Impact maken met leerlijn voor het basisonderwijs

Impact maken met leerlijn voor het basisonderwijs

Wetenschap Werkt 4 min. Sara Terburg

Wetenschappers van Tilburg University brengen hun kennis en kunde op verschillende manieren naar de samenleving. Onderzoekers Dr. Rian Aarts, Dr. Max Spotti en Prof. Dr. Jos Swanenberg ontwikkelden samen met het bestuur van Students4Students de leerlijn Superdiversiteit. Aarts: ‘Docenten kunnen met de leerlijn op een veilige manier aandacht besteden aan diversiteit. We laten hen zien dat een andere moedertaal niet in de weg hoeft te zitten bij het leerproces.’

Fotografie: Gerdien Wolthaus Paauw

Er bestaan veel misverstanden over taal, legt Aarts uit. ‘Bijvoorbeeld het idee dat talen elkaar in de weg zitten en dat kinderen alleen maar Nederlands moeten horen om het te leren. Op school is het gebruik van de eigen taal dan niet gewenst. En docenten adviseren ouders soms om thuis alleen Nederlands te praten terwijl zij die taal misschien niet voldoende beheersen. Bovendien is praten in de taal van je gevoel juist goed. Mijn boodschap is dat de kwaliteit van taalgebruik belangrijker is dan welke taal je spreekt.’

De leerlijn Superdiversiteit is een compact lesprogramma voor de drie hoogste groepen in het basisonderwijs. Docenten kunnen de lessen gratis downloaden en onderdeel maken van hun burgerschapsprogramma. Met de leerlijn sluiten de onderzoekers aan op de impactdoelstelling van Tilburg University.

Mijn boodschap is dat de kwaliteit van taalgebruik belangrijker is dan welke taal je spreekt

– Rian Aarts

rian

Wat is Superdiversiteit?

Spotti, UHD bij het departement Cultuur Wetenschappen aan Tilburg School of Humanities and Digital Sciences legt uit: ‘Superdiversiteit is een concept uit de sociologie van migratie. In deze context, betekent het woord super niet beter, veel of groot, maar: bovenop, naar het Latijnse supra. Diversiteit is er al eeuwen. In 1800 trokken joden al naar andere landen. In de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw haalde Nederland gastarbeiders uit Turkije en Marokko. Ook woonden er al mensen uit het onafhankelijke Suriname en Indonesië in Nederland. Dit is een van de grote op groepen gebaseerde diversiteitsmomenten in Europa.’ Hierna verandert diversiteit van een groepsactiviteit naar een individuele stap. Vanaf ongeveer 1990 bewegen we ons, dankzij het vallen van het IJzeren Gordijn en dankzij het Schengenverdrag, binnen Europa veel makkelijker van het ene naar het andere land. ‘Ook digitalisering zorgt ervoor dat we transnationaal kunnen leven, dat we eenvoudig en zonder hoge kosten contact kunnen onderhouden met familie en vrienden in andere landen.’ Migratie verandert van een vast iets naar een fluïde ‘life project’. Dat wil dus zeggen iets dat je tijdelijk en vaker kunt doen. Een paar jaar hier wonen en werken, een paar jaar daar, enzovoort. ‘Zo gaan individuen niet alleen Europa door, maar de hele wereld over. En daardoor krijg je Superdiversiteit.’ Spotti doet onderzoek naar linguistic landscaping. ‘Taal is zichtbaar in stadscentra, in buitenwijken, op vliegvelden, in winkels, in reclames. Een van de doelen van het bestuderen van het talige landschap is het begrijpen van de mensen achter al die talen en hun migratiegeschiedenis maar ook het begrijpen van de koloniale geschiedenis van een land.’ Voor de leerlijn maakte hij een kennisclip over talige landschapvorming.

