Geopolitiek

Een sterker Europa in de wereld? De rol van waarden

Wetenschap Werkt 4 min.

De Russische invasie van Oekraïne roept vragen op over de rol van Europa in de wereld. Zal de Europese Unie zich eensgezinder gaan opstellen als geopolitieke speler? En zo ja, hoe ziet dat er dan uit? En welke rol spelen waarden? We spreken hierover met Martijn Groenleer, hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University. Hij is tevens kartrekker van het thema A stronger Europe in the world – een van de thema’s waar het recent opgerichte Center for European Values zich in de komende jaren op zal richten.

Waarom een sterker Europa in de wereld?

“Lange tijd speelde de Europese Unie geen rol van betekenis op het wereldtoneel. Althans, als het om het voeren van klassiek buitenlands beleid gaat. Natuurlijk, de Europese Commissie vertegenwoordigt de EU-lidstaten op het gebied van buitenlandse handel. De EU is een economisch machtsblok dat ertoe doet. Europa speelt ook een belangrijke rol bij het verlenen van humanitaire hulp en op het terrein van ontwikkelingssamenwerking. En de EU krijgt andere landen zo ver dat ze Europese regels, normen en standaarden accepteren, zoals die met betrekking tot voedselveiligheid. De EU oefent daarmee ontegenzeggelijk internationale invloed uit. Ze is, volgens sommigen, niet alleen een ‘economic power’, maar ook een ‘normative power’.

Toch slaagt de EU er meestal niet in om tot overeenstemming te komen. Op het gebied van veiligheid en defensie, en over thema’s zoals bijvoorbeeld mensenrechten zijn de lidstaten vaak hopeloos verdeeld. Zie de oorlog in Syrië, de crisis in Venezuela, de onderhandelingen met Iran en Jemen, de gesprekken met de Balkan landen en Turkije, de opstelling ten opzichte van China maar ook de Verenigde Staten (onder Bush en Trump), en - tot voor kort - de relatie met Rusland. Altijd zijn er wel een of meerdere lidstaten die een EU besluit dwarsbomen, waardoor Europa er geopolitiek niet aan te pas komt.”

Hoe komt dat?

 “De redenen voor die verdeeldheid lopen uiteen. De EU mag inmiddels veel taken en bevoegdheden hebben overgenomen van de lidstaten, en zijn uitgegroeid tot veel meer dan een internationale organisatie, het is daarmee zelf nog geen staat. Buitenlands beleid raakt aan de soevereiniteit van de individuele lidstaten, en een rol van de EU op dat terrein ligt daardoor uitermate gevoelig. Lidstaten hebben bovendien uiteenlopende economische belangen en binnenlandse prioriteiten, om nog maar te zwijgen van de verschillen in hun veiligheidsculturen en historische banden. En dan is daar natuurlijk nog de rol die de NAVO al decennialang speelt bij het garanderen van de Europese veiligheid, waardoor er – tot Trump - ook geen noodzaak is geweest tot verdere integratie.

In de laatste jaren is hierin verandering gekomen. Langzaam maar wel gestaag. Zo is er inmiddels een minister voor buitenlandse zaken (hoewel die natuurlijk niet zo mag heten), en is er een Europese diplomatieke dienst, en zijn de lidstaten nauwer met elkaar gaan samenwerken op het gebied van veiligheid en defensie. Kunnen we de EU op basis daarvan kwalificeren als speler op het wereldtoneel? Spreekt de EU meer dan voorheen met één mond? Doet ze dat ook min of meer onafhankelijk van de lidstaten, dus niet slechts als hun spreekbuis? En, niet onbelangrijk, wordt er ook geluisterd naar de EU? Het antwoord op die vragen is: slechts ten dele.”

Gaat de oorlog in Oekraïne nu iets veranderen?

“De Europese Commissie onder Ursula Von der Leyen wil graag een ‘geopolitieke commissie’ zijn. Daar kwam aanvankelijk niet veel van terecht. Met als dieptepunt het optreden van Josep Borrell, de EU-minister van buitenlandse zaken, die tijdens een gezamenlijke persconferentie in 2021 door zijn Russische counterpart Sergej Lavrov publiekelijk voor schut werd gezet en een ‘onbetrouwbare partner’ werd genoemd die met twee maten meet. Een diplomatieke afgang en – je zou kunnen zeggen - illustratief voor de onmogelijke positie waarin Borrell zich bevindt: tussen de lidstaten die hem weinig tot geen ruimte willen geven, en landen zoals Rusland die graag gebruik maken van die zwakte van de EU op het wereldtoneel.

