Students Tilburg University

SPSS: Schaalscores

Vaak wordt in onderzoek gewerkt met meerdere items die betrekking hebben op één (deel)onderwerp. Die items representeren dan het betreffende (deel)onderwerp, ook wel schaal, subschaal, domein, factor of dimensie genoemd. Bij een schooltest wordt bijvoorbeeld zowel rekenvaardigheid als taalvaardigheid getoetst. Rekenvaardigheid kan worden getoetst met verschillende rekenopdrachten, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Om nu een idee te krijgen van de rekenvaardigheid van een kind wil je een maat hebben voor de correctheid waarmee de diverse rekenopdrachten zijn uitgevoerd. Rekenvaardigheid is dan een schaal die bestaat uit 4 items. Om rekenvaardigheid in een cijfer uit te drukken en daar ook mee te kunnen rekenen moet er een schaalscore worden samengesteld die gebaseerd is op de scores op de verschillende items.

Factoranalyse

De items in een vragenlijst kunnen meerdere schalen representeren. Wanneer je een (of meerdere) schaalscore(s) wilt maken zul je allereerst moeten bepalen welke items tot één schaal horen. Is dit niet door literatuur of eerder onderzoek onderbouwd, dan kun je dat zelf doen op basis van een theorie of door het verband tussen de variabelen te bekijken (bijv. met factoranalyse). Ook als de indeling voorondersteld is, is het goed te kijken of deze indeling overeenkomt met jouw data, door deze te controleren met behulp van een factoranalyse.

Wanneer je hebt vastgesteld welke schalen in jouw onderzoek voorkomen kun je per schaal een nieuwe variabele aanmaken. Wanneer je vergelijkbare items hebt op (semi)interval meetniveau, dan kun je een nieuwe variabele laten berekenen door het berekenen van een gemiddelde, somscore of factorscore over de variabelen die bij die schaal horen. Deze nieuwe variabele kun je weer gebruiken in verdere analyses.

Schaalscore

Een gemiddelde en een somscore zijn beide een lineaire combinatie van variabelen, waarbij elk item in principe even zwaar meetelt bij de berekening van de schaalscore. In de meeste gevallen is het aan te raden om te werken met gemiddelden omdat deze schaalscores in hetzelfde bereik liggen als de oorspronkelijke items en dus gemakkelijk zijn te interpreteren en - bij meerdere schalen - bovendien onderling vergelijkbaar zijn. Een somscore is het totaal over de items in een schaal. Het bereik van de schaalscore is afhankelijk van het aantal items. Meerdere schaalscores zijn bij schalen met een verschillend aantal variabelen daardoor niet (direct) vergelijkbaar.

Bij een factorscore wordt de schaalscore gewogen aan de hand van de factorladingen. Dit doe je wanneer je de items die belangrijker zijn bij de vorming van een schaal ook zwaarder wilt laten meetellen bij de berekening van de schaalscore.

Bij het maken van schaalscores is het meestal gebruikelijk dat er een maat voor de betrouwbaarheid van de schaal wordt gegeven. Voor gemiddelde en somscores is de betrouwbaarheidscoëfficiënt Cronbach's alpha een veel gebruikte maat.

Technisch gezien kun je items die op verschillende manieren iets meten ook samenvoegen. Je moet ze dan eerst zodanig transformeren zodat ze vergelijkbaar zijn. Heb je slechts dichotome variabelen (bijv., "ja"/"nee") dan kun je een somscore berekenen (bijv., het aantal maal dat men "ja" heeft aangekruist). Heb je een combinatie van nominale en variabelen van een ander meetniveau in een schaal zitten, dan zul je zelf een rationale moeten bedenken hoe je deze samenvoegt. Bedenk hierbij steeds wel of het samenvoegen inhoudelijk nog betekenis heeft.