Read a book in the library

Tijd voor reflectie voor buitenpromovenda Nanny Kuijsters-Timmers

Karakter 6 min. Sara Terburg

Alumna Nanny Kuijsters-Timmers (58) is docent aan Fontys Economische Hogeschool. Ze hoopt in 2021 te promoveren op een onderzoek naar de betekenis van virtuele gemeenschappen in de georganiseerde sport. Ze hoopt van harte dat de officiële afsluiting van haar promotietraject na de corona-lockdown zal plaatsvinden. “Virtueel promoveren past weliswaar goed bij mijn onderzoeksonderwerp, maar ik hoop dat mijn collega’s, familie en vrienden erbij kunnen zijn. Ik vind een promotie pas echt bijzonder als het een ‘real-life-gebeurtenis’ is.”

Na de hbo-opleiding Journalistiek start Kuijsters in 1985 met de studie Taal- en Literatuurwetenschap (nu Communicatie- en Informatiewetenschappen). “De campus bestond in die jaren uit de gebouwen A, B, S en P. Mijn docenten zaten in oude barakken tegenover S en P. Ik kreeg gelukkig vooral college in het mooie Cobbenhagengebouw.” Voor de jongere lezers: A en B heten nu Cobbenhagen en Koopmans. Gebouw S en P zijn hernoemd tot Prisma. Ze koestert prettige herinneringen aan haar studie aan de universiteit. “De sfeer was open, betrokken en gericht op ontwikkeling.” Ze was student-assistent van Gisela Redeker en zat in de redactie van Univers dat toen nog wekelijks verscheen. “Tilburg University voelt echt als mijn Alma Mater. Dat is ook een reden dat ik hier mijn promotietraject doorloop.”

Veel valt op zijn plek

Docent en promovenda

Na haar afstuderen in 1989 begint ze haar loopbaan als accountmanager bij een communicatie-adviesbureau, daarna volgt een baan als marketingcommunicatiemanager bij een uitgeverij van onder andere dagbladen. Dit doet ze tot 2005. “Ondertussen droom ik steeds vaker van een overstap naar het onderwijs.” Ze geeft gastlessen in Tilburg op het Theresialyceum en op De Rooi Pannen (mbo) en wordt door Fontys Economische Hogeschool gevraagd om in te vallen bij SPECO Sportmarketing en Management. “Ik had inmiddels mijn eerstegraadsbevoegdheid en kon er in 2007 vast aan de slag.” In die periode gaan hbo-instellingen steeds meer onderzoek doen. Dat vindt ze een goede ontwikkeling. “Voor mij valt veel op zijn plek. Ik hoorde al jaren van collega’s in het bedrijfsleven en in het onderwijs dat ze mij analytisch vonden en dat promoveren wel iets voor mij zou zijn.” Als haar directeur in 2014 vraagt of ze wil gaan promoveren, zegt ze dan ook volmondig ja. Sindsdien is ze naast docent-onderzoeker ook promovenda.

Het slim indelen van je tijd is cruciaal

Promotieonderzoek doen naast een baan vergt een goed organisatievermogen. Kuijsters legt uit: “Goede afspraken met het thuisfront, je tijd slim indelen, doorzetten en je niet laten afleiden door randzaken, zijn cruciaal. Ik heb een baan voor vier dagen per week. Van Fontys heb ik vier jaar lang twee dagen per week gekregen voor mijn promotietraject. Daarnaast heb ik mijn vrije dag en vaak ook een dag in het weekend in het onderzoek gestoken. Omdat ik het zo leuk vind, kost dat weinig moeite.”

De match met promotoren

Als je al een tijd in een vakgebied werkt, ben je daar vaak goed in thuis. Anders dan studenten die aansluitend aan een research master een promotietraject starten, moet Kuijsters zelf aan de slag om onderzoek-skills bij te scholen. Ze volgde onder andere een onlinecursus statistiek waar ze veel profijt van had. “Een andere belangrijke voorwaarde voor een succesvol promotietraject is de klik met promotoren. Ik ben halverwege van promotoren gewisseld, dat was een leerzaam moment. Er moet een match zijn om een promotie tot een goed einde te kunnen brengen. En die match heb ik met John Goedee en Roger Leenders van Tilburg University. Zij zijn geïnteresseerd in mijn onderwerp en het werkveld en steunen mij in mijn aanpak. Ik heb veel van hen geleerd.”  

Het belang van clubgevoel

Voor haar promotie en ook nu nog doet de buitenpromovenda onderzoek naar online gemeenschappen, oftewel virtuele community’s en levert hiermee een bijdrage aan de vraag hoe sportverenigingen de terugloop in ledenaantal kunnen keren. “Uit eerder onderzoek blijkt dat clubgevoel een belangrijke factor is. Ik heb onderzocht wat clubgevoel inhoudt, hoe je dit kunt stimuleren en wat de rol van virtuele community’s hierin kan zijn.” Een virtuele community is een online ruimte die ontstaat bij gebruik van online kanalen, zoals sociale media. In een virtuele community ontmoeten mensen elkaar rondom een onderwerp. “Doordat er een gemeenschappelijke interesse is, ontstaan er online sociale verbindingen tussen mensen en die dragen bij aan hun clubgevoel.”

