Nieuws en agenda

Ontvangst Interim-rapport inzake zaak Stapel, 31 oktober 2011

Ontvangst Interim-rapport inzake zaak Stapel, 31 oktober 2011

Prof. Philip Eijlander,
Rector Magnificus Tilburg University

Dames en heren,

Ik geef graag een korte, eerste reactie op de inhoud van het interim-rapport dat mij door prof. Levelt is aangeboden. Met name zal ik ingaan op wat hij zojuist heeft gezegd bij de aanbieding.

Ik begin echter met te zeggen dat ik het buitengewoon waardeer dat we hier vanmiddag, slechts 52 dagen na de instelling van de Commissie Levelt, een interim-rapport beschikbaar hebben dat, zo heeft u zojuist kunnen aanhoren, ons veel leert over wat zich in deze gruwelijke fraudezaak precies heeft afgespeeld.

Hoe kwam deze zaak aan het licht?

Ik werd zelf ruim twee maanden geleden, om precies te zijn op zaterdag 27 augustus, voor het eerst geconfronteerd met een signaal dat er iets niet in de haak zou zijn met het onderzoek van Stapel. Voor mij werd snel duidelijk dat dit een serieuze kwestie betrof en dat nader onderzoek aangewezen was.

En ik kan u zeggen, dames en heren, dat deze zaak mij de afgelopen 65 dagen niet alleen bezig heeft gehouden, maar ook niet meer heeft los gelaten. Ik heb zelf direct gesproken met de klokkenluiders, die ik alle lof heb gegeven en zal blijven geven voor hun moedige en evenwichtige optreden, en ook sprak ik met Stapel. Ik kon al snel de conclusie trekken dat het "helemaal mis was" en dat er sprake was van een ernstige inbreuk op de wetenschappelijke integriteit door het gebruik van gefingeerde data, en dat op een grote schaal. Dat is ook toegegeven door Stapel in een gesprek met mij op 6 september.

Vervolgens stond ik voor diverse beslissingen die genomen moesten worden over het vervolg. Zo is Stapel direct op non-actief gesteld en kort daarna door het universiteitsbestuur ontslagen. We hebben gekozen om het "slechte nieuws"direct en in alle openheid zelf naar buiten te brengen en onze aanpak duidelijk te maken. De onderste steen moest, vond ik en vind ik nog steeds, boven komen om precies te weten te komen wat hier mis is gegaan, om waar mogelijk zaken nog te herstellen en lessen te trekken voor de toekomst. Dat moet je uiteraard niet zelf willen doen, maar overlaten aan anderen, die van meer afstand, onbevangen en zonder belangen, behalve die van de wetenschap zelf, onderzoek kunnen doen, conclusies kunnen trekken en aanbevelingen kunnen formuleren om herhaling te voorkomen. Ik heb prof. Pim Levelt benaderd en bereid gevonden om het voorzitterschap van een commissie van drie op zich te nemen. Dat heb ik buitengewoon op prijs gesteld en dat geldt evenzeer voor de bereidheid van prof. Marc Groenhuijsen en prof. Jacques Hagenaars om hun kostbare tijd voor deze zaak in te zetten. Ik heb naar mijn overtuiging de commissie alle ruimte en steun gegeven om hun werk in onafhankelijkheid te doen. Maar dat zij al na 52 dagen, zoals gevraagd op 31 oktober, het interim-rapport kunnen aanbieden is geheel en al aan hen te danken.

Ik ben ze daar zeer erkentelijk voor.

In goed overleg met de collega rectores van de universiteiten van Groningen en Amsterdam is besloten om samen op te trekken in deze zaak en zoals prof. Levelt al heeft aangegeven resulteert dat in een goed afgestemde rapportage door de drie onderzoekscommissies.

Ik kom dan toe aan de inhoud van het interim-rapport en mijn eerste reactie op de bevindingen en aanbevelingen.

Het rapport bevestigt de ernst en omvang van de zaak. Hoe kan iemand zoveel schade aanrichten? Onvoorstelbaar! Niemand zal begrijpen hoe een hoogleraar zo met de belangen van de aan hem toevertrouwde jonge mensen omgaat. Schokkend!

Ongekend wat hier is gebeurd: in zijn omvang, de duur (al minimaal zo'n 8 jaar, in ieder geval in zijn periode in Groningen en in Tilburg), en in zijn raffinement. Ik wist dat het een zeer ernstige zaak betrof, maar de commissie laat overtuigend zien dat het nog weer ernstiger is dan gedacht. En dan denk ik uiteraard vooral aan het persoonlijke leed dat is veroorzaakt bij promoti, promovendi en coauteurs.

Uiteraard doet het me goed om in het rapport de bevestiging te krijgen dat Stapel dit geheel en al zelf op zijn geweten heeft en dat er niemand anders "in het spel" heeft gezeten. Ik ben enorm opgelucht dat de commissie meent dat de promoti zelf geen blaam treft en dat de verkregen doctorsgraad derhalve niet in het geding is. Ik prijs me gelukkig met de conclusie van de commissie dat er op geen moment enige functionaris binnen de universiteit is geweest die over zodanig dwingende aanwijzingen van academisch wangedrag heeft beschikt dat hij of zij daar officieel werk van had moeten maken. Ook lees ik in het rapport dat mijn optreden vanaf 27 augustus als "evident doeltreffend" wordt getypeerd.

