-

Dossier Duurzaamheid

‘Wetgeving niet klaar voor energietransitie’

Nederland moet overstappen van fossiele brandstoffen naar duurzame bronnen. Maar de huidige wetgeving belemmert deze transitie, constateert juriste Saskia Lavrijssen. Ze onderzoekt onder meer hoe de nieuwe positie en rol van consumenten beter in de wet verankerd kan worden. Tekst: Rutger Vahl, Foto: Dolph Cantrijn

Saskia Lavrijssen: “De wetgeving is nog erg per sector georganiseerd en niet klaar voor een samenleving waarin sectoren geïntegreerd zijn en waar nieuwe businessmodellen ontstaan.”

Saskia Lavrijssen: “De wetgeving is nog erg per sector georganiseerd en niet klaar voor een samenleving waarin sectoren geïntegreerd zijn en waar nieuwe businessmodellen ontstaan.”

Steeds meer huizen krijgen zonnepanelen, tuinders wekken stroom op en grote windmolenparken zorgen voor een schoon maar niet-constant energieaanbod. Tegelijk doen elektrische auto’s hun intrede. Zij dienen niet louter als een vervoermiddel maar lenen hun accu’s soms ook voor opslag en levering van stroom in de wijk. Het energielandschap verandert rap. Maar de wetgeving, gemaakt in een fossiel tijdperk, is daar helemaal niet klaar voor. Dat constateert professor Saskia Lavrijssen, sinds 1 september 2015 hoogleraar Economic Regulation and Market Governance of Network Industries. Haar onderzoek, ingebed in TILEC (Tilburg Law and Economics Center), richt zich op huishoudelijke en zakelijke consumenten in de energie- en watersector. Speciale aandacht heeft ze voor het goed regelen van rechten en plichten in het nieuwe energielandschap. Spannend onderzoek, want de rol van kleine verbruikers verandert ingrijpend nu de energievoorziening steeds meer decentraal plaatsvindt.

Waar richt uw onderzoek zich op?

“Ik kijk naar de regulering en governance van sectoren met grote infrastructuren, zoals transport, energie en water. De laatste tijd concentreert dat onderzoek zich op de energietransitie. Nederland wil de doelstellingen halen van het klimaatakkoord van Parijs (2015). Dat stelt dat de CO2-uitstoot fors omlaag moet om de temperatuurstijging op aarde binnen anderhalve graad te houden. De energiesector in Nederland is nog voor 95 procent afhankelijk van fossiele brandstoffen. Verduurzaming van de energieopwekking alsmede de doorvoering van een efficiënt energiegebruik hebben daarmee hoge prioriteit.”

In de discussie over energietransitie gaat het vaak over nieuwe technologieën of staan milieubeschermers en klimaatsceptici tegenover elkaar. Over de juridische kant hoor je veel minder…

“Terwijl een goede juridische verankering cruciaal is voor het slagen van de energietransitie! De huidige wetgeving is gebaseerd op het oude model van grote kolen- en gascentrales. Nu komen er echter steeds meer nieuwe, kleine spelers op de markt. De wetgeving is daar niet op ingericht. Zo moet de consument nu een leveringsvergunning aanvragen om bijvoorbeeld stroom aan zijn buurman te mogen leveren. Dat is een barrière. Die decentrale opwekking heeft ook grote consequenties voor het netwerk, want decentraal opgewekte stroom moet meteen weer gebruikt worden. Er kan geen overschot zijn. Een distributiesysteembeheerder (DSO) moet de volatiele vraag en aanbod in balans houden. Zo’n partij bestaat al, de netbeheerder,  maar zijn rol en functie wordt anders. De huidige wet regelt bijna niet hoe deze in deze nieuwe setting georganiseerd moet zijn. Ook is bijna niet geregeld wat de rechten en plichten zijn en hoe de onafhankelijkheid van de DSO geborgd wordt. Een langetermijnperspectief ontbreekt.”

Welke aanbevelingen doet u?

