News and events Tilburg University

Mensen met een verstandelijke beperking lijden onder stigma

Gepubliceerd: 18 november 2020 Laatst bijgewerkt: 18 november 2020

Stigmatisering maakt het voor mensen met een verstandelijke beperking lastig om in het dagelijkse leven mee te draaien (sociale inclusie). Stigma draagt bij aan ongelijkheid. Financieel, wat betreft toegang tot werk, vervoer en de zorg. Verstandelijk beperkten kampen met een minderwaardige identiteit als gevolg van hun handicap.

Hoe kijken Nederlanders, meer specifiek zorgprofessionals in de gehandicaptenzorg, naar verstandelijk beperkten? Die vraag is het vertrekpunt in het proefschrift van Hannah Pelleboer-Gunnink, dat ze op 17 november met succes verdedigde aan Tilburg University.

Label

Mensen met een verstandelijke beperking ervaren beperkingen in adaptieve en intellectuele vaardigheden. Aan 892 respondenten van het LISS-panel (CentERdata) werd gevraagd welk label zij op hen plakken. ‘Verstandelijk beperkt’ roept zowel positieve als negatieve beelden op. Positief: vriendelijk, vrolijk en gezellig. Negatief: afhankelijk, hulpbehoevend, kwetsbaar, niet zo slim; ze kunnen niet veel.

Passieve schade

Deze labelling leidt niet direct tot het benadelen of agressief bejegenen van verstandelijk beperkten, iets wat je wel ziet bij stigmatisering van minderheden als verslaafden of tbs’ers. Maar leidt er wel toe dat verstandelijk beperkten minder serieus worden genomen, dat hen bepaalde behoeften wordt onthouden, of dat beslissingen worden genomen zonder hen erbij te betrekken.

Stigma in de zorgsector

Zorgverleners vinden het weliswaar belangrijk dat mensen met een verstandelijke beperking (mee)beslissen over bijvoorbeeld hun woonlocatie of hun medicatie, maar in de praktijk gebeurt dat vaak niet. In de zorg staat men ook niet altijd open voor aanpassingen in de ondersteuning. Denk aan het regelen van meer tijd voor een afspraak bij de dokter of aanpassingen in de communicatie.

Wat te doen tegen stigma?

Kaart ongelijkheid aan. ‘Protesteer’. Maak passieve schade, onrecht en stigma bespreekbaar, zichtbaar en herkenbaar. Laat ervaringsdeskundigen aan het woord. Zij maken ons bewust van stigmatisering en maken andere mensen met een verstandelijke beperking sterker door hun eerlijke levensverhaal ter bevordering van de bewustwording.

‘Down met Johnny’

Stigma-expert prof. Evelien Brouwers (Tranzo) vroeg tijdens de online verdediging of een tv-programma als dat van Johnny de Mol kan helpen om enigszins af te komen van dat stigmatiserend beeld over verstandelijk beperkten. De promovenda merkte op dat een derde van de bevolking helemaal geen mensen met een verstandelijke beperking kent. Vraag is of een programma als Down met Johnny nu positief of negatief werkt op het stigma. Bedenk dat het gaat om mensen met een downsyndroom, en zij vormen ‘slechts’ 8% van de totale groep verstandelijk beperkten. De intentie is zeker goed, aldus Hannah. Kijkers worden er blij van want ze zien de positieve, lollige kant. Maar er is wel degelijk een keerzijde; het onrecht waar ze tegenaan lopen komt minder in beeld. 

Hannah Pelleboer-Gunnink (Nieuwerkerk aan den IJssel, 1988) studeerde in Utrecht Klinische & Gezondheidspsychologie en Pedagogische Wetenschappen. Ze voltooide daar ook de researchmaster ‘Development and Socialisation in Adolescence and Childhood’. In 2013 begon ze met haar onderzoek naar stigmatisering van mensen met een verstandelijke beperking aan Tilburg University, uitgevoerd bij Tranzo. Sinds 2019 werkt Hannah als regiebehandelaar/orthopedagoog bij Stichting Dichterbij.   

Noot voor de pers