Marianne van Hest

De vrouwelijke hoogleraren (2020, fotografie)
Cobbenhagen Building

Marianne van Hest - De vrouwelijk hoogleraren (2020, fotografie)

De allereerste vrouwelijke hoogleraar aan Tilburg University werd in 1971 benoemd. De juriste Madzy-Rood de Boer (1923-2009) was vervolgens 18 jaar aan de universiteit verbonden, waar ze de basis legde voor de huidige vakken Personen- en familierecht en Jeugdrecht. Haar benoeming (in eerste instantie tot lector) vond plaats precies een eeuw na de entree van de eerste vrouw die in Nederland werd toegelaten op een universiteit, de studente Medicijnen Aletta Jacobs.

Het aantal vrouwen binnen de wetenschap is sindsdien gestegen, waarbij opvalt dat het percentage lager wordt naarmate de functie hoger wordt. Zo was aan Tilburg University in 2019 53% van de promovendi vrouw, van de universitaire docenten 45%, van de universitair hoofddocenten 29% en van de hoogleraren bedroeg het percentage 23%. Tilburg hanteert een streefcijfer van 25%.

Om deze streefcijfers te realiseren, kijken universiteiten naar de benoemingsprocedures, zijn er mentorprogramma’s ontwikkeld en kent Tilburg University het Philip Eijlander Diversity Program. Daarmee zijn 19 nieuwe posities gecreëerd, op alle wetenschappelijke niveaus. De betrokken wetenschappers werken in het kader van de onderzoekagenda’s van de vijf Schools: Towards a Resilient Society, Health and Well-Being en Creating Value from Data.

Het streven om meer vrouwen te benoemen in de hogere functies hangt samen met de emancipatiegedachte, die de Tilburgse universiteit eigenlijk vanaf het begin kenmerkt. De aard van de emanciperende groepen verandert weliswaar door de jaren, maar de kerngedachte is dat hoger onderwijs bijdraagt aan de ontplooiing en ontwikkeling van groepen mensen voor wie dat niet altijd vanzelfsprekend was, of is. De universiteit is opgericht in 1927, als een uitvloeisel van het proces van katholieke emancipatie, dat volgde op eeuwenlange achterstelling door de protestantse overheid. Het waren dan ook vooral studenten uit de zuidelijke provincies die deze universiteit bezochten. Een tweede golf van emancipatie ontstond doordat de universiteit steeds toegankelijker werd voor studenten (mannen en vrouwen) die uit niet-academische milieus kwamen. De laatste golf in dit verband bestaat uit vrouwen in wetenschappelijke topposities, maar ook uit studenten en wetenschappelijk medewerkers met een andere dan uitsluitend Nederlandse afkomst.

Sinds de benoeming van Rood-De Boer zijn er aan deze universiteit ruim zestig vrouwen benoemd tot gewoon, dan wel bijzonder hoogleraar (de vrouwelijke hoogleraren van TiAS Business School zijn niet meegerekend, daar niet in dienst van de universiteit). Alle vrouwen, ook zij die niet meer aan Tilburg University verbonden zijn, zijn benaderd om een portret ter beschikking te stellen voor dit portrettenpaneel. Vrijwel iedereen heeft deelgenomen, waarna de portretten zijn bewerkt door beeldend kunstenaar Marianne van Hest. Door ze van een steunkleur te voorzien en door de formaten op elkaar af te stemmen is een harmonieus geheel ontstaan, dat het grote belang uitdrukt dat de universiteit hecht aan vrouwelijke wetenschappers.

Nieuwsgierig naar de andere kunstwerken op de campus? Ga op onderzoek via de digitale plattegrond van Campuskunst.

Meer over de historie en het academisch erfgoed

Het academisch erfgoed van Tilburg University is een zeer divers geheel van archieven, beeldmateriaal, collecties, apparaten, opgetekende verhalen et cetera die betrekking hebben op de geschiedenis van de universiteit.