De campusgemeenschap is continue in beweging

Profileringsfonds (bijlage van het Studentenstatuut)

Als je studievertraging oploopt door bijzondere omstandigheden heb je soms recht op financiële compensatie uit het Profileringsfonds.

Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Bestuurlijke Activiteit: het lidmaatschap van het bestuur van een Erkende

    Studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid, een opleidingscommissie, het bestuur van een opleiding als bedoeld in artikel 9.17 WHW, de universiteitsraad of de faculteitsraad, alsmede activiteiten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied die naar het oordeel van het College van Bestuur mede in het belang zijn van Tilburg University of van het onderwijs dat studenten volgen, zulks overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.51 lid 2 sub a en b WHW;

  • Bestuursbeurs: Financiële Ondersteuning ten behoeve van een Bestuurlijke Activiteit;

  • Commissiebeurs: een onderverdeelde Bestuursbeurs ten behoeve van commissiewerk van substantiële omvang. Van substantiële omvang is enkel sprake indien het commissiewerk een duur kent van minimaal 4 maanden;

  • DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs;

  • EC: European credit(s) ook wel: studiepunt(en)

  • Erkende Studentenorganisatie: een stichting, vereniging of ander organisatorisch verband van enige omvang die activiteiten verricht die bijdragen aan de academische kennis of persoonlijke vorming en ontwikkeling van studenten van TiU en/of de maatschappelijke doelstelling van TiU en als zodanig ook is erkend door het College van Bestuur overeenkomstig het bepaalde in artikel 22 van deze Regeling;

  • Financiële Ondersteuning: een krachtens deze Regeling aan een student uit het Profileringsfonds van Tilburg University toe te kennen financiële vergoeding;

  • Regeling: deze Regeling profileringsfonds, financiële ondersteuning en bestuursbeurzen Tilburg University;

  • Schriftelijk: een schriftelijke vastlegging van een handeling, daaronder begrepen een elektronisch verifieerbare wijze van vastlegging in juist geadresseerde email of ander door TiU gehanteerd elektronisch communicatiemiddel;

  • Student: een natuurlijk persoon die bij TiU is ingeschreven voor een wettelijk erkende voltijdsopleiding hoger onderwijs;

  • Studiebeursperiode: de eerste 48 maanden waarin de student studiefinanciering ontvangt; in geval van een master met een vastgestelde studielast van 120 ec de eerste 60 maanden en in geval van een master met een vastgestelde studielast van 180 ec de eerste 72 maanden waarin de student studiefinanciering ontvangt;

  • Studiefinanciering: het geheel van rentedragende lening, aanvullende beurs, collegegeldkrediet, studentenreisproduct en ouderlijke bijdrage, ongeacht of een student van alle onderdelen gebruik maakt. Collegegeldkrediet op zich, zonder dat de student aanspraak maakt op een van de andere onderdelen, wordt niet beschouwd als studiefinanciering;

  • Studiejaar: gelijk aan het academisch- of collegejaar: het jaar waarin de student staat ingeschreven dat loopt van 1 september tot en met 31 augustus daaropvolgend;

  • Studentenorganisatie: een stichting, vereniging of ander organisatorisch verband van enige omvang die activiteiten verricht die bijdragen aan de academische kennis of persoonlijke vorming en ontwikkeling van studenten en/of een maatschappelijke doelstelling en voornemens is een aanvraag tot erkenning te doen overeenkomstig het bepaalde in artikel 22 van deze Regeling;

  • TiU: Tilburg University;

  • WHW: Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 2. Doel, toepassingsbereik en algemeen geldende voorwaarden
  1. Deze Regeling bevat de uitwerking van hoofdstuk 7, titel 3, paragraaf 2a van de WHW waarin wordt bepaald dat het instellingsbestuur voorzieningen treft voor de financiële ondersteuning van studenten die in verband met de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid studievertraging hebben opgelopen of naar verwachting zullen oplopen.
  2. De Hoofdstukken 2 en 3 en artikel 28 van deze Regeling beogen voorzieningen te treffen voor de financiële ondersteuning van studenten in geval sprake is van één van de in artikel 7.51 lid 2 sub c tot en met h WHW beschreven bijzondere omstandigheden. Hoofdstuk 4 beoogt voorzieningen te treffen voor de financiële ondersteuning van studenten in geval van een Bestuurlijke Activiteit.

  3. Een student komt enkel voor Financiële Ondersteuning, daaronder ook begrepen een Bestuursbeurs, in aanmerking indien de student;
    a. bij TiU is ingeschreven voor een wettelijk erkende voltijdsopleiding hoger onderwijs;
    b. in verband met de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid als beschreven in Hoofdstuk 2, 3 of 4 studievertraging heeft opgelopen of naar verwachting zal oplopen;
    c. feitelijk studerend is.

