Marc Groenhuijsen

Harder straffen is onwetenschappelijk en leidt tot nog meer leed

Passie 5min. Tineke Bennema

Na zijn hele werkzame leven verbonden te zijn geweest aan Tilburg University, 35 jaar lang, neemt prof. dr. Marc Groenhuijsen afscheid. Een week voor het uitspreken van zijn rede op 10 september vertelt hij over zijn betrokkenheid bij een rechtvaardige samenleving, interesse in strafrecht en de stem van de slachtoffers, zijn werk als rechter met de voeten in de klei, en wat er veranderd is op de universiteit en de samenleving met betrekking tot recht.

Foto: Wilfried Scholtes

In de vensterbank van zijn kamer waarvan alle wanden bekleed zijn met boeken, staat een uil. Een kerkuil. Met witte kop, gouden vleugels en wijze blik. Degene die binnenkomt kijkt hij meteen recht in de ogen. Naast zijn poten ligt zijn rechtervleugel.

Een symbool voor de wijsheid, dat op het punt staat te vertrekken uit de kamer?

"Nee, het was een cadeau van collega’s, en doordat de vleugel los is, kan de uil beter worden schoongemaakt’, legt hij lachend uit. Dat hij altijd heeft gewerkt bij deze ene faculteit ‘ja, dat vind ik heel bijzonder, een voorrecht, omdat ik heel jong, toen ik dertig was, werd benoemd tot hoogleraar."

Waarom legde je je op (straf)recht toe?

"Ik koos recht omdat ik geïnteresseerd ben in mensen. Andere delen van recht gaan over geld, maar in strafrecht gaat het ten diepte om menselijke problemen en leed. In een strafzaak, na een misdrijf, heeft het slachtoffer leed ondervonden dat je nooit meer helemaal kunt wegnemen en door toepassing van het strafrecht dien je leed ook aan een ander toe. Hoe vind je daar balans in? Je moet ervoor waken dat je niet nog meer onrechtvaardigheid veroorzaakt. Strafrecht is een slechtnieuwsbedrijf. Als het in het nieuws komt, betekent het altijd narigheid, leed. Door aandacht te vestigen op slachtoffers, kun je eindelijk iets goeds doen. Dat is nuttig en rechtvaardig. Om hen te beschermen en de strafrechtpleging goed in te richten. Te voorkomen dat ze nog een keer slachtoffer worden."

Ik wil kijken naar echte problemen van echte mensen

 

"Ik wil niet in ivoren toren zitten, maar het raam open zetten en kijken naar echte problemen van echte mensen. Oog hebben voor slachtoffers. Maar niet uit het oog verliezen dat de daders van misdrijven ook mensen zijn, ook al hebben ze iets vreselijks gedaan. Nee, dit is geen geitenwollensokkenverhaal om te verdoezelen dat hun daad hun niet valt aan te rekenen, maar je moet kijken naar de achtergrond. Ik ben ook rechter geweest, als je leest wat daders hebben meegemaakt dan is dat vaak veel meer dan een ongelukkige jeugd. Zaken die wij ons nauwelijks kunnen voorstellen. Als je daar als rechter mee te maken krijgt, moet je je inleven."

Je bent eigenlijk een wereldverbeteraar?

"Ja, noem mij maar zo, want dat is ook de functie van het recht. Om zoveel mogelijk rechtvaardigheid in de maatschappij te bevorderen. Je herkent evidente vormen van onrechtvaardigheid en probeert die te veranderen. Zoals het feit dat er veel te lang te weinig oog is geweest voor slachtoffers. Bedenk dat er jaarlijks in Nederland 4 miljoen mensen slachtoffer zijn van een misdrijf. Daarom was het fantastisch dat we in 2005 het instituut Intervict konden oprichten. Nadat ik in 2003 een aantal internationale prijzen had gewonnen voor mijn wetenschappelijke werk, benaderde de toenmalige rector magnificus Frank van der Duyn Schouten mij met het idee voor oprichting van een dergelijk instituut. Ik werd benoemd als directeur en kon verschillende heel goede mensen benoemen. Met Slachtofferhulp Nederland en internationale organisaties hebben we ons drie slagen in het rond gewerkt om te proberen die onrechtvaardigheid voor slachtoffers weg te nemen. Ik ben erg dankbaar dat dat is gelukt en ik heb geprobeerd daar in de wetenschap onderbouwing aan te geven, samen met de anderen, Jan van Dijk, Rianne Letschert, psycholoog Frans Willem Winkel, en interdisciplinaire collaboratie."

Groenhuijsen leidde het instituut 10 jaar. "Het klinkt misschien onbescheiden, maar waar ook ter wereld wist iedereen dat het toonaangevend instituut bij Tilburg University behoorde. Wereldwijd wordt nu de behoefte erkend van slachtoffers om gezien en gehoord te worden. Natuurlijk ben ik teleurgesteld dat het instituut intussen is opgeheven. Meer dan ooit is er behoefte aan slachtofferhulp, met alle vluchtelingen bijvoorbeeld. Maar victimologie heeft zich op andere universiteiten genesteld, zoals in Leiden met mensen die bij Intervict zijn gepromoveerd, en bij het NSCR (Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving). De belangstelling is niet af- maar toegenomen, en werd aangejaagd voor verrichtingen bij Intervict."

