Tilburg School of Humanities and Digital Sciences

Communicatie, Cultuur, Filosofie, Religie, Kunstmatige Intelligentie en Liberal Arts and Sciences

Wat is wijsgerige antropologie?

Filosofische discipline

Een eerste antwoord: de filosofische discipline die zich bezighoudt met zulke vragen als:

  • wat is het wezen van de mens (in het Grieks: anthropos )?
  • is er onder of in alle culturele levensvormen iets universeel-menselijks te vinden?
  • verschilt de menselijke geest fundamenteel van computers?
  • hoe verhouden zich gevoel en verstand ?
  • is de mens als vrij willend wezen uniek?
  • wat zijn de belangrijkste mensbeelden op dit moment en hoe onverenigbaar zijn deze?
  • valt wat we zinvol over de mens kunnen zeggen samen met onze wetenschappelijke (biologische, psychologische, sociologische, enz.) kennis van mensen?

Daarbij kunnen we opmerken dat het gaat om filosofische - dat wil zeggen, kritische, radicale, systematische - reflectie op wat we uit de alledaagse, historische en wetenschappelijke ervaring weten. Wijsgerige antropologie moet dan ook onderscheiden worden van empirisch-wetenschappelijke menskunde - bijvoorbeeld de culturele antropologie, of de psychologie. Wijsgerige antropologie draagt geen nieuwe empirische feiten aan, maar denkt daar wel over na of over door.

Wijsgerige vraag

Iedere wijsgerige antropologie tracht antwoord te geven op de vraag: wat is mens-zijn? Het type vraag 'wat is X? een bij uitstek wijsgerige vraag. Wanneer wordt gevraagd wat iets is, vraagt men naar de kenmerkende aard (natuur, wezen) van dat iets. Vragen als 'wat is rechtvaardigheid?', 'wat is het goede?', 'wat is echte kennis?' en 'wat is het zijnde?' staan aan de wieg van de filosofie. De analyses van Plato en Aristoteles van deze vragen graven zo diep dat ze na tweeduizend jaar worden nog steeds volop bestudeerd worden - en menigeen hoofdbrekens bezorgen.

Transcendentale vraagstelling

Veel - maar niet alle - denkers vatten wijsgerige antropologie op een reflexieve of transcendentale discipline: de mens buigt zich over zichzelf als mens terug, over de spontane overtuigingen en vanzelfsprekende meningen omtrent zichzelf, op zoek naar fundamentele structuren waarin of waarbinnen hij altijd al verkeert. Zij vraagt terug naar wat in de zelfervaring van de mens altijd al vóórondersteld is. Ze probeert dat menselijke, tot uitdrukking komend in religie, beeldende kunst en literatuur, wetenschap, omgangstaal en 'levenservaring', tot begrip te brengen. Uitgaande van de vele ervaringen die de mens opdoet en van zichzelf heeft, vraagt deze wijsgerig antropologen dus 'terug' naar de mogelijkheidsvoorwaarden van al die ervaringen (dit wordt een transcendentale vraagstelling of vraagrichting genoemd). Zodoende willen zij de betekenis van ons leven begrijpen en iets zeggen over aard en bestemming van de mens.

Menselijke aard

Wanneer wordt gesproken over 'aard en bestemming' van de mens moet dat niet worden verstaan alsof wijsgerig antropologen op zoek zijn naar de, universeel geldige, essentie en bestemming van de mens. 'Wezen van de mens' betekent niet een onveranderlijke, boven-historische essentie, maar verwijst veeleer naar impliciet werkzame, historisch veranderlijke sociaal-culturele kaders die de zelfervaring van de mens - en op grond daarvan zijn zelfbezinning - maatgevend bepalen. Het filosofische spreken en denken over de mens tracht deze kaders begrippelijk te reconstrueren en te expliciteren. De Europese geschiedenis toont verschillende conceptuele kaders die ten grondslag lagen en liggen aan de wisselende zelfervaring en -bezinning. Dat er een onveranderlijke menselijke natuur is die in een universele antropologie gearticuleerd zou kunnen worden is daarom volgens veel denkers twijfelachtig. Wat de menselijke aard of natuur is, zeggen zij, toont de geschiedenis.

Historische zelf-ontwerp

Als reflexieve discipline is de wijsgerige antropologie altijd meer dan slechts een explicitering van het begrippelijke kader dat aan de zelfervaring van de mens ten grondslag ligt. Ze is namelijk tegelijk uitdrukking van een historisch zelf-ontwerp: niet de ontdekking van een kant-en-klaar voorgegeven menszijn, maar altijd ook het ontwerpen van een mogelijk en nastrevenswaardig ('goed') menselijk leven. Een mens die op systematische en kritische wijze vraagt naar (zijn eigen) mens-zijn, vraagt naar wat zij of hij is èn wat zij kan of moet zijn. De wijsgerige antropologie, in deze visie, kent dus een descriptief en een normatief moment.