Hoofdstuk 2 - Financiële Ondersteuning studenten

Paragraaf 1. Financiële Ondersteuning wegens bijzondere omstandigheden

Artikel 3. Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op de student die bij TiU is ingeschreven voor een wettelijk erkende voltijdsopleiding hoger onderwijs, het wettelijk collegegeld verschuldigd is en voor die opleiding aanspraak heeft of aanspraak heeft gehad op de prestatiebeurs hoger onderwijs als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000.

Artikel 4. Bijzondere omstandigheden

Een Student kan bij het oplopen van studievertraging in aanmerking komen voor Financiële Ondersteuning in geval van de volgende bijzondere omstandigheden:

a. ziekte of zwangerschap en bevalling van de student;

b. lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornissen (handicap of chronische ziekte);

c. bijzondere familieomstandigheden;

d. een onvoldoende studeerbare opleiding;

e. erkende Talentstatus van het College van Bestuur (als bedoeld in het vigerend Reglement Duale Carrière TiU).

Artikel 5. Voorwaarden

  1. Om in aanmerking te komen voor Financiële Ondersteuning dient te zijn voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:
    a.  de student heeft aantoonbaar studievertraging opgelopen als gevolg van één van de bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4;
    b. de studievertraging heeft zich voorgedaan tijdens de Studiebeursperiode;
    c. de student heeft voldaan aan de meldingsplicht als bedoeld in artikel 6;
    d. de student is de eventueel met de studentendecaan schriftelijk overeengekomen afspraken gericht op het voorkomen of beperken van studievertraging nagekomen;
    e. de student maakt voor de onderhavige bijzondere omstandigheid geen gebruik van de Regeling Flexstuderen.
  2. Voor Financiële Ondersteuning komen voorts in aanmerking:
    a.    de student die is ingeschreven voor een masteropleiding waarvan het College van Bestuur a.g.v. artikel 7.4a lid 8 WHW heeft bepaald dat deze een studielast heeft van meer dan 60 ec;
    b.    de student die is ingeschreven voor een bachelor of masteropleiding waaraan niet opnieuw accreditatie is verleend en waarvan aan hem nog geen graad is verleend.

  3. Voor zover de student een beroep doet op de bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 4 sub e van deze Regeling geldt voorts dat de student geen inkomen kan hebben uit de desbetreffende activiteiten en dient de student in het geval het de activiteit roeien betreft een NOC*NSF status te hebben of deel uit te maken van het zogeheten RTC programma van Vidar.

Artikel 6. Verplichte melding bij de studentendecaan

  1. Om aanspraak te maken op Financiële Ondersteuning, daaronder ook begrepen medewerking aan verzoeken om een voorziening prestatiebeurs bij arbeidsongeschiktheid of bijzondere omstandigheden aan DUO, moet de student iedere omstandigheid genoemd in artikel 4 sub a tot en met d van deze Regeling die tot studievertraging kan leiden, melden of laten melden bij de studentendecaan onder overlegging van de nodige schriftelijke bewijsstukken. Zie meldingsplicht studievertraging. Melding bij de onderwijscoördinator of een docent leidt niet tot het ontstaan van enige aanspraak.
  2. De in het eerste lid bedoelde melding moet zo spoedig mogelijk plaats vinden, maar in ieder geval binnen twee maanden na het ontstaan van de bijzondere omstandigheid. Voor studievertraging die eerder dan twee maanden vóór de melding is ontstaan, bestaat geen aanspraak op Financiële Ondersteuning, tenzij de melding onmogelijk eerder gedaan kon worden.

Artikel 7. Aanvraag Financiële Ondersteuning

  1. Financiële Ondersteuning kan worden aangevraagd vanaf zes maanden vóór afloop van de Studiebeursperiode tot uiterlijk één jaar na afloop van de Studiebeursperiode.
  2. In afwijking van lid 1 van dit artikel kan de student die zich uitschrijft, zich niet opnieuw inschrijft of die wordt uitgeschreven bij TiU vóór het verstrijken van de Studiebeursperiode, Financiële Ondersteuning aanvragen vanaf twee maanden vóór de uitschrijfdatum tot uiterlijk één jaar na uitschrijving bij TiU.
  3. Wanneer de aanvraag wordt ingediend buiten de in lid 1 en 2 van dit artikel genoemde termijn, bestaat geen aanspraak op Financiële Ondersteuning en wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
  4. De aanvraag moet samen met relevante bewijsstukken worden ingediend op het hiervoor vastgestelde formulier, dat verkrijgbaar is en weer moet worden ingeleverd bij de studentendecaan. Zie Indienen verzoek.
  5. Op de aanvraag ontvangt de student binnen acht weken na ontvangst van alle relevante stukken een beslissing van het College van Bestuur. De beslissing vermeldt de mogelijkheid en de termijn voor het aantekenen van bezwaar.