Buitenpromovenda Nanny Kuijsters-Timmers

Jongvolwassen leden willen meepraten

Nanny Kuijsters-Timmers

De onderzoeker heeft haar onderwerp benaderd vanuit twee trends die van belang zijn voor de georganiseerde sport. “De eerste trend is toenemende individualisering; vroeger werd je lid van de sportclub die bij jouw sociale positie hoorde, dus bij jouw geloof, politieke overtuiging of je werk. Nu is het een individuele keuze, houd je van hockey dan ga je hockeyen, wil je op judo dan kies je daarvoor. Maar ook de individuele beleving van leden binnen een club is van belang.” De tweede trend is digitalisering; het papieren clubblad is vrijwel verdwenen en vervangen door online kanalen zoals sociale media. Nederland heeft zo’n 68 verschillende sportbonden en 26 duizend verenigingen. “De meeste hebben sociale media, maar vaak ontbreekt een duidelijke strategie voor de inzet van deze kanalen.” In haar onderzoek focust ze zich op het clubgevoel van leden, op de rol van sociale media, het verband met de inzet voor en loyaliteit jegens een club en hoe ‘online community building’ aangepakt kan worden. “Want vooral leden die een clubgevoel ervaren, willen zich inzetten voor de club en zullen lang lid blijven.” Ze heeft gekeken naar de ervaringen en beleving van jongvolwassen leden. “Want daar zit de grootste groep afhakers. Als clubs weten wat deze groep belangrijk vindt dan kunnen ze daarop inspelen en leden wellicht langer behouden.” Een van de zaken die deze groep belangrijk vindt, is de mogelijkheid om te converseren met hun club. “Ze willen een rol spelen en meepraten. Alleen informatie ontvangen vanuit een bestuur is voor hen niet voldoende, de online community is voor hen een virtuele ontmoetingsplek van de club.”

Voorkom tunnelvisie

Kuijsters’ promotieonderzoek bestaat uit zeven studies met diverse methodieken en invalshoeken zoals een enquête, een essayonderzoek (zie kader) en een literatuuronderzoek. Ook verdiepte ze zich in de wetenschapsfilosofie. “Ik liep tegen vragen aan als ‘wat is wetenschap en kennisontwikkeling?’ en ‘hoe kun je als onderzoeker bijdragen aan de maatschappij?’ Ik vond inspiratie bij de wetenschapsfilosofen Thomas Kuhn en Michel Foucault. Zij pleiten voor onderzoek waarin een onderwerp vanuit verschillende invalshoeken bekeken en besproken wordt, het discours over onderzoek is voor hen belangrijk. Ik geloof dat je meer ziet door die verschillende invalshoeken en zo tunnelvisie kunt voorkomen.” Daarom hanteert ze verschillende type methodieken en verwerkt ze inzichten vanuit diverse disciplines in haar onderzoek. Naast wetenschappelijke publicaties en presentaties schrijft ze ook in vakbladen en vertaalt ze haar bevindingen naar lesmateriaal.

Promoveren op artikelen, daar zet ik vraagtekens bij

Meer tijd voor reflectie

Ze is kritisch over het feit dat het ‘geplaatst krijgen van een artikel in een journal‘ de wetenschap lijkt te domineren. “Toen ik begon, was de eis dat ik zou promoveren op artikelen. Gaandeweg zet ik juist vraagtekens bij die wetenschappelijke artikelen. Voor mij zorgt het voor te veel focus op het ontwikkelen van geschikte content om een artikel in een journal geplaatst te krijgen, zoals een onderzoek met een positieve uitkomst. Terwijl het onderzoeksproces zelf en alle resultaten van belang zijn, positief of negatief. Kennis die niet zo handig is voor een journalartikel, draagt immers ook bij aan kennisontwikkeling. Verder bereik je met die artikelen maar een klein en selectief publiek, het discours blijft dan wel erg beperkt.” Toch is ze trots op de vijf wetenschappelijke artikelen die ze schreef waarvan er drie inmiddels geplaatst zijn in het International Journal of Human Movement and Sports Science en het Tijdschrift voor Communicatiewetenschap. “Hoewel moeilijk, vond ik het schrijven toch uitdagend. Doordat mijn traject langer duurt omdat ik er niet fulltime aan kan werken, kon ik de tijd nemen voor reflectie en bijstelling van het onderzoeksproject op basis van de resultaten. Het plan dat ik in 2014 heb ingediend bij de universiteit heb ik regelmatig aangepast.”

Hoe nu verder?

Kuijsters is klaar om ergens dit jaar haar traject af te sluiten met de verdediging van haar proefschrift, maar het onderwerp virtuele gemeenschappen bij sportclubs gaat ze verder.  Ze heeft voor twee vervolgonderzoeken financiering binnengehaald.

Essayonderzoek