Madzy Rood-De Boer

Madzy Rood-De Boer, eerste vrouwelijke hoogleraar

Via Nostalgia 8 min. Pieter Siebers

De eerste vrouwelijke hoogleraar in Tilburg was de juriste Madzy Rood-De Boer (1923-2009), die in 1971 werd benoemd aan de faculteit Rechten van de toenmalige Katholieke Hogeschool Tilburg, aanvankelijk als bijzonder lector Kinderrecht en kinderbescherming en later als bijzonder hoogleraar.

Het was min of meer tot haar eigen verrassing: ze woonde in Amsterdam, was moeder van twee kinderen en bovendien niet katholiek, wat in die tijd in Tilburg niet tot aanbeveling strekte. Herman Schoordijk (1927-2018), hoogleraar burgerlijk recht, handelsrecht en (internationaal) privaatrecht en een van de grondleggers van de Tilburgse rechtenfaculteit, wist haar over te halen, voor twee dagen per week.

Rood-De Boer had vanaf 1943 rechten gestudeerd in Leiden, een studie die werd onderbroken omdat de Nederlandse universiteiten in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter werden gesloten. Na de oorlog studeerde ze alsnog af en promoveerde ze in 1962 in haar woonplaats Amsterdam op het proefschrift ‘Ouders en kinderen. Aspecten van het familierecht’. Een jaar na haar aanstelling in Tilburg werd ze tevens buitengewoon hoogleraar kinderrecht en de kinderbescherming aan de Universiteit Utrecht. Haar publicaties betroffen thema’s als het familierecht en de kinderbescherming, waarnaast ze zich een voorstander toonde van het recht op abortus en vrijwillige euthanasie.

Madzy Rood-De Boer

Mede dankzij haar kinderbeschermingsachtergrond wist zij heel goed waar het om draaide in het jeugd(beschermings)recht

Foto: Rood-De Boer, bij de presentatie van het schaduwkabinet Den Uyl in 1972

Maatschappelijk betrokken autoriteit

In de 18 jaar dat Madzy Rood-De Boer aan de universiteit was verbonden legde ze mede de basis voor de huidige vakken Personen- en familierecht en Jeugdrecht. Die worden sinds 1984 gedoceerd, onder meer door hoogleraar Paul Vlaardingerbroek, die inmiddels met emeritaat is. Hij typeerde Rood-De Boer bij haar overlijden als dé autoriteit in jeugdrecht- en jeugdbeschermingsland. “Mede dankzij haar kinderbeschermingsachtergrond (zij heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog als hulpverleenster/groepsleidster in de jeugdzorg gewerkt) wist zij heel goed waar het om draaide in het jeugd(beschermings)recht. Dat blijkt uit haar vele publicaties, commissiewerkzaamheden en al haar andere (nationale en internationale) activiteiten.” Rood-De Boer was een autoriteit op haar vakgebied en maakte deel uit van verschillende staatscommissies waarin het familie- en jeugdrecht een rol speelde.

Het belang van deze regelingen betreffende geboorte, leven en dood strekt zich uit tot alle burgers

 prof. dr. Madzy Rood-De Boer

In een interview bij gelegenheid van het 75-jarige bestaan van de universiteit zei Rood-De Boer dat beoefenaars van het specialisme niet rijk worden, “maar het belang van deze regelingen betreffende geboorte, leven en dood strekt zich uit tot alle burgers”. Dat was met vooruitziende blik, gelet op de nog steeds groeiende betekenis van vraagstukken rondom omgangsregelingen, gezinshereniging of euthanasie.

Emancipatie

De benoeming van Rood-De Boer vond plaats in een tijdsgeest die werk gekenmerkt door emancipatie, deconfessionalisering en politieke betrokkenheid. Ze was onder meer voorzitter van Het Nederlands Vrouwencomité en partijbestuurder van de PvdA, waar ze ook lid was van de Rooie Vrouwen. Ze maakte in 1972 deel uit van een links schaduwkabinet, maar zag af van een ministerschap vanwege de deelname van het CDA. Dat in tegenstelling tot haar man Max Rood, die later namens D66 minister van Binnenlandse Zaken in het derde kabinet-Van Agt was.

Rood-De Boer was de eerste vrouwelijke hoogleraar, maar niet de eerste vrouwelijke wetenschapper op de Tilburgse instelling. Al in 1927 was fysisch-geografe Jacoba Hol (1886-1964) benoemd tot lector in de natuurkundige aardrijkskunde. Het lectoraat bestond in Nederland tot 1980 en was ter aanduiding van een docent met een ambtelijke rang en schaal net onder die van hoogleraar.

Tot haar benoeming als hoogleraar in Utrecht in 1945, reisde Jacoba Hol elke zaterdag naar Tilburg om colleges te geven. Aanvankelijk voor zowel studenten van de Handelshoogeschool als van de Katholieke Leergangen (die in hetzelfde pand aan de Bosscheweg zaten), vanaf 1929 alleen nog aan de leraren-in-opleiding.

Vrouwelijke hoogleraren

In 2021 is in opdracht van het College van Bestuur een collage gemaakt met portretten van alle vrouwelijke hoogleraren van Tilburg University. Sinds de benoeming van Rood-De Boer is het aantal vrouwen binnen de wetenschap gestegen, waarbij opvalt dat het percentage lager wordt naarmate de functie hoger wordt. Zo was aan Tilburg University in 2019 53% van de promovendi vrouw, van de universitaire docenten 45%, van de universitair hoofddocenten 29% en van de hoogleraren bedroeg het percentage 23% (het streefcijfer is 25%).

Onderwijs draagt bij aan de ontplooiing en ontwikkeling van groepen mensen voor wie dat niet altijd vanzelfsprekend is

Het streven om meer vrouwen te benoemen in de hogere functies hangt ook samen met de emancipatiegedachte, die de Tilburgse universiteit eigenlijk vanaf het begin kenmerkt. De aard van de emanciperende groepen verandert weliswaar door de jaren, maar de kerngedachte is dat hoger onderwijs bijdraagt aan de ontplooiing en ontwikkeling van groepen mensen voor wie dat niet altijd vanzelfsprekend was, of is. De universiteit is opgericht in 1927, als een uitvloeisel van het proces van katholieke emancipatie, dat volgde op eeuwenlange achterstelling door de protestantse overheid. Het waren dan ook vooral studenten uit de zuidelijke provincies die deze universiteit bezochten. Een tweede golf van emancipatie ontstond doordat de universiteit steeds toegankelijker werd voor studenten (mannen en vrouwen) die uit niet-academische milieus kwamen. De laatste golf in dit verband bestaat uit vrouwen in wetenschappelijke topposities, maar ook uit studenten en wetenschappelijk medewerkers met een andere dan uitsluitend Nederlandse afkomst.

Marianne van Hest - De vrouwelijk hoogleraren (2020, fotografie)

Foto: Sinds de benoeming van Rood-De Boer (tweede rij van onderen, tweede links) waren er in 2021 aan deze universiteit 69 vrouwen benoemd tot gewoon, dan wel bijzonder hoogleraar. Voor het paneel heeft vrijwel iedereen een portret ter beschikking gesteld, die vervolgens door beeldend kunstenaar Marianne van Hest zijn bewerkt. De formaten zijn op elkaar afgestemd en de portretten zijn voorzie van een steunkleur waarmee een harmonieus geheel is ontstaan, dat het grote belang uitdrukt dat de universiteit hecht aan vrouwelijke wetenschappers. Het paneel hangt in het Cobbenhagengebouw, bij de aula.
Verder lezen.