Artikel 8. Vaststelling Financiële Ondersteuning

  1. De periode van studievertraging als gevolg van de omstandigheden genoemd in artikel 4 sub a tot en met d van deze Regeling wordt vastgesteld aan de hand van verschillende factoren waaronder de duur van de bijzondere omstandigheden, de onderwijsprogrammering, de feitelijk opgelopen vertraging en de tijd waarbinnen de vertraging kan worden ingehaald. De aldus vastgestelde periode van studievertraging, uitgedrukt in maanden, is tevens de maximale periode waarvoor de student in aanmerking komt voor Financiële Ondersteuning.
  2. Wanneer de student die gebruik maakt van de vigerende Regeling Flexstuderen door een andere bijzondere omstandigheid dan de omstandigheid op grond waarvan hij gebruik maakt van die regeling vertraging oploopt, wordt de duur van deze vertraging berekend naar rato van het aantal studiepunten van zijn programma.
  3. De duur van de Financiële Ondersteuning als bedoeld in artikel 5 lid 2 sub a van deze Regeling is gelijk aan de officiële nominale cursusduur (uitgedrukt in ec) van de desbetreffende opleiding minus 60 ec.
  4. De duur van de Financiële Ondersteuning als bedoeld in artikel 5 lid 2 sub b van deze Regeling is gelijk aan de officiële nominale cursusduur, uitgedrukt in maanden, van de betreffende opleiding minus het aantal maanden dat de student reeds prestatiebeurs heeft ontvangen.
  5. De duur van de Financiële Ondersteuning op grond van de bijzondere omstandigheid genoemd in artikel 4 sub e van deze Regeling bedraagt drie maanden per studiejaar waarin de vertraging is opgelopen én de student een door het College van Bestuur erkende Talentstatus had met een maximum van 12 maanden over de gehele studieperiode.

Artikel 9. Bedrag Financiële Ondersteuning

  1. De Financiële Ondersteuning bedraagt per maand €312 (vanaf september 2021, daarna jaarlijks verhoogd met het percentage waarmee het wettelijk collegegeld wordt verhoogd) plus de aanvullende beurs zoals de student die ontving in de laatste maand van de Studiebeursperiode.
  2. Wanneer de student aanspraak maakt op verlenging prestatiebeurs door DUO ter beoordeling door de studentendecaan, wordt het bedrag dat DUO kwijtscheldt van de lening, plus het bedrag van de eventuele aanvullende beurs, in mindering gebracht op het bedrag genoemd onder lid 1 van dit artikel.
  3. In afwijking van lid 1 en 2 van dit artikel ontvangt de student die vóór 1 september 2015 al studiefinanciering ontving, en studievertraging heeft opgelopen in de eerste 36 maanden van de Studiebeursperiode, een bedrag gelijk aan het bedrag van de basisbeurs in de laatste maand van toekenning, plus de aanvullende beurs in de laatste maand van toekenning, tenzij deze student aanspraak maakt op verlenging prestatiebeurs door DUO ter beoordeling door de studentendecaan, dan ontvangt de student geen Financiële Ondersteuning op grond van deze regeling.

Artikel 10. Uitbetaling van de Financiële Ondersteuning

  1. Uitbetaling vindt plaats per maand vanaf de eerste van de maand volgend op de laatste maand van de Studiebeursperiode.
  2. De Financiële Ondersteuning wordt verleend in de vorm van een gift. De student is verantwoordelijk voor de aangifte inkomstenbelasting.
  3. Bij Financiële Ondersteuning voor een langere periode dan zes maanden op de gronden genoemd in artikel 4 sub a tot en met d, kunnen door het College van Bestuur aan de student inspanningsverplichtingen worden opgelegd. In dat geval wordt de Financiële Ondersteuning vanaf de zevende maand toegekend onder de voorwaarde dat aan de inspanningsverplichtingen is voldaan.
Paragraaf 2. Overige Financiële Ondersteuning

Artikel 11. Erasmus plus aanvullend Scholarship (EPA)

