-

Dossier Digitale samenleving

Interview: "W-i-l j-e m-ij-n v-r-ie-n-d-je- z-ij-n?"

Robots komen eraan, voorziet ook docent en onderzoeker Paul Vogt. In scholen, ziekenhuizen en thuis zullen ze hun weg vinden. En kinderen willen natuurlijk graag met ze spelen. Een goed idee?

Fotografie: Gerdien Wolthaus Paauw

Fotografie: Gerdien Wolthaus Paauw

Interview door Marga van Zundert

Wanneer leerlingen hun robotdocent aardig vinden, motiveert dat net als bij echte docenten, veronderstelt Paul Vogt. Een vriendschapsband helpt dus wellicht om beter en sneller te leren. En zie je je robothulp als een maatje dan gebruik je die vermoedelijk vaker. Robots kunnen dus beter hun taak uitvoeren als we ze als vriend beschouwen. “Zo’n vriendschap kan en moet natuurlijk geen echte vriendschappen vervangen”, zegt Vogt. “Maar ik wil graag weten of en hoe zo’n vriendschap kan ontstaan.”

Daarom liet hij een robot taalles laten geven aan meer dan tweehonderd kinderen van vijf-zes jaar oud. Uit de eerste resultaten van dit L2TOR-project (spreek uit ‘el tu-tor’) blijkt dat kinderen niet sneller of meer woorden leren dan met een tablet. Maar misschien vonden ze het wel leuker. Dat kan Vogt nog niet zeggen, omdat nog niet alle data zijn geanalyseerd. In een ander experiment liet Vogt kinderen een quiz spelen tegen dezelfde robot. De quiz eindigde altijd in een gelijkspel, maar er was een groot cadeau bedoeld voor de winnaar en klein cadeau voor de verliezer. Daarom werd er geloot. Wanneer kinderen het grote cadeau kregen, vonden ze dat zielig voor de robot, een vorm van empathie voor een apparaat. Een pril begin van mogelijke vriendschap, redeneert Vogt. 

Om welke robot gaat het?

“Een Nao, uit Frankrijk. Dat is een vrolijk ogend, kniehoog robotje. Hij, of eigenlijk ‘het’, kan duidelijk blijheid of teleurstelling tonen. Veel kinderen troostten Nao spontaan als die een spelletje verliest. De robot is ook veel gebruikt voor onderzoek bij kinderen met ADHD of autisme.”

Houd je kinderen eigenlijk niet gewoon voor de gek met een robotvriend?

“Omdat Nao beweegt, twijfelen kinderen soms of hij leeft. Wij vertellen altijd meteen dat het een robot is, een apparaat. Dat hebben ze overigens zelf ook snel in de gaten. Spraakherkenning van kinderstemmen lukt nog niet, dus alle interactie verloopt via een tablet. Nao vraagt bijvoorbeeld the elephant op een scherm aan te wijzen of the monkey. Lukt dat, dan krijgen kinderen een ‘goed zo’ of ‘geweldig’ terug. Maar voor een echte vriendschap is directe interactie nodig, weten we. Dat is nu technisch nog te moeilijk.” 

Kan het echt: een robot als vriend?

“Dat is speculeren. Ik denk dat er zeker vriendschappen zullen ontstaan als robots intelligenter worden. En dan moet je daar ook ethische vragen bij stellen. Maar of zo’n vriendschap lang standhoudt, betwijfel ik. Mijn doel is te ontdekken hoe een vriendschapsband ontstaat. Wat is daarvoor nodig?”

Wat wordt het volgende experiment?

“Er staat nog geen concreet experiment op de planning, maar we willen Nao les laten geven aan wat oudere kinderen om te kijken of we verschillen zien. En er is net een nieuw, klein, blokvormig robotje op wieltjes op de markt, genaamd Cozmo. Die wil spelletjes met je doen en kan emoties tonen via geluiden, sprongetjes en gezichtsuitdrukkingen op een schermpje. En je kunt hem zelf programmeren. Ik zou ook Cozmo graag inzetten om kinderen te verleiden taalspelletjes te doen. Omdat dit robotje niet zo duur is, zou je die ook mee naar huis kunnen geven en onderzoeken wat kinderen dan leren, en of ze zich aan het robotje gaan hechten. Bij Nao kan dat helaas niet, die kost een paar duizend euro.” 

Waarom doe je het onderzoek eigenlijk met kinderen?

“Tijdens mijn promotie onderzocht ik hoe robots taal leren van elkaar. Dat draaide vooral om kunstmatige intelligentie. Daarna ben ik vooral bezig geweest met taalwetenschap: hoe verwerven kinderen taal? Vier, vijf jaar geleden sprak ik een mede-promovendus van toen en al pratend kwamen die twee onderzoeksinteresses bij elkaar in het idee om te onderzoeken hoe kinderen taal van een robot kunnen leren. En de rol van vriendschap daarin boeide me meteen.”

Dr. Paul Vogt is universitair hoofddocent Cognitive Science and Artificial Intelligence aan Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in sociale robotica en kind-robot interactie.