Departement Filosofie

Wat is de Geschiedenis van de filosofie?

Kennis van het verleden

Een eerste voorwaarde om filosofie te bedrijven is kennis van het verleden, de traditie waaruit je voortkomt. Hoe dachten grote denkers in het verleden over de kernproblemen van de filosofie? De wijsbegeerte kan onderverdeeld worden in allerlei subdisciplines, zoals ethiek, filosofische antropologie, logica enzovoort. Een dergelijke indeling kan gemaakt worden omdat elk van de subdisciplines een bepaald domein voor haar rekening neemt: de problematiek van goed en kwaad, de mens of de rede. Loodrecht op een dergelijk systematische indeling staat een historische benadering. Elk van de subdisciplines heeft haar eigen geschiedenis. Door de eeuwen heen zijn er bijvoorbeeld steeds weer nieuwe ethieken ontwikkeld. Een filosofische subdiscipline kan het niet stellen zonder kennis van haar eigen historie. Wie over goed en kwaad wil nadenken kan veel leren van de traditie. Het zou zelfs van grote kortzichtigheid getuigen om niet te willen profiteren van de denkkracht van grote filosofische voorgangers. De geschiedenis van een subdiscipline kan echter ook een eigen leven gaan leiden. De verschillende ethieken uit de historie kunnen met elkaar vergeleken worden. Men kan bijvoorbeeld onderzoeken welke stromingen te onderscheiden zijn; of nagaan of er door de eeuwen heen misschien bepaalde constanten te vinden zijn. Dit is een eerste vorm van geschiedenis van de filosofie.

Teksten historisch situeren en verklaren

De systematische indeling in subdisciplines heeft iets kunstmatigs. Veel grote filosofen hebben een samenhangende filosofische positie die ze nader hebben uitgewerkt voor verschillende subdisciplines. Ook zo'n samenhangende filosofie heeft natuurlijk zijn historische wortels. Dat leidt tot een tweede vorm van geschiedenis van de filosofie. Deze is erop gericht een bepaalde filosofische tekst historisch te situeren en te verklaren. Hieraan zijn weer veel aspecten te onderscheiden. Is de overgeleverde tekst bijvoorbeeld werkelijk zo door de auteur geschreven of hebben andere invloeden een rol gespeeld - verkeerd overschrijven, 'verbeteren' door anderen, ingrijpende redactievoering door een uitgever, en dergelijke. Over welke bronnen kon de auteur beschikken? Wat is de herkomst en betekenis van centrale filosofische termen die hij gebruikt? Voert hij impliciete polemieken? Moet er rekening gehouden worden met (zelf-)censuur? Dit is een tweede vorm van geschiedenis van de filosofie.

Encyclopedisch overzicht

Er is nog een derde vorm van geschiedenis van de filosofie. Deze stelt zich ten doel om een encyclopedisch overzicht te geven van een aantal belangrijke stromingen in de geschiedenis van het denken. Evenals bij de tweede vorm wordt er geabstraheerd van de indeling in subdisciplines, maar het historische heeft nu geen betrekking op de historische situering van een bepaalde tekst. Historie heeft nu de betekenis van chronologische opeenvolging: in het verloop van de tijd wordt de ene filosofische stroming opgevolgd door een andere. Vandaar ook dat de colleges geschiedenis van de filosofie veelal in drieën worden opgedeeld:

  • Geschiedenis van de Oudheid
  • Geschiedenis van de Middeleeuwen
  • Geschiedenis van de moderne en hedendaagse tijd

Deze chronologische indeling vande geschiedenis van de filosofie is echter problematischer dan op het eerste gezicht misschien lijkt. Want wat moet in een bepaalde periode tot de filosofie gerekend worden? En welke stromingen zijn 'belangrijk'? Het helpt hier niet om een beroep te doen op een redenering achteraf: belangrijk is wat de tijd doorstaan heeft en waar kennelijk nog steeds belangstelling voor bestaat. Hierover bestaat immers geen consensus.

De geschiedenis van de filosofie is meer dan een chronologische opeenvolging van filosofieën. Dat blijkt ook al uit de ogenschijnlijk simpele indeling Oudheid-Middeleeuwen-Moderne Tijd. Want wat is het criterium om te onderscheiden tussen Oudheid en Middeleeuwen of tussen Middeleeuwen en Moderne Tijd? De term Middeleeuwen suggereert overigens al een heel bepaald criterium: het zou gaan om een 'tussen'tijd, een tijd van stagnatie. De draad wordt weer opgepakt als er in de Moderne tijd weer een nieuw begin mogelijk is. Hoe het ook zij, het heeft pas zin om over geschiedenis van de filosofie te spreken als de pure chronologie wordt aangevuld door een inhoudelijk criterium: er moet een continuïteit tussen de verschillende stromingen zijn doordat ze steeds op elkaar reageren.

Filosofische continuïteit

Het is in onze tijd niet alleen omstreden of het zinvol is om op de een of andere manier 'filosofische continuïteit' in het geding te brengen. Ook de aard van mogelijke filosofische continuïteit staat ter discussie. Dat betekent noodzakelijk dat elke geschiedenis van de filosofie geformuleerd wordt vanuit filosofische premissen die niet alom gedeeld worden: welke stroming als belangrijk wordt aangemerkt, welke samenhangen worden aangebracht, welke criteria worden gehanteerd om stromingen te onderscheiden, dit alles is afhankelijk van een steeds al ingenomen filosofische positie. Dat is overigens niet erg. Een ingenomen positie kan geëxpliciteerd worden.