  1. Doel: De EPA-scholarship is een aanvullende financiële bijdrage op de Erasmus Plus Grant. Studenten die aantoonbaar over onvoldoende middelen beschikken voor een Study Abroad periode, kunnen in aanmerking komen voor een "Erasmus Plus Aanvullend Scholarship". Daarvan is slechts sprake indien een student een maximaal aanvullende beurs van DUO heeft.
  2. Voorwaarden: Een student komt alleen in aanmerking voor een EPA-scholarship indien een Erasmus Plus Grant is toegekend. Verder geldt dat het moet gaan om een eerste buitenlandervaring in het kader van de studie. De student dient een motivatiebrief in te leveren, de meest recente toekenning van de maximale aanvullende beurs door DUO over de zes maanden voorafgaand aan de aanmeldtermijn voor de EPA-beurs en een overzicht van behaalde cijfers.
  3. Toekenning: TiU stelt vier beurzen beschikbaar per studiejaar. De toewijzing van de beurzen vindt plaats op basis van de behaalde studieresultaten. Degene met het hoogste gemiddelde studieresultaat, komt het eerst in aanmerking. Zo nodig kan een gesprek onderdeel vormen van de procedure.
  4. Bedrag: De beurs voor een Study Abroad periode bedraagt € 2500,- en wordt uitgekeerd in de vorm van een voorwaardelijke gift. Indien de student aan de verplichtingen van het Erasmus Plus programma (o.a. aantal behaalde credits, duur verblijf buitenland) voldoet, dan wordt de voorwaardelijke gift omgezet in een definitieve gift. Als de student niet voldoet aan de Erasmus Plus vereisten wordt de beurs teruggevorderd. Wanneer de student door bijzondere omstandigheden niet aan de voorwaarden heeft voldaan, en hij heeft dit tijdig gemeld bij een studentendecaan, dan kan, na beoordeling door de studentendecaan, worden besloten de beurs niet terug te vorderen. De student is verantwoordelijk voor de aangifte inkomstenbelasting
  5. Indienen verzoek: Het verzoek moet schriftelijk dan wel per e-mail worden ingediend bij de Erasmus+  Coördinator (erasmusplus@tilburguniversity.edu) op een daarvoor vastgesteld formulier, voor 15 oktober in het collegejaar voorafgaand aan de gewenste exchange periode. Verzoeken die na die datum worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Hoofdstuk 3 - Financiële ondersteuning internationale studenten

Artikel 12. Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op de student die bij TiU is ingeschreven voor een wettelijk erkende voltijdsopleiding hoger onderwijs waarvoor aan hem nog geen graad is verleend, die niet tot een van de groepen van personen als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet Studiefinanciering 2000 behoort (derhalve geen aanspraak maakt op prestatiebeurs of andere vorm van studiefinanciering en om die reden geen aanspraak kan maken op de in Hoofdstuk 2 getroffen voorziening voor Financiële Ondersteuning) en collegegeld verschuldigd is.

Artikel 13. Bijzondere omstandigheden

Bijzondere omstandigheden waarop de student een beroep kan doen bij het oplopen van studievertraging zijn:

