Onderzoek Humanities and Digital Sciences

De onderzoekers van de Tilburg School of Humanities and Digital Sciences duiden de veranderingsprocessen in de hedendaagse samenleving op het gebied van communicatie en cultuur en analyseren de onderliggende morele en ethische vraagstukken.

Column: Een religieuze ordering van de moderniteit

Erik Borgman
Veel specialisten in religie en spiritualiteit menen dat deze zich tevreden moeten stellen met de plaats die er voor hen in de huidige cultuur overschiet. De Duitse socioloog Hartmut Rosa wil niet een religieuzen ordeningen binnen de moderniteit, maar een religieuze orde van de moderniteit. TCC-directeur Erik Borgman is het met hem eens dat dit nodig is en maakt duidelijk waarom.


Het is een typisch gevalletje ‘nu hoor je het ook eens van een ander!’ De Duitse socioloog houdt zich bezig met de grote veranderingen van onze tijd. Hij beschouwt daarin de voortdurende versnelling (Beschleuniging) van het leven als sleutelfactor. Rosa laat zien dat deze versnelling weliswaar leidt tot een toenemende vrijheid, maar ook tot een toenemende vervreemding. Mensen verliezen het gevoel dat de wereld hun thuis is waar ze dingen kunnen doen die van betekenis zijn. In plaats daarvan doet de wereld zich voor als meedogenloze eiseres – als je niet doet wat zij van je vraagt, verliest je bestaan elke relevantie – die zich niets aantrekt van wat mensen willen of doen. Hoezeer wij ook proberen de wereld naar onze hand te zetten, het heeft steeds minder herkenbaar effect. Volgens Rosa heeft simpelweg verzet hiertegen – 'onthaasting', bijvoorbeeld – geen zin. Hij zet in op ervaringen van wat hij noemt resonantie (Resonanz), momenten waarop wij het gevoel hebben dat de eisen van de wereld en onze talenten en vermogens bij elkaar aansluiten. Deze ervaringen moeten we koesteren en proberen uit te breiden.

God

Des te opmerkelijker is het dat Rosa weinig moet hebben van vormen van religiositeit en spiritualiteit die zich aanpassen aan de ruimte die onze tijd voor ze openlaat. Je zou toch zeggen dat de gerichtheid op ervaringen van zin en inspiratie, die in veel hedendaagse vormen van religiositeit vandaag de dag is aan te treffen, aansluit bij wat hem voor ogen staat. Maar Rosa meent dat er in plaats van religiöse Ordnungen in der Moderne een religiöse Ordnung der Moderne nodig is; in plaats van religieuze ordeningen in de moderniteit hebben we een religieuze ordening van de moderniteit nodig. Veel van mijn collega's zijn zich op die ordeningen in de moderniteit gaan richten, maar ik ben het met Rosa eens. Wanneer de theologie niet kan laten zien dat een gelovige visie op de moderniteit deze beter begrijpelijk maakt dan seculiere visies, zij haar geloofwaardigheid verliest – en terecht!

Het zijn niet de moderne cultuur, de common sense en de politieke correctheid die de ruimte afgrenzen van geloof en spiritualiteit. Eveneens zijn het niet de natuurwetenschappen, de maatschappijwetenschappen en de medische wetenschappen die bepalen hoeveel ruimte er voor de theologie overblijft. Als God schepper van hemel en aarde is en verlosser van de geschiedenis, dan valt vanuit het nadenken over het spreken over God op alles een nieuw licht.

Overgave

Ik ben mij goed van de ironie bewust. Om mijn standpunt dat de sociologie niet de grenzen van religie, geloof en theologie bepaalt, citeer ik een socioloog! Gevalletje 'nu hoor je het ook eens van een ander', schreef ik niet voor niets. De echte discussie is natuurlijk wat 'beter' precies betekent als ik zeg dat de theologie moet helpen de wereld, de geschiedenis en ons eigen leven beter inzichtelijk te maken dan zij zonder theologie zouden zijn.

Rosa suggereert dat een religieuze ordening van de moderniteit aan moet sluiten bij de analyse die hij geeft en daarop voort moet bouwen. Dat betekent echter pas werkelijk onderschikking aan de sociologie! De stelling die ik ontwikkel in het boek dat in maart onder de titel Leven van wat komt: Een katholiek uitzicht op de samenleving uitkomt, is dat wij moeten beginnen de ervaring terug te vinden dat de werkelijkheid om ons heen en in ons, in alle grootsheid en weerbarstigheid, in alle geluk en in alle ongeluk, een gave is die van liefde getuigt. Dat is geen kleffe feel good-religiositeit: wij moeten zelf uit het centrum van onze eigen wereld stappen en de illusie opgeven dat ons leven maakbaar zou zijn. Het wordt allereerst ontvangen en dat vraagt om overgave.

Ja, maar…

Als u als lezer nu onmiddellijk denkt: 'Ja, maar…', dan is mijn doel bereikt. U moet het boek dan vooral lezen. U zult nog tot veel meer tegenspraak geprikkeld worden en uiteindelijk, zo hoop ik, inzien dat dit toch een verhelderende manier van kijken is, als is het maar vanwege die prikkel. Het inzicht dat u waarschijnlijk tot andere conclusies komt dan ik, hoort bij het afscheid van de maakbaarheid.

Als u als lezer echter denkt dat dit de definitieve breuk betekent tussen theologie en geloof aan de ene kant en de universiteit en haar wetenschappen aan de andere, spreekt ik dit met klem tegen. De crisis van de universiteit wordt in belangrijke mate veroorzaakt door het feit dat zij zichzelf in dienst stelt van degenen die geloven dat de wereld opnieuw moet en kan worden ingericht. Als we niet langer geloven dat de waarheid ons vrijmaakt, kunnen we onszelf niet meer uitleggen waarom het beter is met een ongemakkelijke waarheid te leven dan met een comfortabele illusie. In de wetenschap moeten we de wereld weer allereerst willen kennen en begrijpen. Dat helpt ons er beter onze plaats in te vinden.

Wie bij dit laatste 'ja, maar' denkt en daarin graag verder wil worden geprikkeld, zal nog even moeten wachten. Deze kwestie komt in een volgend boek aan de orde.


H. Rosa, Alienation and Acceleration: Towards a Critical Theory of Late-Modern Temporality, Aarhus: Aarhus University Press 2011.

H. Rosa, Beschleunigung: Die Veränderung der Zeitstrukturen in der Moderne, Frankfurt am Main: Suhrkamp 2005.

H. Rosa, Weltbeziehungen im Zeitalter der Beschleunigung: Umrisse einer neuen Gesellschaftskritik, Frankfurt am Main: Suhrkamp 2012.

H. Rosa, Resonanz: Eine Soziologie der Weltbeziehung, Frankfurt am Main: Suhrkamp 2016. De geciteerde uitspraak staat op p. 688-689 van dit laatste boek.