Reünie van studenten. De geestelijke is de moderator.

"Wat denkt u ervan, lentebloempje?"

Via Nostalgia 6 min. Sara Terburg

De Limburgse Corrie Hennekam (1929, meisjesnaam Turlings) kwam in Tilburg studeren toen ze 18 jaar was. Het was 1947, Nederland verkeerde zo net na afloop van de Tweede Wereldoorlog in een fase van wederopbouw. Haar algemene ontwikkeling bijvoorbeeld op het gebied van politiek had in de oorlog volledig stilgelegen.

Corrie: “Half oktober 1944 moesten alle inwoners van het dorp evacueren omdat het Ardennenoffensief dwars door ons dorp werd verwacht en de huizen door de Duitsers werden opgeëist. We vertrokken met een handkar, met dekens en wat kleding. Na ongeveer 15 kilometer lopen, kwamen we bij een klooster. Daar hebben we met honderden mensen in de kelders gezeten. Er was niets, weinig voedsel, geen toiletpapier. Met mijn drie zusjes sliep ik in een appelkelder op de kale kisten. Het was er erg smerig en onhygiënisch. Het klooster werd voortdurend beschoten. ’s Ochtends moesten we naar buiten om bij boerderijen in de omgeving eten en melk te halen. Gezonden kregen aardappelschillenstamp te eten, de zwakkeren kregen aardappelstamp. Het was echt een dramatische situatie.”  Deze situatie eindigde met de komst van de Engelsen eind januari 1945.

Straatarm naar Tilburg

Na de oorlog bezaten haar ouders vrijwel niets meer, maar ze zetten alles op alles om hun drie dochters te kunnen laten studeren. “Ik kwam dus straatarm naar Tilburg. Bij aankomst op het Tilburgse treinstation wist ik niet eens hoe ik een bus naar mijn kamer kon nemen. Ook had ik geen idee hoe een bibliotheek werkte. Gelukkig ben ik een doorzetter. Ik werkte regelmatig bij tante Steijn in de mensa, want dan mocht je gratis eten en hield ik geld over voor leuke dingen. Ik heb tafels vol boontjes schoongemaakt.”

Ik heb een gezellige tijd gehad, bijvoorbeeld als bestuurslid van meisjesvereniging Atoom. Ik had geen cent te makken maar deed overal aan mee.

 

Foto: Corrie Turlings met haar vriend en later echtgenoot Jacques Aarts  

Corrie Hennekam met haar vriend

Ik viel altijd op

Toen Corrie Hennekam-Turlings haar studie startte, was ze een van de weinige vrouwelijke studenten. “In totaal telde de hogeschool rond de 500 studenten.” Van de vier meisjes met wie ze in 1947 startte, kwamen er drie nooit op college. “Ik herinner me dat eentje de kost moest verdienen als kindermeisje en dus geen tijd had om colleges te volgen. Ik zat altijd alleen en viel daardoor nog meer op. Ik had continu het gevoel dat ik op mijn tellen moest passen. Dat vond ik lastig.” De omgang met mannelijke medestudenten was gelukkig wel prettig. “We gingen vriendschappelijk met elkaar om en ik heb mijn eerste man ontmoet tijdens mijn studie.” 

Ik moest continu op mijn tellen passen. Dat vond ik lastig.

Verberne riep me tot de orde

De hoogleraren maakten het haar niet makkelijk. Ze kan er smakelijk over vertellen. “Ik herinner me dat Professor Verberne die Recht gaf me een keer tot de orde riep. In die tijd was het zo dat we moesten gaan staan als de hoogleraar binnenkwam en mochten gaan zitten als het college begon. Dit alles in volstrekte stilte. Dit college was zo saai dat ik iets tegen mijn buurman zei en Verberne vroeg: wat denkt u ervan, lentebloempje? Nou, lentebloempje dacht helemaal niets, want ze zat niet op te letten en kreeg een kleur als vuur.” Professor Weve vond dat ze niet met de jongens kon studeren. Dat hoorde niet vond hij. “Dus repeteerde hij mij. Hij stelde vragen, ik beantwoordde ze en maakte me zo de stof eigen. En Professor Cobbenhagen had het niet erg op meisjes die Economie studeerden. Een studievriend en mijn latere man hielpen me een tentamen voor te bereiden. Ik zie ze nog rondlopen, handen op hun rug en vragen op me afvurend. Ze benadrukten dat ik het heel goed moest doet, omdat Cobbenhagen me strenger aan zou pakken dan mannelijke studenten. Gelukkig ging het tentamen hartstikke goed.” Na vier jaar was ze de negatieve aandacht meer dan zat en verliet ze de hogeschool na het behalen van haar kandidaats. “Ik had echt geen zin om verder te studeren.”

Prof. Dalmulder van Statistiek trapt een voetbalwedstrijd af.

 

Foto: Professor Dalmulder van Statistiek trapt een voetbalwedstrijd af

 

Professor Weve

Met Professor Weve had ze een speciale band. “Hij ontfermde zich al vanaf het begin van mijn studietijd over mij. Ik vond hem echt een schatje. Hij woonde in een huisje bij het Cenakel in Tilburg. De nonnen zorgden voor hem. Als ik bij hem kwam studeren, stond er al een klein tafeltje naast de stoel waar ik in moest gaan zitten, met een theepotje erop met een klein theemutsje.”

Er was geen interactie. De hoogleraar hield een betoog, wij maakten aantekeningen en moesten het verder zelf uitzoeken.

De colleges

Colleges zagen er in die tijd heel anders uit dan nu. “Er was geen interactie. De hoogleraar hield een betoog, wij maakten aantekeningen en moesten het verder zelf uitzoeken.” Multiple choice-tentamens bestonden nog niet. Studenten legden tentamens mondeling af. “Een oproep voor een tentamen ontvingen we per briefkaart. Kijk, ik heb er eentje bewaard. Er staat op: 'Gaarne zal ik u ontvangen voor het tentamen op zaterdag de zoveelste om 5.30 uur'. Grappig he?”

Uitnodiging tentamen

En hoogleraren namen tentamens thuis of op hun werk af. “Zo heb ik een keer tentamen Recht gedaan in de Tweede Kamer in Den Haag. Dit was bij Professor De Blok die toen op het Ministerie van Financiën werkte. Ik zie me nog in mijn mantelpak de trein nemen, ik herinner me de zachte pluchen bank nog waarop ik zat en de heerlijke koffie die ik kreeg van een lakei.”

Aan tafel: een studentenfeest

De studie was niet specialistisch

Zowel de opleiding Economie als Sociologie waren breed en gericht op algemene ontwikkeling. “Ik heb niet in detail geleerd om met Economie om te gaan. Wel heb ik inzicht en beoordelingsvermogen verworven waar ik in de praktijk veel aan gehad heb, in mijn werk, maar ook als bestuurslid bij bijvoorbeeld een woningbouwvereniging en bij het leiden van een meisjesschool. Ook heb ik mijn eerste en tweede echtgenoot die beiden ondernemer in de schoenenbranche waren, ondersteund.” Al met al kijkt ze met een positief gevoel terug op haar studententijd in Tilburg. “Ik heb een gezellige tijd gehad in de stad, bijvoorbeeld als bestuurslid van meisjesvereniging Atoom. Ondanks dat ik geen cent te makken had, deed ik overal aan mee.”

Corrie Hennekam overleed in juni 2018. Haar herinneringen aan haar tijd op de universiteit waren tot het laatst toe nog zeer levendig.

Foto's: familie Hennekam-Turlings