  1. ziekte of zwangerschap en bevalling van de student;
  2. lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornissen (handicap of chronische ziekte);
  3. overlijden van familieleden in de eerste graad;
  4. een onvoldoende studeerbare opleiding;
  5. erkende Talentstatus van het College van Bestuur (als bedoeld in het Reglement Duale Carrière TiU).
Artikel 14. Voorwaarden
  1. Een student komt uitsluitend in aanmerking voor Financiële Ondersteuning indien is voldaan aan elk van de navolgende voorwaarden:
    a.  de student heeft aantoonbaar studievertraging opgelopen als gevolg van één van de bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 13 sub 1 tot en met 4;
    b. de studievertraging heeft zich voorgedaan tijdens de nominale studieduur van de opleiding;
    c. de student heeft voldaan aan de meldingsplicht als bedoeld in artikel 15;
    d. de student is de eventueel met de studentendecaan schriftelijk overeengekomen afspraken gericht op het voorkomen of beperken van studievertraging nagekomen;
    e. de student voldoet aan de leeftijdscriteria die gelden in de Wet Studiefinanciering 2000;
    f. de student maakt voor de onderhavige bijzondere omstandigheid geen gebruik van de Regeling Flexstuderen;
  2. Voor zover de student een beroep doet op de bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 13 sub 5 van deze Regeling geldt voorts dat de student geen inkomen kan hebben uit de desbetreffende activiteiten en dient de student in het geval het de activiteit roeien betreft een NOC*NSF-status te hebben of deel uit te maken van het zogeheten RTC programma van Vidar.
Artikel 15. Verplichte melding bij de studentendecaan
  1. Om aanspraak te maken op Financiële Ondersteuning, daaronder ook begrepen medewerking aan verzoeken om een voorziening prestatiebeurs bij arbeidsongeschiktheid of bijzondere omstandigheden aan DUO, moet de student iedere omstandigheid genoemd in artikel 13 sub a tot en met d van deze Regeling die tot studievertraging kan leiden, melden of laten melden bij de studentendecaan onder overlegging van de nodige schriftelijke bewijsstukken. Zie meldingsplicht studievertraging. Melding bij de onderwijscoördinator of een docent leidt niet tot het ontstaan van enige aanspraak.
  2. De in het eerste lid bedoelde melding moet zo spoedig mogelijk plaats vinden, maar in ieder geval binnen twee maanden na het ontstaan van de bijzondere omstandigheid. Voor studievertraging die eerder dan twee maanden vóór de melding is ontstaan, bestaat geen aanspraak op Financiële Ondersteuning, tenzij de melding onmogelijk eerder gedaan kon worden.
Artikel 16. Aanvraag Financiële Ondersteuning
  1. De aanvraag om Financiële Ondersteuning moet worden ingediend voor het eind van het laatste nominale studiejaar van de opleiding waarin de vertraging is opgelopen, tot uiterlijk 3 maanden na afloop daarvan. Bij een bachelor is dat vóór het einde van het derde jaar; bij een master van 60 EC vóór het einde van het eerste jaar, bij een master van 120 EC vóór het einde van het tweede jaar, en bij een master van 180 ec vóór het einde van het derde jaar.
  2. Wanneer de aanvraag wordt ingediend buiten de in lid 1 van dit artikel genoemde termijn, bestaat geen aanspraak op Financiële Ondersteuning en wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
  3. De aanvraag moet samen met relevante bewijsstukken worden ingediend op het hiervoor vastgestelde formulier, dat verkrijgbaar is en weer moet worden ingeleverd bij de studentendecaan. Zie Indienen verzoek.
  4. Op de aanvraag ontvangt de student binnen acht weken na ontvangst van alle relevante stukken een beslissing van het College van Bestuur. De beslissing vermeldt de mogelijkheid en de termijn voor het aantekenen van bezwaar.
  5. De navolgende bewijsstukken dienen afhankelijk van de bijzondere omstandigheid waarop de student zich beroept, met het formulier te worden meegestuurd in het Nederlands, Engels, of Duits (indien vertaald dan in een beëdigde vertaling):
    a. verklaring van een in Nederland gevestigde arts/psycholoog/verloskundige;
    b. bericht van overlijden uit het bevolkingsregister;
    c. overzicht van eerder gevolgd hoger onderwijs in of buiten Nederland.
Artikel 17. Vaststelling Financiële Ondersteuning

De periode van studievertraging wordt vastgesteld aan de hand van verschillende factoren waaronder de duur van de bijzondere omstandigheden, de onderwijsprogrammering, het causale verband tussen de omstandigheden en de feitelijk opgelopen vertraging en de tijd waarbinnen de vertraging kan worden ingehaald, met dien verstande dat de Financiële Ondersteuning nooit voor een periode langer dan drie maanden wordt uitgekeerd, ongeacht de duur van de feitelijke vertraging.

Artikel 18. Bedrag van de Financiële Ondersteuning
  1. De Financiële Ondersteuning per maand bedraagt € 312 (vanaf september 2021, daarna jaarlijks verhoogd met het percentage waarmee het wettelijk collegeldtarief wordt verhoogd).
  2. De student die het instellingscollegegeld betaalt op grond van zijn nationaliteit, en op grond van dit hoofdstuk aanspraak kan maken op Financiële Ondersteuning komt, voor een periode die gelijk is aan die van de Financiële Ondersteuning, ook in aanmerking voor vergoeding van het verschil tussen het feitelijk betaalde instellingscollegegeld en het wettelijk collegegeld in het jaar van uitbetaling van de Financiële Ondersteuning.
  3. De Financiële Ondersteuning wordt gemaximeerd op drie maanden per studiejaar voor elk van de studiejaren van de nominale studieduur van de opleiding.
  4. Cumulatie van bijzondere omstandigheden bedoeld in artikel 13 leidt nooit tot een Financiële Ondersteuning van meer dan drie maanden per studiejaar.
  5. De Financiële Ondersteuning wordt verleend in de vorm van een gift. De student is verantwoordelijk voor de aangifte inkomstenbelasting
Artikel 19. Uitbetaling van de Financiële Ondersteuning
  1. Uitbetaling vindt plaats per maand vanaf de eerste maand volgend op het verstrijken van de periode die genoemd is in artikel 14 lid 2 onder f.
  2. Bij Financiële Ondersteuning voor een langere periode dan zes maanden op de gronden genoemd in artikel 13 sub a tot en met e van deze Regeling kunnen door het College van Bestuur aan de student inspanningsverplichtingen worden opgelegd. In dat geval wordt de Financiële Ondersteuning vanaf de zevende maand toegekend onder de voorwaarde dat aan de inspanningsverplichtingen is voldaan.

Hoofdstuk 4 - Financiële Ondersteuning Bestuurlijke Activiteiten

Artikel 20. Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op de student die bij TiU is ingeschreven voor zover sprake is van een Bestuurlijke Activiteit en voor die opleiding collegegeld verschuldigd is.