Wat dat betreft is het optreden van de EU in reactie op de Russische invasie van Oekraïne eensgezinder dan velen, inclusief Rusland waarschijnlijk, voor mogelijk hadden gehouden. De EU besloot niet alleen tot het bieden van humanitaire hulp aan Oekraïne, maar ook tot het nemen van stevige sancties tegen Rusland. Daarnaast zegde de EU, voor het eerst in haar geschiedenis, een aanzienlijk bedrag toe voor de financiering van militaire steun, ironisch genoeg uit het budget van de zogenaamde European Peace Facility. Het moet gezegd: de sancties treffen nog niet of nauwelijks de energiesector, waar de Europese landen sterk afhankelijk zijn van Rusland. Ook stuurt de EU zelf geen wapens of troepen, maar zijn het de individuele lidstaten die dat doen, in NAVO-verband. De EU is nog steeds ‘short on armed force’.”

Is de huidige Europese eensgezindheid blijvend?

“Lidstaten realiseren zich dat ze meer invloed uit kunnen oefenen als ze dat samen met andere lidstaten doen, via de EU. Heel plat gezegd: er doen zich schaalvoordelen voor, waardoor het aantrekkelijk wordt om een deel van hun soevereiniteit op te geven. We weten bovendien dat er sprake is van meer subtiele mechanismen. Hoe meer lidstaten samenwerken via de EU, hoe beter ze elkaar gaan begrijpen – elkaars belangen en prioriteiten, maar ook elkaars waarden en normen. Ze groeien naar elkaar toe, en gaan meer eenzelfde taal spreken. Het buitenlands beleid van de lidstaten ‘Europeaniseert’.

Het helpt wel om een gemeenschappelijke vijand te hebben. We hebben dit eerder bijvoorbeeld gezien bij de Europese opstelling ten aanzien van de oprichting van het Internationaal Strafhof. De actieve ondermijning van het Hof door de Verenigde Staten maakte de EU alleen nog maar meer vastbesloten in haar steun. Ook nu doen interne conflicten, zoals die over de democratie en de rechtsstaat, er even niet of minder toe. Zeker als een land zoals Polen, waar de regering volgens de Commissie in strijd handelt met de Europese waarden van vrijheid en democratie, zich een voorbeeldige lidstaat toont bij de opvang van Oekraïense vluchtelingen.”  

Martijn Groenleer

Europa moet niet naïef zijn

Martijn Groenleer - hoogleraar bestuurskunde 

 

“Tegelijkertijd is het besef in de EU – wellicht wat laat, dat wel - ingedaald dat landen zoals Rusland en China, maar ook bijvoorbeeld Turkije er andere waarden op na houden, zich agressiever opstellen op het wereldtoneel, en vooral ook de taal van de macht spreken. Zie het Chinese Belt and Road initiatief, als onderdeel waarvan China in met name ontwikkelingslanden, maar ook in Europese landen, investeert in bijvoorbeeld spoorlijnen, bruggen en havens, en daarmee haar invloed uitbreidt. Europa moet dus niet naïef zijn. Andere landen houden zich nu eenmaal niet aan de spelregels die de EU-lidstaten onderling hebben afgesproken over bijvoorbeeld mededinging en staatsteun.“

Kan de Europese Unie die taal van de macht ook spreken?

“In Brussel wordt sinds enige tijd gesproken over ‘strategische autonomie’. De EU zou ernaar moeten streven om onafhankelijker te worden van andere landen, van de energie van Rusland en de materialen van China, maar ook van de technologie van Amerikaanse techbedrijven. Maar dat dan wel op een Europese manier, en in lijn met Europese waarden. Zo zou het onlangs door de Commissie voorgestelde Global Gateway project moeten voorzien in een ‘value-based option’ en een ‘ethical approach’ voor infrastructuur ontwikkeling. Internationale stabiliteit en samenwerking staan voorop, evenals eerlijkheid, gelijkheid en duurzaamheid. Daarmee probeert de EU zich als alternatief voor China te positioneren, al zegt ze dat niet hardop.

Maar zelfs als het de EU lukt om zich eensgezinder te manifesteren op het wereldtoneel, dan nog is het de vraag of zij zich in de toekomst geopolitiek zal kunnen meten met andere machtsblokken. En of zij dat eigenlijk wel zou moeten willen. In ieder geval niet op eenzelfde wijze, denk ik. Dat zou namelijk wel eens gevolgen kunnen hebben voor de waardengemeenschap die de EU pretendeert te zijn, en het belang dat we hechten aan onze vrijheid en democratie.”