeds op zeer bescheiden schaal in de financiële sector -dankzij mijn studieachtergrond zal het altijd makkelijk zijn om een goed betaalde baan te vinden- maar mijn vrijwilligerswerk in een hondenasiel in Italië is het meest dankbare en betekenisvolle werk dat ik tot nu toe heb gedaan.”

Waarom ging je toen psychologie studeren?

“Omdat verschillende therapeuten, van psychologen tot knuffeltherapeuten, me niet konden helpen, besloot ik dat het tijd was om zelf uit te zoeken wat me ‘bezielde’. De psychologiestudie was erg interessant. Ik heb geleerd over hoe innerlijke conflicten en disfunctionele verdedigingsmechanismen kunnen leiden tot angsten.

Maar mijn studie van de filosofie, sociologie, organisatiekunde en Kabbala bracht me eigenlijk meer inzicht, of althans een inzicht dat beter bij me past. Namelijk dat je angst niet moet bestrijden, maar moet leren omarmen. Je kunt het inzetten in positieve zin. Ik kan mijn angst nu accepteren als een waardevol onderdeel van mezelf, als een motivator en adviseur, en weet nu dat ik veel sterker ben dan ik altijd dacht. Dat mijn angstige, kwetsbare kant ook mijn sterkte is.”  

book cover De schoonheid van angst

‘Angst leren begrijpen is een avontuur dat iedereen dient aan te gaan’

Søren Kierkegaard, 1844; het motto van Saskia’s boek

Wat bracht je ertoe een boek te schrijven?

“Omdat mijn onderzoek erg veel tijd, geld en moeite heeft gekost, vond ik het jammer als dit alleen mezelf zou baten. Ik wil mensen weerbaar maken, zodat ze zelf kunnen kiezen welk soort therapie het best bij hen past en als het even kan voor hun eigen psychische welzijn kunnen zorgen zonder op wachtlijsten terecht te komen. En ik wil het taboe doorbreken door begrip en tolerantie kweken.

Dus heb ik in mijn boek eerst duidelijk beschreven hoe het voelt om met een angststoornis te leven. Ik ben daarin zo open mogelijk, en beschrijf daarin ook de beschamende ervaringen die me ten deel vielen. Daarna probeer ik de verschillende functies van angst volgens een aantal stromingen duidelijk te maken, want angst heeft altijd een functie, en die is volgens de psychologie bijvoorbeeld heel anders dan volgens de filosofie, biologie of de kunsten. Een psycholoog kan zeggen dat je angstig bent omdat een trauma uit je kindertijd opspeelt, terwijl een aanhanger van de Kabbala kan zeggen dat je lijdt aan hoogmoedswaanzin. Tenslotte geef ik handreikingen om op een constructieve manier met angst om te gaan.”

Was het niet moeilijk, dat boek schrijven?

“Het was in eerste instantie zwaar, omdat ik pijnlijke herinneringen moest ophalen en daardoor mijn angstgevoeligheid werd vergroot. Maar uiteindelijk denk ik dat ik mijn gedachten er nog beter door op een rijtje heb gekregen. Het was een lange rit, er zit misschien wel tien jaar onderzoek in.

Het viel ook niet mee om het manuscript op te sturen naar de uitgever... Ik heb enorm getwijfeld of ik het wel of niet moest doen. Ik ben een introvert en ben enorm gesteld op mijn privacy dus het was niet makkelijk om mezelf zo bloot te geven, met rimpels en littekens. Maar ik heb mezelf altijd voorgehouden; als er maar één iemand baat heeft bij mijn boek dan ben ik al blij dat ik dit leed wat heb kunnen verzachten. Want het lijden aan een angststoornis kan echt heel naar en zwaar zijn. Uiteindelijk heb ik het boek geschreven dat ik zelf had willen lezen toen ik 30 was.”

Waar ben je het meest trots op in dit boek?

“Dat er nu kort na publicatie al verschillende mensen zijn die melden dat ze veel geleerd hebben. Dat het boek hen heeft geholpen, dat is het allerbelangrijkste. Maar ook dat mijn broer het een goed boek vond, het gaat tenslotte ook voor een klein deel over zijn leven - onze ouders zijn helaas bijna 15 jaar geleden overleden, dus hun mening kan ik niet vragen. Maar ook dat een serieuze uitgever als ISVW met me in zee heeft willen gaan. En dat een dagblad als Trouw mijn verhaal blijkbaar interessant genoeg vond om een interview met me te plaatsen!”

Wie zou jouw boek moeten lezen?

“Iedereen! Nee, ik denk vooral mensen die kampen met een angststoornis en hun naasten. Of iemand die lijdt aan overmatig piekergedrag en die zijn innerlijke demonen beter wil begrijpen. Maar ik zou het vooral ook heel fijn vinden als HR-medewerkers en teamleiders het boek lazen, opdat ze hun angstige medewerkers beter begrijpen en op waarde weten te schatten. In mijn boek beschrijf ik een flink aantal onderzoeken waaruit blijkt dat mensen met een angstige natuur vaak bovengemiddeld intelligent zijn, een scherp ontwikkeld gevoel hebben voor het inschatten van risico’s en van de intenties andere mensen, een groot probleemoplossend vermogen hebben en nog veel meer waardevolle eigenschappen. Ik zou als manager altijd minimaal één medewerker met een angstige aanleg in mijn team willen hebben om deze reden. 

Tenslotte zou ik echt heel graag willen dat minister Arie Slob van onderwijs mijn boek zou lezen. Als iemand hem mocht kennen…. Ik zou willen dat leerlingen een basis aan psychologie onderwezen kregen. Dat ze leren welke angsten er zijn, hoe ‘normaal’ het is en hoe je ermee om kunt gaan. Het zou meer tolerantie kweken en mogelijk meer weerbaarheid om ernstige psychische aandoeningen te voorkomen. Het zou mij in ieder geval een worsteling bespaard hebben, denk ik.”

Inkijkexemplaar De schoonheid van angst