Zero Hunger Lab

ENHANCE: een dataplatform over voedselvoorzieningen en ‘gewenste’ voedselpatronen

Wetenschap Werkt 3 min. New Scientist

Met het project ENHANCE streven hoofd analytics and science for food van het World Food Programme Saskia de Pee en alumna en promovendus bij het Zero Hunger Lab Melissa Koenen naar een gezond dieet voor gezonde mensen op een gezonde planeet. Maar wat zo’n dieet inhoudt, kan per regio verschillen.

Wereldwijd lijden zo’n 811 miljoen mensen honger. Op de campus van Tilburg University merk je daar gelukkig weinig van. AH to go en Starbucks prijken vlak naast het gebouw waar het Zero Hunger Lab is gevestigd. Daar, op de zesde verdieping, wordt hard gewerkt aan oplossingen om het hongerprobleem de wereld uit te helpen. Met dit idealistische doel voor ogen verdiept promovenda Melissa Koenen zich dagelijks in cijfers en algoritmes. Zij werkt aan het ENHANCE-project, een unieke samenwerking tussen het Zero Hunger Lab, Capgemini, de Amerikaanse Johns Hopkins-universiteit en het World Food Programme. Saskia de Pee is daar hoofd analytics and science for food and nutrition en leidt het ENHANCE-project.

ENHANCE focust op healthy diets for healthy people on a healthy planet. Dat zijn nogal wat voorwaarden in één zin.

Saskia de Pee: ‘Tegenwoordig spreken we over sustainable healthy diets, oftewel voeding die gezond is voor mens en planeet. Dat is inderdaad een enorme uitdaging: voeding moet gezond zijn, veilig geproduceerd worden, betaalbaar zijn en een vorm hebben die mensen graag willen eten. Daarnaast moet de planeet er niet onder lijden.’

Foto: Melissa Koenen (links) en Saskia de Pee (rechts). Tekst gaat door onder de foto.

Saskia en Melissa

De voedselsituatie is niet in elk land hetzelfde. Maakt dat dit streven niet ontzettend lastig?

De Pee: ‘Er zijn zelfs regionale verschillen bínnen landen! Met ENHANCE willen we informatie aanleveren waarmee beslissingen rond voedselvoorziening op nationaal en sub-nationaal niveau weloverwogen kunnen worden genomen. Per regio stellen we daarom eerst de vraag: wat is hier het belangrijkste? Vervolgens kijken we naar waar we nu staan en hoe we die doelstellingen optimaal kunnen bereiken. Uiteindelijk willen we dat elk land bij hetzelfde eindpunt uitkomt.’

Kunt u een voorbeeld geven?

De Pee: ‘In Nederland is overgewicht een probleem. Er moet dus gezondere voeding komen, terwijl ongezond voedsel langzaam moet verdwijnen. In andere landen lijden mensen honger, laat staan dat het voedsel een goede voedingswaarde heeft. Daar moet de voedseldiversiteit omhoog en moeten armen meer toegang krijgen tot voedsel. Tegelijkertijd wil je niet dat je daar over dertig jaar de problemen hebt die wij nu hebben. Je moet dus al rekening houden met de manier waarop het voedsel wordt geproduceerd.’

En daar komen jullie in beeld.

De Pee: ‘We willen een dataplatform opstellen dat met name overheden informeert en adviseert over voedselvoorzieningen en ‘gewenste’ voedselpatronen. Dit platform bevat gegevens van vier hoofdgebieden: wat zijn de kosten, wat is de voedingswaarde, hoe wordt het voedsel geproduceerd en wat is de invloed op de planeet? Tot dusver hebben we analyses gedaan voor Indonesië, Ethiopië en Bangladesh; die leverden een soort lappendekens van informatie op. Het is een heidens karwei om alle gegevens bij elkaar te brengen en te vergelijken.’

Melissa Koenen: ‘Je hebt echt een optimalisatiemodel nodig dat alle input meeneemt en afwegingen maakt. Als mens kun je best een voedselkeuze bedenken die aan een aantal nutritionele voorwaarden voldoet, maar dan houdt het op. Je vindt niet het best haalbare dieet. Het model houdt rekening met enorm veel aspecten, die vaak conflicteren: voedingswaarden, culturele voorkeuren, kosten, uitstoot van broeikasgassen… Al die gegevens voer je in en daar maakt ons computerprogramma een wiskundig model van.’

Melissa Koenen

Als je weet dat vitamine D in een land nooit een probleem is, hoeft dat ook niet per se in het dieet te zitten

Melissa Koenen

En dan komt er een kant-en-klaar dieet uit rollen?

Koenen: ‘Zo vind je inderdaad de goedkoopste combinatie van voedingsmiddelen die voldoet aan alle ingevoerde voorwaarden. Maar het doel is niet per se een dieet dat je aanraadt aan mensen. Het is meer een inzicht dat mensen vertelt: dit is echt het allernoodzakelijkste. Idealiter geeft het model meerdere opties.’

De Pee: ‘De uiteindelijke beslissing is aan de overheid. We willen vooral inzicht verschaffen, zodat men weet wat de speelruimte is en wat de impact is van het een of ander. Je ziet ook hoe andere landen het doen. Zo zie je bijvoorbeeld: daar is de broeikasuitstoot lager voor hetzelfde voedingsmiddel. Hoe komt dat? Hoe wordt dat voedingsmiddel daar geproduceerd? En kunnen we die productiemethodes misschien ook hier gebruiken? Zo begrijp je beter waar je een verschil kunt maken met wat je hebt.’

Wat zijn de doelen voor de toekomst?

De Pee: ‘Midden 2022 willen we een versie hebben waarmee we op zijn minst de houtje-touwtje analyse die we voor Indonesië, Ethiopië en Bangladesh hebben gedaan makkelijker voor een ander land kunnen doen. Ook werken we aan optimalisaties van het model. Wat dat betreft hebben we een lange wensenlijst.’

En wat staat daar zoal op?

De Pee lacht: ‘Nou, we willen bepaalde voedingswaarden beter definiëren. Nu hebben we naast eiwitten en vetten negen vitamines en vier mineralen in het model staan. Maar eiwitten bestaan uit aminozuren en vetten uit vetzuren. Ook zijn er maximale en minimale waardes voor hoeveel vitamines en mineralen je hoort binnen te krijgen.’

Koenen: ‘Het zou mooi zijn om al deze specificaties in het optimalisatiemodel te zetten, die je dan per gebied aan en uit kunt zetten. Als je bijvoorbeeld weet dat vitamine D in een land nooit een probleem is, hoeft dat ook niet per se in het dieet te zitten. En dan hebben we het nog niet eens over klimaateffecten, invloed op landgebruik, biodiversiteit en dergelijke. Maar het is een ontzettend leuk project. Als je erover praat, word je vanzelf helemaal blij.’

Tekst: Eline Kraaijenvanger
Foto: Bram Belloni