Artikel 21. Commissie Bestuursbeurzen
  1. University kent een Commissie Bestuursbeurzen die belast is met de verdeling van Bestuursbeurzen, het adviseren over de erkenning van studentenorganisaties en de individuele toekenning van Bestuursbeurzen, alsmede het behandelen van verzoeken voor bijdragen uit het stimuleringsfonds en de organisatie van training en opleiding van bestuurlijke actieve studenten bij studentenverenigingen en -organisaties.
  2. De Commissie Bestuursbeurzen heeft de volgende taken en bevoegdheden:
    a. algemene advisering College van Bestuur en aanspreekpunt voor studentenverenigingen en -organisaties en studenten met betrekking tot de erkenning en toekenning van Bestuursbeurzen;
    b. advisering College van Bestuur terzake van erkenningsverzoeken als bedoeld in artikel 22;
    c. het namens het College van Bestuur besluiten op individuele aanvragen van studenten tot Financiële Ondersteuning als bedoeld in artikel 26.
  3. De Commissie Bestuursbeurzen bestaat uit drie personeelsleden van TiU en twee studentleden die als student zijn ingeschreven bij TiU.
  4. De leden van de Commissie Bestuursbeurzen worden benoemd, geschorst en ontslagen door het College van Bestuur. De personeelsleden worden voor onbepaalde tijd benoemd. Hun benoeming eindigt in elk geval op het moment van uitdiensttreden. De studentleden worden benoemd voor een periode van één jaar met de mogelijkheid van éénmalige verlenging van één jaar. Het lidmaatschap van een student die zich tijdens het studiejaar uitschrijft als student bij TiU, wordt met ingang van de datum uitschrijving beëindigd.
Artikel 22. Erkenning Studentenorganisatie
  1. Een bestuursbeurs kan worden toegekend voor het door studenten verrichten van bestuurlijke activiteiten bij een studentenorganisatie die door het College van Bestuur na verkregen advies van de Commissie Bestuursbeurzen is erkend.
  2. Bij de erkenning worden de volgende groepen onderscheiden:
  • groep 1: medezeggenschap (artikel 7.51 lid 2 sub a WHW);
  • groep 2: cultuur, introductie, werk- en stage bemiddeling, maatschappij en internationalisering (artikel 7.51 lid 2 sub b WHW);
  • groep 3: facultaire studieverenigingen (artikel 7.51 lid 2 sub b WHW);
  • groep 4: studentensport- en gezelligheidsverenigingen (artikel 7.51 lid 2 sub b WHW).
  1. Als bestuurlijke activiteiten voor groep 1 worden erkend:
  • het lidmaatschap, daaronder begrepen het voorzitterschap, van de universiteitsraad, de faculteitsraad, het bestuur van een opleiding of een opleidingscommissie of het student-adviseurschap van een faculteitsbestuur;
  • het lidmaatschap bestuur van een stichting die blijkens haar statuten tot doel heeft de exploitatie van studentenvoorzieningen voor Tilburg University,;
  • het lidmaatschap van een naar het oordeel van het College van Bestuur gelet op de taak met het voorgaande gelijk te stellen orgaan.
  1. Om als studentenvereniging of- organisatie voor erkenning in groep 2, 3 of 4 in aanmerking te komen dient aan de volgende eisen te voldoen;
    1. de activiteiten dragen bij aan de academische kennis of persoonlijke vorming en ontwikkeling van de student van TiU en de maatschappelijke doelstelling van TiU;
    2. het lidmaatschap en de activiteiten zijn toegankelijk voor de student, er wordt geen ongerechtvaardigd onderscheid gemaakt en;
    3. de vereniging of organisatie bevordert de diversiteit van leden of deelnemers van activiteiten en;
    4. de vereniging of organisatie waarborgt bij het verrichten van zijn activiteiten de goede naam en reputatie van TiU en de studentengemeenschap;
    5. de verenging of organisatie houdt zich aan de wettelijke regels en;
    6. de vereniging of organisatie onderschrijft de gedragscode kennismakingstijd en de normen en waarden daaruit en andere algemene gedragscodes geldend binnen TiU en zorgt voor een veilige en vertrouwde omgeving waar leden respectvol met elkaar omgaan.
Artikel 23. Procedure en vaststelling erkenning
  1. Een Studentenorganisatie die een Bestuurlijke Activiteit verricht behorende tot groep 2, 3 of 4 kan een aanvraag tot erkenning indienen bij de Commissie Bestuursbeurzen en/of het College van Bestuur. De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden uit deze regeling.
  2. Bij de aanvraag verstrekt de Studentenorganisatie alle gegevens die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag, waaronder in ieder geval wordt verstaan:
    • een ingevuld formulier aanvraag erkenning;
    • de statuten;
    • het meest recente jaarverslag en;
    • indien beschikbaar een accountantsverklaring van het ledenaantal op 1 oktober van het betreffende studiejaar.
  3. De Commissie Bestuursbeurzen kan nadere informatie opvragen bij het dan aangestelde bestuur van de Studentenorganisatie en hen horen.
  4. Het College van Bestuur hanteert voor de erkenning, en bijbehorende verdeling van Bestuursbeurzen een cyclus van drie jaar. Erkenning vindt ééns per drie jaar plaats. Studentenorganisaties kunnen op elk moment en uiterlijk een half jaar voor aanvang van de vastgestelde cyclus van drie jaar een aanvraag indienen. Een erkenning treedt in werking per de eerstvolgende 1 september van de vastgestelde cyclus van drie jaar.  De vastgestelde cyclus vangt aan in het jaar 2023 en vervolgens in 2026, 2029, etc. Om in aanmerking te komen voor het eerstvolgende moment waarop erkenning kan ingaan, dient de aanvraag uiterlijk op 1 februari van het desbetreffende jaar te zijn ingediend. 
  5. In de twee tussenliggende jaren dienen de erkende verenigingen en organisaties een daartoe vastgesteld ingevuld formulier met jaarverslag in te dienen bij de Commissie Bestuursbeurzen. Zo nodig vindt een gesprek plaats met de betrokken bestuursleden.
  6. De erkenning geschiedt voor de duur van de cyclus van drie jaar. Om voor een verlenging van de erkenning in aanmerking te komen, dient de vereniging of organisatie opnieuw een aanvraag voor erkenning in te dienen. 
  7. Het College van Bestuur beslist, op advies van de Commissie Bestuursbeurzen, uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de erkenning voor het komende studiejaar kan ingaan over de erkenningsaanvraag en informeert daarbij tevens in welke groep de erkenning plaatsvindt.
Artikel 24. Opschorting of tussentijdse beëindiging erkenning studentenorganisatie