De wereld komt dichtbij

UHD Aarts is expert in meertaligheid en diversiteit. ‘Naast mijn werk bij Cultuurwetenschappen, ben ik betrokken bij de lerarenopleiding en de Academische Pabo Tilburg, ik doe projecten op basisscholen en in het voortgezet onderwijs.’ Voor de leerlijn Superdiversiteit maakte ze kennisclips over meertalig opgroeien en over meertaligheid in het onderwijs. ‘We behandelen onder andere de vraag hoe docenten omgaan met de thuistaal van hun leerlingen. En we leggen op kinderniveau uit wat globalisering is door dit te linken aan wat kinderen om zich heen op school zien. We laten zien hoe de wereld dichtbij komt, door migratie en het internet. Vluchtelingen en arbeidsmigranten gaan makkelijk de wereld over. En kinderen zelf zien via Internet hoe kinderen in andere landen leven.’ Spotti vult aan: ‘Ze spelen computerspellen met leeftijdgenoten uit andere landen, spreken daarin Engels en merken dat kinderen met verschillende moedertalen verschillend Engels spreken.’ Over de noodzaak van de leerlijn zegt hij het volgende: ‘Mensen die eentalig opgevoed zijn moeten zich realiseren dat dit niet de norm is. In steden als Rotterdam is meertaligheid zelfs de norm. Met de leerlijn kunnen docenten hun leerlingen bewust maken van de veranderende diversiteit. Dat die door globalisering veel groter is geworden en niet te stoppen is.’

De identiteitskwestie is van groot belang als we willen dat onderwijs niet alleen gericht is op het ontwikkelen van skills, maar ook op het ontwikkelen van een goede gebalanceerde leerling als burger van de toekomst

– Max Spotti

max

Taal en identiteit

De leerlijn kan de samenleving veel brengen, daar zijn deze docenten van overtuigd. ‘De leerlijn kan helpen om het gesprek tussen verschillende culturen op een andere manier te voeren. Naast bewustwording over meertaligheid is het een manier om kansenongelijkheid te bevechten. Natuurlijk moet je het Nederlands beheersen, want dat is de standaardtaal in Nederland en daar wordt op getoetst, maar school is ook de plek waar je je identiteit ontwikkelt.’ En dat is exact waar we als samenleving winst kunnen behalen. Spotti: ‘Het raakt meertaligen in hun identiteit als ze merken dat hun moedertaal niet erkend wordt door de docent en de school terwijl het een wezenlijk onderdeel van hun identiteit is. Een meertalig mens heeft geen verschillende identiteiten, alle talen zijn onderdeel van diens identiteit. Die identiteitskwestie is van groot belang als we willen dat onderwijs niet alleen gericht is op het ontwikkelen van skills, maar ook op het ontwikkelen van een goede gebalanceerde leerling als burger van de toekomst.’

Waardering en begrip

Spotti hoopt dat de leerlijn kinderen gaat helpen geglobaliseerde burgers te worden. ‘Burgers die meertaligheid niet als belemmering zien en erkennen dat het van toegevoegde waarde kan zijn. Bovendien is het voor jonge kinderen interessant en boeiend om zich bewust te zijn van alle talen die er zijn en dat die gerelateerd zijn aan mensen en hun geschiedenis. En meertalige kinderen krijgen waardering voor hun achtergrond, doordat ze er met de hele klas mee bezig zijn. En hoe dan ook is iedereen meertalig, want we worden allemaal door meerdere talen geraakt.’ Aarts hoopt dat kinderen meer begrip voor elkaar krijgen en de verrijking van meertaligheid gaan zien. ‘Dat ze open staan naar elkaar en interesse tonen in elkaars taal en cultuur.’

Benieuwd naar de leerlijn Superdiversiteit? Download de lessen hier:

Lesmodule Superdiversiteit voor kinderen | Tilburg University

Partners leerlijn Superdiversiteit

Bij de ontwikkeling van deze leerlijn zijn naast het departement Cultuur Wetenschappen ook de studenten van Students4Students betrokken. Deze studentenorganisatie zet zich in voor gelijke kansen en inclusie in het onderwijs. Linda Parasiz werkte namens de afdeling Marketing & Communicatie mee aan de leerlijn.

Samenwerking Students4Students

Dr. Rian Aarts stelde de lessen van de leerlijn Superdiversiteit samen met bestuursleden van Students4Students Jamie Piroe en Mané Kirakosian. Aarts: ‘De samenwerking was heel leuk. De studenten van S4S hebben verschillende achtergronden, het thema is voor hen direct invoelbaar. Ze vinden het belangrijk dat kinderen iets meekrijgen van verschillende achtergronden en dat ze die achtergronden en verschillende moedertalen waarderen en weten dat ze van belang zijn.’ Voor de studenten is het ook een leerzaam project. ‘Ze organiseren veel, daar leren ze van. Zo werken ze bijvoorbeeld samen met IMC Weekendschool en Stichting MOVE. De studenten leggen nuttige contacten en leren ook van de omgang met kinderen.’ Tilburg University Magazine interviewde de drie bestuursleden van S4S voor de rubriek Karakter. Lees dit artikel hier: