News and events Tilburg University

Wim Dubbink: Neem dubbele houding aan tegenover verleden

Gepubliceerd: 23 juni 2020 Laatst bijgewerkt: 29 juni 2020

Omdat ik trots ben op dit land van beeldenstormers heb ik de plicht om de geschiedenis in ere te houden, maar moet ik tegelijkertijd erkennen dat niet alles goed ging. De huidige beeldenstorm stuit op verzet. Sommige standpunten van tegenstanders snijden hout. Er zijn ook kwalijke overwegingen. Een ervan luidt dat we op de een of andere manier onze (groot)ouders en verdere verwanten onteren, veroordelen of anderszins onrecht aandoen door afstand te nemen van hun verleden. Maar een tussenweg met een tweeledig standpunt is mogelijk, stelt Wim Dubbink, hoogleraar ethiek van bedrijf en organisatie, in een opiniestuk in het Reformatorisch Dagblad.

Deze overweging klinkt door in een bijdrage van Ronald Buijt in Elsevier Weekblad (9-6). Volgens hem hadden de meeste Nederlanders part noch deel aan de slavenhandel. Ze konden daar (dus) ook geen verantwoordelijkheid voor nemen. Deze mensen hadden zelf de grootste moeite om het hoofd boven water te houden en moesten daarvoor 'keihard' werken. Deze mensen waren niet verantwoordelijk voor racisme. Wij heden ten dage dus ook niet. Buijt is trots op zijn verleden en kennelijk is het volgens hem zo dat we het verleden onteren door er (deels) afstand van te doen.

Ik ben ook trots op mijn (groot)ouders, maar sta hier toch radicaal anders in. Ik zou willen zeggen: juist omdat ik trots ben op dit land van beeldenstormers heb ik de plicht om met een dubbele houding naar het verleden te kijken. Ik moet het in ere houden maar tegelijkertijd erkennen dat niet alles goed ging. Het is mijn verleden maar er was veel (structureel) onrecht. Daarom moet ik er ook afstand van nemen.

Buijt illustreert zijn argument door middel van een verhaal over zijn (groot)ouders, die arm waren. Ik illustreer mijn argument daarom ook met een verhaal over mijn groot(ouders).

Naamloze slachtoffers

Mijn grootouders van zowel vaders als moeders kant waren arme kleine boeren. Ze waren van die typische Twentse boerenknechten met een beetje eigen grond. Bij mijn moeder was de armoe zo groot, dat ze als 14-jarig meisje naar de fabriek moest. Ze is (mede door de oorlog) om precies te zijn vijf jaar naar school gegaan. Haar broers konden wel de middelbare school doorlopen. Dat was normaal in die tijd. Mijn moeder stopte met werken toen ze trouwde. Ook dat was normaal. Mijn moeder was een leergierige en ambitieuze vrouw. Haar lot frustreerde haar, hoewel ze er nooit over klaagde.

Mijn moeder was blij dat haar dochters niet haar lot hoefden te delen. Ze was blij met de nieuwe tijd. Ze was niet boos op haar echtgenoot of haar ouders. Ze riep niemand ter verantwoording. Toch vond ze het onverdraaglijk als mensen lyrisch deden over dat ”prachtige Twente van vroeger”. Zo prachtig was dat verleden niet. Het was goed dat het voorbij was.

 

Plaats naast de textielbaron een standbeeld voor de naamloze wevers, spinners en fabrieksmeisjes 

 

Op grond van mijn familiegeschiedenis zeg ik daarom:

1. Het verleden is niet heilig. We doen er goed aan een dubbele houding tegenover dat verleden in te nemen.

2. We veroordelen onze voorvaderen niet per se door te zeggen dat bepaalde dingen echt niet goed gingen. Het is eerder zo dat we onrecht doen aan naamloze slachtoffers door het verleden te bewieroken of als maatstaf te nemen. Wat dat aangaat, zou het goed zijn als naast (of in plaats van) het standbeeld van textielbaron Thomas Ainsworth in Nijverdal een standbeeld zou worden geplaatst voor de naamloze wevers, spinners en fabrieksmeisjes die hier werden uitgebuit.

3. Wanneer we zeggen dat in het verleden "mensen onrecht is aangedaan", zeggen we niet per se dat er specifieke mensen zijn die we nu alsnog ter verantwoording willen roepen. Dat is nu precies wat 'structureel onrecht' inhoudt. In de tijd van mijn grootouders heersten er opvattingen die ertoe hebben bijgedragen dat mijn moeder weinig kansen kreeg en het leven leidde dat ze leefde. Maar het is niet juist alle mensen van destijds daarvoor ter verantwoording te roepen. Mijn moeder had die opvattingen ook!

4. Het is niet raar te denken dat structureel onrecht op een bepaalde manier zijn weg vindt naar het heden: dat het daar blijft doorwerken, ook al zijn mensen zich dat niet altijd bewust. Toen mijn zus in 1975 klaar was met de havo, vond mijn vader het niet nodig dat zij ook nog naar het vwo zou gaan. Mijn vader was geen vrouwenhater en geen reactionaire man, maar kennelijk zijn bepaalde culturele patronen hardnekkig. Uiteraard verloor mijn vader deze strijd; mijn zus is na haar vwo gaan studeren aan de universiteit in Groningen.

Het hogere

Buijts artikel heeft de kop: ”Ik buig voor niemand.” Hij zal zijn familie tot de laatste snik verdedigen, lijkt hij te suggereren. Zoiets klinkt natuurlijk stoer en appelleert aan diepe waarden. Al 2500 jaar maakt ”niet buigen voor mensen” deel uit van het westerse denken. Ik lijk daarnaast een familieverrader die over een 'dubbele houding' praat. Uiteindelijk buig ik voor lawaai, macht, onredelijkheid, zo lijkt het.

Buijt verkoopt echter een halve waarheid. Men kan alleen weigeren te buigen voor anderen als men aangeeft dat alle mensen onder iets anders staan. Dat maakt mensen gelijk en geeft aan hen een recht om nooit voor andere mensen te buigen. De hele waarheid die Buijt zou moeten vertellen, is dus dat alle mensen moeten 'buigen' voor het hogere: voor de wet, voor gerechtigheid, voor God. Juist dan hoeven ze niet te buigen voor andere mensen.

Er bestaan echter altijd weer spanningen vanwege de gebrekkige manier waarop wij imperfecte mensen die hogere zaken invullen. Laten we dus maar een dubbele houding aannemen tegenover het verleden. Precies dan doen we recht aan de kern ervan.

(Dit artikel verscheen  eerder in het Reformatorisch Dagblad, van 17 juni 2020)