Maar. Dat betekent vanzelfsprekend absoluut niet dat er enige reden is voor tevredenheid. Daarvoor is de aangerichte schade te groot en bovendien legt de commissie de vinger op enkele zere plekken.

Blijft bijvoorbeeld de klemmende vraag hoe dit heeft kunnen gebeuren en met name de vraag: hoe kon dit zo lang onopgemerkt blijven? De commissie wijst op het enorme raffinement in de werkwijze van Stapel en zijn machtsmisbruik. Stapel heeft, ik zeg het maar ronduit, te veel ruimte gekregen om zijn gang te gaan. Dat moeten we ons aanrekenen. En als ik spreek over "ons" dan doel ik op de Academische gemeenschap, deze universiteit, het departement Sociale psychologie. We hadden oplettender en kritischer moeten zijn. Het wezen en de kracht van de wetenschap, dat er sprake is van collegiale toetsing en kritiek, is hier in het geheel niet uit de verf gekomen.

Dit is wat mij betreft een kostbare les, waar we van moeten leren. Vertrouwen dient weliswaar het fundament te blijven voor samenwerking en kwaliteitsbewaking in de wetenschap, maar dat dient ondersteund te worden met een organisatie en een klimaat waarin misstanden worden voorkomen of tenminste eerder worden gesignaleerd. Wij zullen de organisatie van ons wetenschapsbedrijf tegen het licht houden en waar mogelijk verbeteren.

Ik kom dan ook al bij de aanbevelingen van de commissie. Vele van die aanbevelingen zullen we zo in dank aanvaarden en overnemen. Ik ga nog in het bijzonder in op enkele van die aanbevelingen waaronder de zojuist door prof. Levelt genoemde.

Wij zullen onze regeling vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit op de kortst mogelijke termijn geheel volgens de richtlijn van het "LOWI" vormgeven en glashelder communiceren waar studenten en medewerkers terecht kunnen met klachten of signalen op dit vlak binnen onze universiteit. We mikken op een stelsel waar de drempel om een klacht in te dienen of een signaal te geven laag is, en tevens snel op het passende niveau een effectief vervolg kan worden gegeven aan de klacht of het signaal.

De commissie beveelt aan de supervisering van (sociaal)psychologisch promotieonderzoek altijd door minimaal twee (co)promotores te laten doen. Ik kan hier zeggen dat die praktijk nu al is gevestigd. Ik zal bewaken dat het zo blijft. En ik ga nog een stap verder. Want waarom zou deze goede praktijk alleen in de sociale psychologie moeten gelden? Ook in andere domeinen van de wetenschap kan zich immers iets dergelijks voordoen. Bovendien gebeurt het beoefenen van wetenschap steeds meer in teamverband en door "joint productions".

Ik zal in het College van Promoties van onze universiteit een voorstel ter bespreking voorleggen om dit breder in onze universiteit te trekken.

Essentieel is inderdaad ook de duurzame archivering en het (her)gebruik van data in het onderzoek. Dit maakt immers controle mogelijk. Ik onderschrijf dat publicaties dienen te vermelden waar de ruwe data zich bevinden en hoe ze toegankelijk zijn. Dit kan ook winst opleveren voor de samenwerking tussen onderzoekers.

Tenslotte. Ik werk zo graag in de Academie en aan deze mooie universiteit omdat ik jonge mensen graag de kans geef om het beste uit zichzelf te halen. Onze passie en ambitie moet zijn om onze studenten en promovendi zo op te leiden dat ze beter en wijzer worden dan wij zijn.

Dat is precies de reden waarom ik zo verontwaardigd en geschokt ben door wat er is gebeurd. Ik begrijp dus heel goed wat prof. Levelt bedoelt toen hij zojuist sprak over de "grote morele verontwaardiging" die Stapel's handelen heeft opgewekt. Ik vind het dan ook niet verwonderlijk dat de Commissie de Universiteit van Tilburg aanbeveelt bij het Openbaar Ministerie aangifte te doen van valsheid in geschrifte c.q. oplichting door de heer Stapel.

Ik realiseer me ten volle dat er aan een dergelijke actie diverse aspecten kleven. Behalve de juridisch-technische kant van de zaak, gaat het ook om de vraag of de betrokkene al niet genoeg is gestraft door het verlies van zijn baan, zijn reputatie en door de stroom van negatieve publiciteit. Ik denk daarbij ook aan zijn gezin. Dat neemt niet weg dat de belangen van de wetenschap en van (jonge) wetenschappers zo zeer geschaad zijn dat strafrechtelijk optreden aangewezen kan zijn. Het is niet aan mij aan daarover een oordeel te vellen. Het Openbaar Ministerie zal bij de beoordeling van de opportuniteit van een vervolging al deze aspecten, en de omstandigheden van het geval, laten wegen. Ik ben met mijn collega Rector Magnificus van de Rijksuniversiteit in Groningen in gesprek om bij de voorbereiding van deze aangifte gezamenlijk op te trekken.

Ik rond af. We kunnen helaas niet meer ongedaan maken wat er is gebeurd. We kunnen ook niet geheel uitsluiten dat er ooit weer een dergelijke fraudezaak aan het licht komt. Dat heeft de geschiedenis ons wel geleerd.

Het is van het allergrootste belang dat de samenleving kan blijven vertrouwen op de wetenschap. Daarom zullen we alles doen wat nodig is om de kans op herhaling van een dergelijke zaak zo klein mogelijk te maken. Deze universiteit zal zich daar sterk voor maken.

Dat zijn we aan onze stand verplicht!