-

Impact

Het Impactprogramma van Tilburg University verbindt wetenschappers en belanghebbenden bij maatschappelijke thema’s, om samen te werken aan oplossingen met impact.

Interview: e-Health doorbreekt oude patronen in de gezondheidszorg

e-Health vraagt een heel andere benadering van gezondheidszorg, stelt Eveline Wouters. Het wordt als ‘disruptief’ gezien, maar je zou het ook juist kunnen zien als een enabler. Wouters is hoogleraar Succesvolle technologische innovaties in de zorg bij Tranzo, Tilburg University, en lector Health Innovations and Technology bij Fontys, paramedische hogeschool. Haar interesse in technologie betreft de acceptatie- en implementatiekant ervan in het domein zorg en welzijn.

Fotografie: Gerdien Wolthaus Paauw

Fotografie: Gerdien Wolthaus Paauw

Interview met hoogleraar Succesvolle technologische innovaties in de zorg, Eveline Wouters

Nieuwe technologie, robotica en e-health bieden kansen om patiënten beter te helpen, maar omdat er veel meer belanghebbenden (stakeholders) bij betrokken zijn, moeten we er voor waken dat we het doel, de gelijkwaardige zorg voor ieder mens niet uit het oog verliezen. Daarvoor is maatwerk nodig en veel intensievere samenwerking, stelt Wouters. “De behoefte aan zorg is enorm gegroeid en is ook meer gedifferentieerd geworden. Voor de Tweede Wereldoorlog stierven nog veel mensen aan infectieziekten. Door (technologische) innovaties, bijvoorbeeld de ontwikkeling van antibiotica, betere hygiëne, riolering en op het gebied van voeding, leven we nu veel langer. De keerzijde van het ouder worden is dat we meer chronische ziekten krijgen. De gezondheidsproblemen zijn dus terug te voeren op demografie en ze belasten daarmee de gezondheidszorg, die in de huidige vorm dan ook niet meer volstaat.” 

Anders werken

Wouters: “Ik zie dan ook veel kansen door technologie, zoals sensortechnologie, virtual reality en robotica en ben optimistisch! En die technologische ontwikkelingen gaan steeds sneller, waardoor mensen in principe steeds betere zorg zouden kunnen krijgen. Het probleem is de echte toepassing en uitvoering van de ‘nieuwe zorg’ in de praktijk. e-Health vraagt een heel andere benadering van gezondheidszorg. Er is sprake van meerdere en diverse stakeholders. Daarbij moet je denken aan zorgprofessionals, patiënten en hun netwerken, beleidsmakers, verzekeraars, technologen, bedrijven. Ze moeten anders gaan werken, meer samenwerken, krijgen nieuwe taken en verantwoordelijkheden en moeten kennis delen. We hebben veel meer gegevens van onze patiënten en die big data moeten worden verwerkt en op de juiste manier gebruikt. Daarbij moet hun privacy en autonomie voorop staan. e-Health doorbreekt het oude patroon in de zorg. Het wordt dan ook als ‘disruptief’ gezien, maar je zou het ook juist kunnen zien als een enabler.” 

Armbandjes

Wouters werkt al veertig jaar in de gezondheidszorg en het gezondheidszorgonderwijs- en onderzoek, en kan de vergelijking met vroeger goed maken. Ze studeerde geneeskunde, werkte in de verloskunde en later in het onderwijs bij Fontys hogescholen en de hogeschool Rotterdam. Ze promoveerde op obesitas. Ze deed veel projecten die te maken hebben met de toepassing van technologie in de langdurige zorg en onderzocht bijvoorbeeld hoe ICT kan bijdragen aan de diagnostiek bij dementie. Haar passie is mensgerichte zorg, en mogelijk maken dat technologie de zorg voor alle berokkenen kan ondersteunen en verbeteren. Een mooie toepassing van zulke technologie is de zogeheten wearable, in de vorm van (arm)bandjes die mensen dragen, bijvoorbeeld om hun bewegingsactiviteit te meten. Een specifiek voorbeeld van een lopend onderzoek is het monitoren van diverse parameters, zoals hartfrequentie en huidgeleiding, die stress kunnen voorspellen. Daarmee kun je mensen die zich niet (meer) kunnen uiten via de taal, als het ware een stem geven en beter begrijpen. Als je weet in welke omstandigheden er stress ontstaat, kun je daar in de toekomst op anticiperen. 

Zorg op maat

Wouters: “Technologische toepassingen in de zorg stuiten nu voornamelijk op sociale, menselijke factoren. De zorgverleners zullen minder in hokjes moeten denken. Vroeger werden patiënten met chronische aandoeningen op vaste momenten gecontroleerd. Bijvoorbeeld bij hartfalen werd bloeddruk, gewicht, hartfrequentie, en bloedonderzoek op vaste tijdstippen gecontroleerd. Maar dat is nu veel verfijnder. Allerlei waarden kunnen nu continu worden gemonitord, en daardoor kunnen veel eerder afwijkingen van de norm worden opgespoord. Je krijgt daardoor meer zorgverlening op maat en op tijd. Ik vergelijk het wel met Uber, hulpverlening op basis van noodzaak en de juiste zorg op de juiste plek.” 

Lifestyle monitoring

Wouters: “Een ander voorbeeld: mensen met dementie zijn vaak een grote belasting voor de mantelzorger. We kunnen ze nu, zo nodig, met sensortechnologie monitoren in huis, ook wel lifestyle monitoring genoemd, zodat ze, zonder al te opdringerige technologie, veiliger langer thuis kunnen wonen. Zo kun je bijvoorbeeld zien of iemand vaak naar het toilet gaat, gevallen is, of bijvoorbeeld geen eten meer uit de koelkast haalt. Maar dan moeten de data met de juiste expertise worden geïnterpreteerd en de juiste betrokkenen op een afgesproken wijze op de hoogte worden gehouden. Deze ontwikkelingen vereisen een herordening van de zorg en onderlinge afstemming. Waar ik in geïnteresseerd ben is hoe je het beste de waarden en belangen van alle betrokken partijen kunt dienen en hen beter kunt organiseren, terwijl we wel bij de kern van de zaak blijven.”

Digitale kloof

“Een ander probleem is de zogenaamde ‘digitale kloof’, ervaren door mensen die zorg nodig hebben. Veel van de gebruikte technologie, zoals gebruikt bij e-health, vraagt in meer of mindere mate om vaardigheden. Het kan gaan om geletterdheid (veel informatie is in woorden) maar ook om computervaardigheid. Daarnaast is veel van wat nieuw ontwikkeld wordt, niet altijd voldoende op patiënten afgestemd. Technologie biedt grote kansen voor de zorg, maar niet zonder meer. Het vraagt maatwerk en samenwerking, en oog voor behoeftes, waarden en vermogens van alle betrokkenen.”

Door Tineke Bennema