Je zei het net, je was naast wetenschapper ook werkzaam als rechter, waarom wilde je dat en wat is er in de rechtspraak veranderd in de tijd dat jij er werkte?

"Hoogleraren in het recht horen te weten hoe het er in de praktijk aan toegaat. Studenten fascineert het als je hebt deelgenomen aan recht in praktijk. Law in action versus law in books. In geen handboek staat wat voor straf een misdader krijgt. Je moet zelf in de positie staan om te beseffen hoe het is om iemand tot levenslang te veroordelen. Ja, dat heb ik zelf een keer meegemaakt. Met drie mensen hebben we daarover grondig gesproken en nagedacht. Iets daarvan kun je overbrengen aan studenten in dit vak."

Iedere gevangenisstaf is levenslang

 

"Veel vaker moet je een afweging maken om iemand wel of niet naar de gevangenis te sturen. Iedere gevangenisstaf is levenslang. Het leidt tot nog meer leed. Het is nooit goed voor iemand. Mensen komen er altijd slechter uit. Een fatsoenlijke rechter moet proberen besluiten te nemen waardoor mensen niet in de gevangenis terecht komen.  Die houding heb ik geprobeerd over te brengen op studenten. Rechtspraak betekent een grote morele verantwoordelijkheid van de maatschappij ten opzichte van de daders. Nee, ik ben geen moralist, het gaat niet om ethische oordelen over anderen uit te spreken, het gaat om rationele, feitelijke argumenten."

 

"En ik verzet me dan ook nadrukkelijk tegen de roep uit de samenleving om harder te straffen. Maar in de maatschappij is de toon verhard, eisen mensen hogere straffen en de politiek heeft het omarmd, omdat die visie stemmen trekt. Vanuit de wetenschap weten we juist dat harder straffen niet helpt. En wetenschappers zijn ervoor om de samenleving zo eerlijk mogelijk te maken en zorgen dat het veiliger wordt. Veiligheid bevorder je niet door harder straffen. Integendeel. Kijk maar naar de volle gevangenissen in de VS. Ik bekijk dat pragmatisch, het is onverstandig, irrationeel en zelfs onwetenschappelijk. Alle kennis wijst uit dat gevangenschap mensen niet betert. Maar helaas wordt niet voldoende naar wetenschappers geluisterd."

Wat heb je zien veranderen in de universiteit?

"In mijn waarneming zijn veel dingen ten goede veranderd, het onderwijsproces, er wordt beter nagedacht over hoe je kennis overbrengt, hoe je toetst. Over een ding heb ik wel zorgen: toen ik begon, was er bestuurscultuur van vertrouwen, waarin mensen zoals ik de mogelijkheid kregen om mezelf en mijn vakgroep te ontwikkelen. Door de formele bureaucratische verantwoordingsprocedures is veel daarvan veranderd in een cultuur van wantrouwen. Mijn devies was altijd: trek de beste mensen aan, geef ze ruimte naar eigen inzicht, en laat ze uiteraard verantwoordelijkheid afleggen over geld en resultaten. Want vrijheid is geen vrijblijvendheid."

Hoe kijk je terug op je loopbaan?

"Met twee woorden: dankbaarheid en voldoening. Ik heb alle kansen gekregen voor wat ik wilde doen. Met als voetnoot: ik zou willen dat degene die mij opvolgt net zoveel kansen en vrijheden en mogelijkheden krijgt. Natuurlijk was het niet altijd maar leuk. Ik was al heel jong decaan van deze faculteit, maar werd ook interim decaan, (gniffelt) dat is de bestuurlijke term voor dictator, om de crisis bij TSB op te lossen in 1998. Daar moest 4 miljoen worden bezuinigd en dienden veertig mensen te worden ontslagen. Het was een moeilijke klus, maar door de goede afloop daardoor bevredigend. Binnen een paar jaar stond de zaak weer op de rails."

Laat mensen doen waar ze goed in zijn

 

"En ik ben ongelofelijk trots en blij dat ik 57 promovendi heb opgeleid, van wie 13 hoogleraren en 3 raadsheren in de Hoge Raad zijn geworden. Niet omdat ik zo’n goede begeleider ben, maar ik zie snel talent. Laat mensen doen waar ze goed in zijn. Je hoeft ze niet te vertellen hoe ze moeten schrijven. Wat je hoopt is dat ze dit kantoor verlaten met meer energie dan ze binnenkwamen."

Nog een paar maanden en dan heeft dit kantoor een andere bewoner. Maar de uil, die gaat mee.

 

Biografie