Gaan robots zorg en onderwijs redden?

Gaan robots zorg en onderwijs redden?

Impact 5 min. Joost Bijlsma

Docenten en verpleegkundigen protesteren massaal tegen de almaar stijgende werkdruk. De coronacrisis deed daar nog een schepje bovenop. Mogelijk kan technologie werkdruk verlagen door taken over te nemen. Gaan we leerkrachten en verpleegkundigen vervangen door robots?

Robots die onderwijzen, opvoeden of verzorgen. In science fiction is dat al de normaalste zaak van de wereld. In de Netflix-film I am mother, bijvoorbeeld, voedt een robot een baby op tot tienermeisje. Zo wordt de ontvolkte aarde weer van mensen voorzien. Deze robotmoeder is een efficiënte en invoelende opvoeder en onderwijzer. En haar dochter is al even empathisch. Alles lijkt geweldig te gaan, totdat ineens een tweede mens in beeld komt. Dit brengt de dochter hevig in verwarring. Blijft ze trouw aan haar robotmoeder of kiest ze voor haar soortgenoot? Hoe het afloopt, verklappen we niet. Maar je vraagt je daarna wel af of robots überhaupt geschikt zijn als fulltime vervangers van opvoeders, onderwijzers of zorgverleners.

Kan een robot voor de klas?

Het is onwaarschijnlijk dat robots opvoeding, onderwijs of zorg binnenkort volledig overnemen. Toch ziet universitair hoofddocent Paul Vogt van Tilburg University zeker kansen. “Ik denk dat we robots kunnen inzetten als slimme digitale hulpmiddelen die docenten ondersteunen. Bijvoorbeeld om kinderen of jongvolwassenen een tweede taal, wiskunde of rekenen te leren. Zulke robots kunnen helpen de werkdruk deels weg te nemen.” Ze kunnen kinderen bijvoorbeeld bijscholen, waardoor de individuele verschillen kleiner worden. Dan hoeven docenten daar zelf minder tijd aan te besteden.

Vogt weet waar hij het over heeft. Hij heeft zelf geëxperimenteerd met onderwijsrobots in het kader van het Europese L2tor-project (spreek uit als el tutor). Deze ondersteunden kinderen tussen vier en zes jaar bij het leren van een tweede taal. Zo toonde Vogt aan dat het mogelijk is om iets te leren van een robot. De wetenschapper zet zich nu verder in voor het ontwikkelen van robuuste leerprogramma’s met robots.

Lastig punt bij de robots is volgens Vogt dat ze niet zo goed zijn in het herkennen van emoties en complexe situaties. “Robots hebben geen gevoel. Maar dat nadeel heeft ook een voordeel. Want een docent kan met het verkeerde been uit bed stappen en chagrijnig zijn door stress of een vervelende klas. Terwijl een robot engelengeduld heeft. Hij herhaalt taken zo nodig eindeloos.”

De trukendoos van een robot is nog niet zo groot

Paul Vogt

Paul Vogt

Om aantrekkelijk genoeg te worden, moet de technologie – in het bijzonder de kunstmatige intelligentie – volgens Vogt nog verder worden ontwikkeld. De band die kinderen met een sociale robot opbouwen, is beperkt. “Kinderen vinden ze als speelmaatje in de klas wel leuk. Maar de trukendoos van een sociale robot is nog niet zo groot, waardoor hij in herhaling valt. Daardoor is de aantrekkingskracht vaak van korte duur.”

Administratielast verlichten

Het duurt nog wel even voordat sociale robots in het onderwijs werkdruk gaan wegnemen. Daaruit moeten we echter niet de conclusie trekken dat technologie hier niet kan helpen. Zo kunnen videocolleges de werklast van docenten verlichten. En kan Robotic Process Automation-software het onderwijs ondersteunen in het verlichten van de administratielast. Zo’n toepassing is meer dan welkom. Want de toegenomen administratieve lastendruk wordt gezien als een belangrijke veroorzaker van de hoge werkdruk in het onderwijs.

Zorg kan niet zonder robots

Met hetzelfde probleem kampt de zorg. Ook daar zijn artsen en verpleegkundigen door de toegenomen administratielast steeds verder onder druk komen te staan. En ook daar is sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Volgens promovendus Robbert Coenmans van Tilburg University wordt in de zorgsector als geen ander de urgentie gevoeld om meer taken over te dragen aan technologie. “De discussie wordt in de zorg niet zozeer gevoed door de angst dat robots het werk gaan overnemen. Hier hebben we technologie juist heel hard nodig om de werkdruk te verlichten. En om het werk aantrekkelijker te maken, zodat meer mensen de zorg willen werken en blijven werken”, zei hij tijdens het congres Man-Machine & Values, georganiseerd door vanuit het universitaire Impactprogramma.