Het College van Bestuur kan de erkenning van een Studentenorganisatie tussentijds opschorten of beëindigen in geval de Erkende Studentenorganisatie, of een lid of deelnemer daarvan, zich schuldig maakt aan maatschappelijk onaanvaardbaar gedrag of anderszins de goede naam en reputatie van de universiteit schaadt. Hiertoe kan slechts worden overgegaan indien en voor zover het handelen van betrokken redelijkerwijs is toe te rekenen aan de Erkende Studentenorganisatie. Alvorens het College van Bestuur overgaat tot tussentijdse opschorting of beëindiging van de erkenning, wordt de Erkende Studentenorganisatie in de gelegenheid gesteld te worden gehoord

Artikel 25. Verdeling Bestuursbeurzen
  1. Het College van Bestuur stelt uiterlijk op 1 juni voor de start van elke driejaarcyclus het budget vast dat in die periode van drie studiejaren beschikbaar is ten behoeve van de toekenning van Bestuursbeurzen en verdeelt dit budget onder de groepen en de erkende studentenorganisaties. De medezeggenschapsorganen en Erkende Studentenorganisaties worden geïnformeerd over het budget en het aantal Bestuursbeurzen dat aan de leden van de medezeggenschapsorganen en door de Erkende Studentenorganisatie aan te wijzen studenten kan worden toegekend. Voor zover het betreft Bestuursbeurzen voor leden van medezeggenschapsorganen, komen enkel verkozen leden in aanmerking voor een Bestuursbeurs. Een Erkende Studentenorganisatie kan ervoor kiezen om Bestuursbeurzen onder te verdelen in commissiebeurzen.
  2. De student die aanspraak kan maken op een Bestuursbeurs wordt bij aantreden door het medezeggenschapsorgaan of de Erkende Studentenorganisatie geïnformeerd over het aantal beschikbare maanden Bestuursbeurs voor zijn of haar functie per jaar.
  3. Uiterlijk 1 oktober van het studiejaar levert de voorzitter van het medezeggenschapsorgaan of de Erkende Studentenorganisatie een lijst aan de Commissie Bestuursbeurzen aan met daarop de namen van de studenten die naar het oordeel van de Erkende Studentenorganisatie in aanmerking komen voor een Bestuursbeurs, de functies van hen en het aantal maanden Bestuursbeurs waarvoor zij in aanmerking komen.
Artikel 26. Individuele aanvraag Bestuursbeurs door student
  1. De student die een bestuurlijke activiteit heeft verricht voor een medezeggenschapsorgaan uit groep 1 wordt door de Commissie Bestuursbeurzen benaderd met het verzoek een aanvraagformulier voor de Bestuursbeurs in te vullen. De student dient de aanvraag uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de bestuurlijke activiteit plaatsvindt in te dienen bij de Commissie Bestuursbeurzen.
  2. De student die een bestuurlijke activiteit heeft verricht voor een Erkende Studentenorganisatie dient de aanvraag voor een Bestuursbeurs of Commissiebeurs uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden in bij de Commissie Bestuursbeurzen.
  3. Een student die zich tussentijds uitschrijft aan TiU kan een tussentijdse aanvraag indienen, uiterlijk acht weken voorafgaand aan het moment waarop uitschrijving als student aan TiU plaatsvindt.
  4. Op de aanvraag ontvangt de student binnen acht weken na ontvangst van alle relevante stukken een beslissing van de Commissie Bestuursbeurzen, namens het College van Bestuur. De beslissing vermeldt de mogelijkheid en de termijn voor het aantekenen van bezwaar.
Artikel 27. Bedrag en uitbetaling Financiële Ondersteuning
