Administratie en geld

Collegegeld

Op deze pagina vind je een korte uitleg over de drie verschillende soorten tarieven. Op de hieronder beschreven hoofdregels zijn veel uitzonderingen van toepassing.

Wettelijk tarief: nog geen diploma hoger onderwijs

Jaarlijks stelt de minister van Onderwijs het collegegeld vast voor voltijd- en deeltijdstudies in het Nederlands hoger onderwijs. Dit tarief dient te worden betaald door studenten voor een bacheloropleiding, wanneer ze nog geen bachelordiploma hebben behaald; en voor een masteropleiding wanneer ze nog niet eerder masterdiploma hebben behaald. Dit is het wettelijk tarief.

Dit wettelijk tarief is overal hetzelfde (€ 1984,- in 2016-2017) en hoeft maar één keer betaald te worden, ongeacht hoeveel verschillende studies of vakken je volgt op verschillende instellingen, zolang je voor die opleiding wettelijk tarief betaalt.

Meer weten

Instellingstarief: in bezit diploma of geen EER-nationaliteit

Onderstaande tarieven gelden voor 2016-17

Instellingstarief: in het bezit van een diploma of geen EER-nationaliteit (bachelor € 8.300,- / master € 14.000,-)

De tarieven voor overige studenten (studenten zonder EER-nationaliteit of daaraan gelijkgesteld, en/of die al een diploma hebben), voor deeltijdse en andere vormen van hoger onderwijs mag de onderwijsinstelling zelf bepalen. Dit heet het instellingstarief. Dit tarief is meestal een flink stuk hoger dan het wettelijk tarief.

Wanneer je instellingstarief betaalt, moet je dat voor iedere inschrijving afzonderlijk betalen.

Het kan voorkomen dat je meerdere tarieven naast elkaar betaalt, wanneer je voor meerdere opleidingen bent ingeschreven.

Voorbeeld

je bent Nederlander, woont in Nederland en hebt een bachelordiploma. Wanneer je voor een tweede bacheloropleiding en een (eerste) master opleiding inschrijft betaal je instellingstarief voor de bacheloropleiding én het wettelijk tarief voor de masteropleiding. Wanneer je nog geen masterdiploma hebt, betaal je slechts eenmaal het wettelijk tarief voor meerdere masters, ongeacht het aantal.

Meer weten

Pre-master tarief: schakeljaar

Onderstaande tarieven gelden voor 2016-17

Pre-master studenten volgen een schakelprogramma en betalen daarvoor geen collegegeld, maar per collegejaar een vergoeding per vak van het door de examencommissie vastgestelde schakelprogramma. Het totaalbedrag is dus afhankelijk van de omvang van het schakelprogramma. Wanneer het schakelprogramma niet binnen één jaar wordt afgerond, betaalt de student in het volgende collegejaar een vergoeding voor de resterende vakken van het door de examencommissie vastgestelde programma. De vergoeding is een proportioneel deel van het wettelijk tarief (€ 198,- voor 6 ec) voor een programma tot en met 30 ec.

Daarboven verschillen de tarieven per opleiding, met een maximum van € 2.976,- voor 54 ec en meer bij Tilburg School of Economics and Mangement (TiSEM), Tilburg Law School (TLS) en Tilburg School of Humanities).

Bij de Tilburg School of Social and Behavioral Sciences (TSB) is het maximum voor 54 ec en meer gelijk aan het wettelijk tarief (€ 1984,- ).

De pre-masterstudent, die in een bacheloropleiding wordt ingeschreven, mag geen andere vakken volgen dan de vakken die door de examencommissie zijn vastgesteld. Als je toch andere vakken wil volgen, moet je je daarvoor als contractcursist inschrijven en ook daarvoor betaalt je een vergoeding per vak.

Bij voortijdig uitschrijven ontvangt een pre-masterstudent geen restitutie van (een deel van) de vergoeding.

Meer weten

Waarom verschillende tarieven en waarop zijn ze gebaseerd?

In de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek is vastgelegd dat een student voor het initieel onderwijs wettelijk collegegeld of instellingscollegegeld verschuldigd is. Voor de meeste studenten geldt het wettelijk collegegeld. De hoogte daarvan wordt door de minister bepaald.

Studenten die een tweede bachelor-of masteropleiding gaan volgen nadat ze eerder een bachelor-of masterdiploma hebben behaald, alsmede studenten van buiten de Europese Economische Ruimte, betalen instellingscollegegeld. Deze tarieven worden vastgesteld door het College van Bestuur na advies van de Universiteitsraad.

In principe zijn de instellingstarieven van Tilburg University gebaseerd op de integrale kosten van het initieel onderwijs in de bachelor- en masteropleidingen. Uit marketingoverwegingen kan daarvan voor sommige opleidingen worden afgeweken. Daarnaast kunnen faculteiten aan zeer veelbelovende studenten een korting (waiver) aanbieden. Het instellingstarief mag niet lager zijn dan het volledige wettelijke tarief. De inkomenspositie van studenten speelt geen rol bij de hoogte van de tarieven. Hiervoor bestaan beursverstrekkende organisaties waar studenten terecht kunnen.

Studenten die in het bezit zijn van een HBO-bachelor diploma en die voor de doorstroming naar een verwante masteropleiding een deficiëntieprogramma moeten volgen, betalen een vergoeding. De hoogte daarvan is afhankelijk van de studielast in EC. Voor het gedeelte tot 30 EC geldt dat een overeenkomstig deel van het wettelijke collegegeld verschuldigd is; voor het gedeelte van 30 EC tot en met 60 EC is een vermenigvuldigingsfactor tot maximaal 2 toegestaan.

Studenten ontvangen na het behalen van hun masterdiploma aan Tilburg University kennisbonnen voor in totaal 12 EC. Hiermee kunnen tot vijf jaar na afstuderen gratis aanschuifcursussen worden gevolgd die deel uitmaken van het reguliere studieprogramma.