Departement Filosofie

Wat is metafysica?

Eerste oorzaken van de dingen

Metafysica is de filosofische discipline die volgens Aristoteles na (in het Grieks: meta ) de fysica, de studie van de natuur, komt. De metafysica onderzoekt de eerste oorzaken van de dingen. Daarbij moet men oorzaak echter niet opvatten in de gangbare zin van causaliteit. De metafysica vraagt namelijk op een andere wijze naar de eerste oorzaak van de wereld en de dingen dan dit in de fysica het geval is.

Men kan zich afvragen of er wel een aparte, filosofische discipline nodig is die iets wil vertellen over de eerste oorzaak van de wereld. De astrofysica beschikt over telescopen die reiken tot de grenzen van het heelal en de biologie brengt de basale moleculaire structuur van organismen binnen ons gezichtsveld. Wordt daardoor niet binnen een afzienbare tijd bijna alles verklaard? Blijft er nog wel iets over waarnaar je zinvol kunt vragen maar wat toch niet aan bod komt binnen de moderne wetenschappen?

Ontrokken aan de waarneming

Inderdaad vraagt ze niet alleen naar iets wat na de wetenschappen komt, maar ook naar iets wat er 'boven' uitgaat. Waar wetenschap zich richt op het zintuiglijk waarneembare, richt de meta fysica zich op wat zich aan de waarneming onttrekt. Wat zich onttrekt aan het zintuiglijke en daar in zekere zin bovenuit gaat is in eerste instantie de aard en betekenis van het bestaan, het existeren, het er-zijn - van iets, van de dingen, van ons mensen, van de kosmos. Wat betekenen de zo vanzelfsprekende woorden 'bestaan', 'werkelijkheid en 'zijn'?

Voorafgaand aan de wetenschappen

De betekenis van deze woorden wordt door iedere wetenschap en levensbeschouwing altijd al impliciet voorondersteld. Zo is bijvoorbeeld de klassieke natuurwetenschap niet denkbaar wanneer zij niet op impliciete wijze de vraag naar de aard van 'bestaan' heeft beantwoord. Zij benadert de werkelijkheid immers als iets wat meetbaar en berekenbaar is. Dit laat zien dat zij een mathematische opvatting van het bestaan hanteert. Waar de metafysica de aard van een dergelijke werkelijkheidsopvatting onderzoekt, komt zij niet alleen na de fysica en de overige wetenschappen; in zekere zin gaat zij ook vooraf aan de wetenschappen. Zij vraagt naar de aard van het bestaan zoals dat in de verschillende wetenschappelijke verhoudingswijzen tot de werkelijkheid impliciet voorondersteld wordt.

Zijn en niet-zijn

In het nadenken over deze vooronderstellingen over de aard van het bestaan stuit de metafysica onvermijdelijk op de vraag: wat maakt dat iets überhaupt bestaat en niet veeleer niet bestaat? Deze vraag naar de fundamentele verhouding van zijn en niet-zijn is niet alleen een zaak van de metafysica, maar speelt ook een belangrijke rol in de literatuur. Zo getuigen de tragedies van Sophocles en Shakespeare ervan hoe de verhouding tussen zijn en niet-zijn in onze westerse cultuur werd ervaren. Zij geven ons inzicht in de grondervaringen van waaruit mensen in verschillende periodes omgingen met meer specifieke vragen met betrekking tot leven en dood.

Paradoxaal karakter

Waar het in de literatuur gaat om een dichtende ervaring van de fundamentele verhouding tussen zijn en niet-zijn, gaat het in de metafysica om een denkende ervaring van deze verhouding. Daardoor heeft de metafysica een paradoxaal karakter. Zij wil de vraag wat het betekent te zijn niet beantwoorden door te dichten, maar door te denken, en wil tegelijkertijd de band met de concrete leefwereld bewaren. De metafysica is daarom een filosofische discipline die zich in zekere zin beweegt 'tussen' de doorleefde ervaring van het dichten en de abstracte kennis van de wetenschappen. Om dit midden te bewaren streeft zij naar doorleefde kennis die niet abstraheert van de concrete leefwereld en toch een eigen vorm van wetenschappelijkheid bereikt. Zij beoogt daarom een vorm van kennis die begint met de verwondering over het meest eenvoudige en meest naakte feit dat wijzelf, de mensen en de dingen om ons heen bestaan .

Zijn en tijd

In het licht van deze verwondering werd het bestaan onder meer uitgelegd als het onveranderlijke in de dingen, of juist als het veranderlijke dat zo vluchtig is dat het zich niet laat bepalen. Volgens sommigen worden dergelijke grondbepalingen van de werkelijkheid gegeven in het licht van een bepaalde opvatting van wat tijd is. De vraag naar de betekenis van het bestaan zou daarom verwijzen naar het verband tussen zijn en tijd.

Leven en dood

Dit maakt dan ook dat al deze posities iets verwoorden van de wijze waarop de fundamentele verhouding tussen zijn en niet-zijn telkens werd ervaren in een bepaald tijdsbestek van onze westerse cultuur. Vanuit de doordenking van deze posities doet zich onherroepelijk de vraag voor waar onze verantwoordelijkheden liggen met betrekking tot de meer specifieke vragen rondom leven en dood. Dit maakt dan ook dat de metafysica genoodzaakt is om zich de vraag te stellen of zij kan bestaan als een aparte discipline naast de ethiek.

De vragen naar de verhouding tussen zijn en niet-zijn, leven en dood, betreffen uiteindelijk onze fundamentele verantwoordelijkheid voor ons bestaan. Daarmee raakt de metafysica echter aan de vraag of de opdeling van de filosofie in verschillende disciplines niet een on-filosofisch uitgangspunt is, waarin de band met de eenheid en de complexiteit van het concrete leven reeds verloren dreigt te gaan.