Tranzo - aw arbeid en gezondheid

Vertrouwensexperimenten Participatiewet

Gepubliceerd: 29 mei 2019 Laatst bijgewerkt: 17 maart 2020

Prof. dr. R.J.A. Muffels, Dr. K. Blom-Stam, S. van Wanrooij, Prof. dr. R.W.B. Blonk, Prof. dr. J.J.L. van der Klink

Doel en achtergrond

Per 1 oktober 2017 zijn in Deventer, Groningen, Nijmegen, Tilburg, Utrecht en Wageningen zogenaamde “Experimenten Participatiewet” van start gegaan die tot doel hebben om de effectiviteit van alternatieve interventies in de Participatiewet (de uitkomsten) te toetsen. Daarbij gaat het om twee soorten uitkomstmaten, uitstroom naar betaald werk en verbetering van de gezondheid, het welbevinden en de sociale participatie van de deelnemers.

Deze experimenten zijn mogelijk gemaakt middels een algemene maatregel van bestuur (AMvB) waarmee het zgn. Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet (artikel 83 PW) werd bekrachtigd. Tilburg University (TiU), in het bijzonder Tranzo, voert in opdracht van twee van de zes artikel 83 gemeenten, Tilburg en Wageningen, het evaluatieonderzoek uit. Tilburg University heeft daarvoor een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met beide gemeenten. Tegelijkertijd is het Kabinet akkoord gegaan met de inrichting van soortgelijke Experimenten PW buiten de AMvB om in de gemeenten Amsterdam, Apeldoorn, Epe, Oss en Geldrop-Mierlo met dien verstande dat een van de vier interventies (dat zijn: loslaten verplichtingen of eigen regie, intensieve begeleiding, extra vrijlating van verdiensten en reguliere begeleiding), namelijk extra vrijlating, dan niet mogelijk is.

 

Tijdsplanning

Het experiment liep aanvankelijk van 1 oktober 2017 tot 1 oktober 2019 maar is middels een afzonderlijk besluit van het Kabinet verlengd tot 31 januari 2019. Pas daarna komen de definitieve gegevens beschikbaar waardoor de uiteindelijke rapportage (ook van Tilburg University) waarschijnlijk pas op 1 juni 2020 gereed zal zijn.

 

Samenwerking

Voor de uitvoering van het evaluatieonderzoek werken de onderzoekers van TiU nauw samen met de onderzoekers van de andere kennisinstellingen die bij het onderzoek betrokken zijn: de Universiteit van Groningen, Universiteit Utrecht, Radboud Universiteit Nijmegen en Saxion Hogeschool Enschede. Voor de evaluatie van de primaire uitkomstmaat uitstroom naar betaald werk heeft het Ministerie van SZW na consultatie van gemeenten en hun onderzoekers het CPB verzocht om na twee jaar een kwantitatieve studie uit te voeren naar de gezamenlijke effectiviteit van de experimenten Participatiewet in de deelnemende gemeenten op deze uitkomstmaat en hierover een rapport uit te brengen.

 

Koppeling aan CBS microdata bestanden

De gegevens die door de onderzoekers middels online vragenlijsten (Qualtrix) worden verzameld worden gekoppeld aan de microdatabestanden van het CBS. Van de deelnemers is toestemming verkregen om deze koppeling te mogen doen. De onderzoekers hebben via een streng beveiligde ‘remote access’ faciliteit toegang tot de gekoppelde data van de gemeenten waarvoor zij verantwoordelijk zijn. De kosten voor deze datafaciliteit mar ook de kosten voor het overleg tussen de onderzoekers worden gedekt door een opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Wetenschappelijk kader

De vraag wat werkt beter: belonen (vertrouwen) of straffen (wantrouwen), is wetenschappelijk gezien erg interessant aangezien, zeker in Nederland, nog weinig bekend is over de effectiviteit van een alternatief beleid van motiveren en belonen (positieve prikkels) in plaats van het gangbare beleid van straffen bij het niet nakomen van verplichtingen en het sanctioneren ofwel korten op de uitkering (negatieve prikkels). Inzichten uit de psychologie (motivatietheorieën) en de gedragseconomie suggereren dat een beleid gericht op belonen en vertrouwen onder bepaalde omstandigheden beter kan werken dan een beleid dat uitgaat van straffen en wantrouwen (productevaluatie).