"Die hebben enerzijds betrekking op het opnieuw definiëren en invullen van de rollen van de diverse spelers op de energiemarkt, waaronder de consument en de DSO. Ook procedures moeten veranderen. Zo kan de consument geen voorstellen indienen over hoe hij of zij toegang wil krijgen tot het stroomnet of over netwerktarieven. Een belangrijke aanbeveling is dat consumenten, al dan niet georganiseerd in bijvoorbeeld lokale energie gemeenschappen, in een vroegere fase moeten kunnen meepraten. Ik bepleit dat ze initiatiefrecht krijgen over voorwaarden en tarieven voor de toegang tot het energienetwerk. Want weliswaar komen de commodityprijzen voor energie door vraag en aanbod tot stand, dat geldt niet voor de kosten van de infrastructuur, het netwerk, de aansluiting. Die worden de consument van hogerhand opgelegd en bedragen een derde van de totale energieprijs. Ik vind dat de consument moet kunnen meepraten hoe die infrastructuurkosten worden berekend.”

Zit u vooral achter uw bureau met de wetboeken binnen handbereik?

“Nee, ik heb juist veel contact met anderen en vaak ook buiten de deur. Het onderzoek is heel multidisciplinair. Zo werk ik samen met bestuurskundigen en economen. Afgelopen maanden heb ik een onderzoeksvoorstel geschreven met mede-Tilburgers Henk Akkermans, Martijn Groenleer en Wendy van der Valk. Dat ging over de datarevolutie en hoe die de energietransitie en de vervoers- en watersector beïnvloedt. Alles wordt immers slimmer, er komen massa’s data beschikbaar. Big data biedt mogelijkheden; je kunt bijvoorbeeld vraag en aanbod en prijzen beter gaan voorspellen. Maar er is ook een juridische kant: wie is de eigenaar van de data en hoe deel je deze informatie zodat er nieuwe partijen tot de markt kunnen toetreden?”

Houdt u zich alleen met energie bezig?

“Nee, mijn onderzoek richt zich op alle sectoren die van oudsher in overheidshanden waren of een nutsfunctie hadden. Dus hebben water en transport ook mijn aandacht. Al die sectoren komen steeds meer samen. Denk aan Mainport Rotterdam, waar een grote nieuwe elektriciteitscentrale is gebouwd, en Schiphol dat een mobiliteitsknooppunt is. De wetgeving is nog erg per sector georganiseerd en niet klaar voor een samenleving waarin sectoren geïntegreerd zijn en waar, om die reden, nieuwe businessmodellen ontstaan.”

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) wil graag dat universiteiten samenwerken met maatschappelijke partners. Hoe vult u dit in?

“De Vereniging Energie en Milieu en Water uit Woerden financiert één dag van mijn leerstoel; zij vertegenwoordigen de grote energieafnemers en hebben veel expertise in huis in transitie en regulering. Netwerkbedrijf Alliander is medefinancier van onderzoek naar de nieuwe rol van DSO’s dat in opdracht van het Centre for Regulation in Europe werd uitgevoerd. Dat heb ik samen met alumnus Ruud Berndsen gedaan. Andere partners waarmee ik werk zijn de Autoriteit Consument en Markt, de Europese Verladersorganisatie, ProRail en Havenbedrijf Rotterdam.”

Zijn er al concrete resultaten te melden?

“Het gaat om ingrijpende zaken die niet van vandaag of morgen veranderen. Maar ik merk wel dat ik invloed kan hebben. Zo heb ik gepleit voor een klimaatcommissaris, die boven de partijen staat en het hele veld overziet en van daaruit adviseert en coördineert. Die commissaris zie ik terugkomen in het debat, net als mijn pleidooi voor een betere bescherming van de positie van de consument. Er zijn ook wel eens kamervragen gesteld naar aanleiding van een column die ik had geschreven.”

Tot slot, wat zijn uw drijfveren?

“Ik vind het mooi en uitdagend dat ik me met een complex maatschappelijk probleem mag bezighouden en met veel partijen aan de toekomst van Nederland en Europa kan werken. Ook leuk vind ik dat ik jonge mensen mag opleiden. Het is erg motiverend te zien dat studenten tijdens hun stage voor het eerst een verband gaan zien tussen wat ze in de collegebanken leren en wat ze daar later mee kunnen gaan doen.”