Samenwerken

Tilburg University staat al negentig jaar garant voor hoge kwaliteit van onderzoek en onderwijs. We zijn specialist op het gebied van mens en maatschappij en willen een structurele bijdrage leveren aan de samenleving.

De vestiging van een Bijzondere leerstoel

Initiatief, overleg en verzoek (Stap 1)

De eerste contacten met een externe rechtspersoon komen veelal tot stand op het niveau van de faculteit of het instituut. In overleg met de rector magnificus (RM) voert de decaan van de betrokken faculteit de eerste oriënterende besprekingen met de initiatiefnemer. Wanneer deze oriëntatie positief verloopt, dient de externe rechtspersoon bij het College van Bestuur een verzoek tot instelling van de Bijzondere Leerstoel in. Daarbij moet de volgende informatie geleverd worden:

  • Het profiel van de Leerstoel, gangbaar is dat een profiel in overleg met de betrokken faculteit wordt gemaakt; Een profiel omvat:
    • een omschrijving van het terrein waarop de Leerstoel zich zal gaan bewegen;
    • doel van de Leerstoel, bijvoorbeeld bevordering en verbreding van kennis omtrent het vakgebied, bijdragen aan de oplossing van een wetenschappelijk of maatschappelijk vraagstuk en zo meer;
    • welke activiteiten daartoe in grote lijnen zullen worden ontwikkeld;
    • welke expertises de te benoemen hoogleraar moet bezitten:
  • De omvang in fte, met een minimum van 0,2 fte;
  • De externe instantie stelt voor de duur van vijf jaar een financiële vergoeding beschikbaar;
  • De Raad van Toezicht (RvT) bestaat maximaal uit vijf personen waarvan drie van Tilburg University en eventueel twee deskundigen van buiten. De decaan maakt altijd deel uit van de Raad van Toezicht;
  • De statuten van de vestigende instantie.

Deze gegevens worden verwerkt in een model-overeenkomst tussen de vestigende instantie en Tilburg University.

Advies faculteit (Stap 2)

Het college van bestuur vraagt de decaan om advies over het verzoek. De decaan neemt de daarvoor geldende procedures van zijn faculteit in acht.

Besluitvorming (Stap 3)

Na ontvangst van het verzoek van de vestigende instantie en het advies van de decaan neemt het college van bestuur een besluit omtrent de vestiging. Indien dit besluit positief is, wordt de vestigende instantie bevoegd verklaard om de Bijzondere Leerstoel te vestigen voor een periode van vijf jaar vanaf het benoemingsmoment van de bijzonder hoogleraar. Zie: de benoeming van een bijzonder hoogleraar.

Hiervan wordt mededeling gedaan aan de vestigende instantie, de decaan, en het hoofd voorlichting- en externe betrekkingen. Verlenging van de termijn is daarna mogelijk. Zie: Evaluatie en verlenging

Bij een positief besluit kan de benoemingsprocedure gestart worden.