  1. De hoogte van de Bestuursbeurs bedraagt € 312 per maand (vanaf september 2021 , daarna jaarlijks verhoogd met het percentage waarmee het wettelijk tarief wordt verhoogd) en de hoogte van de Commissiebeurs bedraagt de helft van het bedrag van de bestuursbeurs. De bedragen worden toegekend in de vorm van een gift. De student is verantwoordelijk voor de aangifte inkomstenbelasting.
  2. Aan een student die in zijn bestuursjaar in aanmerking kwam voor een aanvullende beurs van DUO wordt naast de Bestuursbeurs het maandbedrag van de aanvullende beurs uitgekeerd. Peildatum voor de vaststelling van het bedrag is de maand augustus van het studiejaar waarover de Bestuursbeurs wordt uitbetaald.
  3. Het bedrag van de Bestuursbeurs wordt jaarlijks per aanvang van het academisch jaar geïndexeerd met het percentage waarmee het wettelijk collegegeld voor datzelfde academisch jaar wordt geïndexeerd.
  4. De maximale Bestuursbeurs is negen maanden per student per studiejaar en elf maanden per student per studiejaar voor zware bestuursfuncties. Een student kan gedurende zijn inschrijving aan TiU maximaal 24 maanden Bestuursbeurs toegekend worden.
  5. Uitbetaling van de Bestuursbeurs vindt ineens plaats door TiU uiterlijk op 31 augustus van het betreffende studiejaar.

Hoofdstuk 5 - Slotbepalingen

Artikel 28. Hardheidsclausule

Indien afwijzing van een verzoek tot Financiële Ondersteuning of erkenning als studentenorganisatie op grond van deze regeling of de toepassing van bepalingen in deze regeling tot onbillijkheden van overwegende aard zou leiden, kan het College van Bestuur gemotiveerd van deze regeling afwijken.

Artikel 29. Bezwaar- en beroepsmogelijkheden
  1. Een student kan binnen zes weken na bekendmaking van een individuele beslissing die genomen is op grond van deze Regeling bezwaar aantekenen tegen die beslissing bij de Commissie van Advies voor de Bezwaar- en Beroepschriften, www.tilburguniversity.edu/bezwaar.
  2. Binnen zes weken na bekendmaking van de beslissing op het bezwaarschrift kan de  betrokken student beroep instellen bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs, www.cbho.nl.
  3. In geval van een (potentieel) geschil tussen een Studentenorganisatie en Tilburg University die betrekking heeft op een erkenning als bedoeld in deze Regeling kan de Studentenorganisatie zich wenden tot het College van Bestuur en kan het College van Bestuur advies vragen aan de Commissie Bestuursbeurzen. Het College van Bestuur kan een nadere procedure vaststellen ter minnelijke beslechting van geschillen tussen een Studentenorganisatie en Tilburg University voor zover deze betrekking heeft op de erkenning als bedoeld in deze Regeling.
Artikel 30. Overgangs- en slotbepaling
  1. Deze Regeling treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 september 2020. Alle eerdere door het College van Bestuur vastgestelde Regelingen met betrekking tot het profileringsfonds worden met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze Regeling ingetrokken voor zover het niet betreft aanvragen van studenten die betrekking hebben op het studiejaar 2019/2020 of eerder. Daarvoor blijft de Regeling die in dat studiejaar van toepassing was van kracht.
  2. Studentenorganisaties aan wie in het studiejaar 2019/2020 Bestuursbeurzen zijn toegekend, worden allen geacht te kwalificeren als Erkende Studentenorganisatie conform deze Regeling van 1 september 2020 tot 1 september 2021.
  3. Deze Regeling wordt aangehaald als: ‘Regeling Profileringsfonds, Financiële Ondersteuning en Bestuursbeurzen Tilburg University’.