Coenmans verdiept zich in de vraag hoe je technologie zo kunt invoeren dat die werkelijk bijdraagt en ook wordt geaccepteerd. Dat dit laatste niet vanzelf spreekt, heeft hij zelf gemerkt. Tijdens een door hem gecoördineerde Robot Challenge voor studenten in het Brabantse hoger onderwijs kreeg hij een kijkje in de keuken bij zorgorganisaties. “Heel veel zorgrobots lagen in kasten te verstoffen.” De acceptatie van technologie is erg afhankelijk van of mensen de meerwaarde ervan inzien. Maar ook van de bereidheid om te wennen aan een andere manier van werken.  

 

Robbert Coenmans

Hoe kun je technologie zo invoeren dat die werkelijk bijdraagt en ook wordt geaccepteerd?

Robbert Coenmans

Heupairbags en slim incontinentiemateriaal

Als één zorgorganisatie slaagt in het succesvol toepassen van technologie dan is dat TanteLouise in Bergen op Zoom. Zij zijn een koploper in innovatie in de zorg. Stuwende kracht is Jan-Kees van Wijnen die ook sprak tijdens Man-Machine & Values. De directeur Zorg van TanteLouise heeft een duidelijke drijfveer. “We zien een enorme stijging van de vraag naar zorg door de vergrijzing. Terwijl het aanbod van werkenden daar niet mee in de pas loopt. Als we alles op dezelfde manier blijven doen, komen we handen tekort. Om ons huidige peil van zorg overeind te houden, moeten we het anders gaan doen. Het is mijn diepe overtuiging dat technologie ons gaat helpen de zorgkwaliteit te handhaven.”

Van Wijnen is zeker geen man van technologie om de technologie. Bij elke innovatie vraagt hij zich af of die bijdraagt aan zorgkwaliteit en het verlichten van het werk. Een derde criterium is of de technologie zichzelf terugverdient. Daarop sneuvelde onder meer een robotrollator. Maar er blijft gelukkig genoeg over dat wel lukt. Zo werken ze bij TanteLouise met draagbare gps-trackers waardoor dementerenden zich binnen bepaalde leefcirkels vrij kunnen bewegen. Daarnaast hebben ze heupairbags die een val kunnen opvangen en passen ze slim incontinentiemateriaal toe.

Een robotrollator sneuvelde op het criterium dat de technologie zichzelf terug moet verdienen

De resultaten van de diverse innovaties spreken tot de verbeelding. De gps-trackers voor dementerenden hebben de mobiliteit van de ouderen flink vergroot, evenals het gevoel van vrijheid. “Dankzij die technologie hebben we het gebruik van medicatie flink weten terug te brengen. En werken onze verpleegkundigen hier nu met meer plezier.” Een vergelijkbaar positief effect is te zien bij de heupairbag. “We hebben het aantal valincidenten bijna gehalveerd van 55 naar 29 per jaar. Dit voorkomt veel leed bij bewoners en zorgt ervoor dat medewerkers tijd overhouden die ze nuttiger kunnen besteden.” Last but not least is het slimme incontinentiemateriaal een uitkomst. Dit zorgt er volgens Van Wijnen voor dat bewoners tijdig worden verschoond en alleen als dat echt moet. Daardoor kunnen ze in de nachtdienst van hun grotere verpleeghuizen met een medewerker minder toe.

 

Robot als toezichthouder

De genoemde innovaties zullen zeker niet de laatste zijn die hun nut bewijzen bij TanteLouise. Op het ogenblik experimenteert de organisatie met een zorgrobot, vertelt Van Wijnen. “Wij hebben veel kleinschalige woonvormen, waarbij acht mensen een woonkamer delen. Daar kan onrust ontstaan. Bijvoorbeeld als een collega even afwezig is om een oudere naar de slaapkamer of het toilet te brengen. Vrijwilligers die een oogje in het zeil houden zijn schaars, zeker ‘s avonds. Daarom dachten wij aan een robot als toezichthouder. Misschien kan die de ouderen in zulke situaties vermaken, afleiden of een signaal aan het personeel geven als het niet goed gaat.” TanteLouise test nu SARA, een naam die staat voor: Social & Autonomous Robotic (health) Assistant. Deze gaat verpleegkundigen zeker niet vervangen. “Het doel is dat onze medewerkers hier dankzij SARA met meer plezier werken.” Van Wijnen weet nog niet of de opzet slaagt. “Ik heb goede hoop op een goede test. En ik sluit zeker niet uit dat SARA hier het werk gaat verlichten.”

Van Wijnen vindt het belangrijk om objectief, bijvoorbeeld via wetenschappelijk onderzoek, vast te stellen of technologie voldoende bijdraagt. Ook deelt hij zijn kennis over hoe je technologie in de zorg effectief kunt invoeren. Daarbij werkt hij samen met Robbert Coenmans van Tilburg University.