-

Dossier Duurzaamheid

Wolf in Nederland is Europees succesverhaal

Door Arie Trouwborst, Kees Bastmeijer, Jennifer Dubrulle, Floor Fleurke, Han Somsen en Jonathan Verschuuren


Dit opiniestuk verscheen op zaterdag 14 maart 2015 in Trouw

De voorhoede van de Europese wolvenopmars heeft Nederland bereikt, zoveel is duidelijk. Sinds het heengaan van de laatste Nederlandse wolf in de 19e eeuw is hier nogal wat veranderd, zoals Wim Boevink constateerde (Trouw, 11 maart). Neem het simpele feit dat de wolf die de afgelopen week door het land zwierf niet is afgeschoten. Wetgeving speelt hierbij een sleutelrol. Onder de ‘Jagt en Visscherijwet 1814’ werd men voor het inleveren van een dode wolf nog beloond met een premie van, naar huidige maatstaven, 500 euro.

Nu genieten wolven juridische bescherming, vooral van Europa, via de EU Habitatrichtlijn. Die schrijft zulke bescherming voor – niet alleen voor de wolf, maar voor tal van kwetsbare soorten. Maar is dat geen doorgeschoten Europese regelzucht? Zijn wij in Nederland zelf niet in staat te bepalen of de wolf welkom is?

Effectieve bescherming

Die Europese waarborgen zijn echter juist de crux voor een effectieve bescherming. In landen waar het beleid omtrent terugkerende wolven wordt overgelaten aan een vrije nationale afweging krijgt de soort nauwelijks een poot aan de grond. Dat is zo in Noorwegen en Zwitserland, waar de Habitatrichtlijn niet geldt. De Noren beperken de nationale wolvenpopulatie al jaren tot een schamele 3 roedels, en in Zwitserland ligt het aantal wolven nog lager.

Dit staat in scherp contrast met de EU-lidstaten Zweden, Frankrijk en Duitsland. De nationale sentimenten aangaande de wolf in deze landen verschillen echt niet radicaal met die van de buren. Wel geldt hier de Habitatrichtlijn. Die laat weliswaar ruimte voor nationaal beleid waarin ook andere belangen meewegen, maar die mogen het bereiken van een gezonde wolvenpopulatie niet verhinderen. In zowel Zweden, Frankrijk als Duitsland staat de teller rond de driehonderd wolven. Er zijn maar weinig andere soorten die de toegevoegde waarde van de Habitatrichtlijn zo helder illustreren.

Dat wolven geen wildernis nodig hebben, weten we al langer. Sterker nog, de dieren lijken slechts twee eisen te stellen aan hun habitat, namelijk dat er genoeg te eten is, en dat ze niet bij elke gelegenheid op de korrel worden genomen. Desondanks vormt het dichtbevolkte Nederland een uitdaging van een kaliber waaraan de wolf zich niet eerder waagde. In Nederland is de Europese comeback van de wolf daarmee een unieke fase ingegaan, waarin we ongetwijfeld meer leren over het aanpassingsvermogen van wolf én mens.

Pluim voor provincies

De uitdaging voor de Nederlandse autoriteiten wordt nog vergroot door de recente decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies. De wolf legt de klauw wat dat betreft stevig op de zere plek. Het Drents bevoegd gezag had nog maar net een plan de campagne of het dier was alweer de grens over naar Groningen. Bovendien was deze eerste wolf geen doorsnee exemplaar, vanwege een opvallend gebrek aan schuwheid. In dit licht is de beheerste wijze waarop de provinciale autoriteiten met de situatie omgingen een pluim waard.

De Europese Commissie beziet momenteel of de Habitatrichtlijn aan zijn doelen beantwoordt. Mogelijk komen er pleidooien om de Europese regels af te zwakken en meer vrijheid toe te bedelen aan de lidstaten. Het bovenstaande suggereert dat zo’n afzwakking voor de onder druk staande biodiversiteit in Europa geen aanrader is. Die over de Nederlandse velden (en trottoirs) sjokkende wolf is hiervoor een krachtig symbool.