Nieuws en agenda

Meer dialoog en vertrouwen cruciaal in jeugdhulp

PERSBERICHT 13 juni 2016 - Sinds 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Behalve de stelselwijziging hebben zij te kampen met bezuinigingsdoelstellingen en een groeiende vraag naar jeugdhulp. De kwaliteit van de jeugdzorg kan in deze omstandigheden alleen verbeteren als gemeenten, hulpverleners en cliënten een duurzame dialoog aangaan op basis van onderling vertrouwen.

Dat concludeert Bert Bröcking op grond van het promotieonderzoek dat hij op 20 juni verdedigt aan Tilburg University.

In 2015 heeft de nieuwe Jeugdwet het stelsel van de jeugdhulp ingrijpend veranderd. Gemeenten hebben de verantwoording gekregen voor alle hulp aan kinderen en gezinnen met opvoed- en opgroeiproblemen. Het doel van de Jeugdwet is een systeem van toegankelijke, betaalbare jeugdhulp van goede kwaliteit door middel van onder andere preventie, inzetten op eigen kracht en meer ruimte voor de hulpverleners.

Gemeenten kunnen de Jeugdwet niet tot een succes maken zonder in gesprek te gaan met de zorgverleners en cliënten, stelt Bert Bröcking. Hij verdiepte zich in vele wetenschappelijke onderzoeken, rapporten, adviezen en publicaties over ervaringen in de jeugdzorg. Daarbij richtte hij zich zowel op het perspectief van de gemeenten als op dat van de hulpverleners en de cliënten (inclusief hun ouders of opvoeders).

Goede relaties tussen cliënten, hulpverleners en overheid zijn cruciaal in de verbetering van de jeugdhulp, constateert Bröcking. Gemeenten hebben te weinig zicht op de oorzaken van de groeiende vraag naar jeugdhulp, en evenmin greep op de plaats waar de kosten gemaakt worden: de behandelrelatie. Hulpverleners werken op hun beurt niet altijd efficiënt vanuit de vraag van de cliënt, omdat er bijvoorbeeld onvoldoende budget is vrijgemaakt door de gemeenten. Cliënten en hun ouders of opvoeders kunnen weer moeilijk zelfstandig keuzen maken in hun zorgverlening en hebben daarbij de professionele hulpverleners nodig.

Een goede relatie van gemeenten met hulpverleners en van hulpverleners met cliënten is dan ook onontbeerlijk, aldus de promovendus. Dat veronderstelt dat de partijen in de jeugdzorg elkaar vertrouwen en verbinding zoeken, bijvoorbeeld als het gaat om het inkoop- en verantwoordingsbeleid.

Overigens zijn de gemeenten ondanks hun verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Jeugdwet ook afhankelijk van het Rijk, dat de beschikbare budgetten bepaalt. Het Rijk zou zich dan ook bewust moeten zijn van zijn voorbeeldrol in het scheppen van vertrouwen, zegt Bröcking.

Noot voor de pers

Bert Bröcking promoveert op maandag 20 juni om 14.00 uur in de aula van Tilburg University. Titel proefschrift: Sturen zonder schuren: De rollen van cliënt, hulpverlener en overheid in de jeugdhulp. Promotores: prof. mr. P. Vlaardingerbroek, prof. dr. J. Put. Bert Bröcking is beschikbaar via tel. 024-6416338 / email b.c.brocking@xmsnet.nl. Recensie-exemplaren van het proefschrift kunnen worden aangevraagd via persvoorlichters@tilburguniversity.edu.