Campus tour

Compacte en groene campus

Maak kennis met onze compacte en groene campus, waar alles op loopafstand is: state-of-the-art voorzieningen, verschillende restaurants, en een uitstekend sportcentrum.

Maak een virtuele 360º Campus Tour

Mobiel bellen: probeer het later nog eens…

Als je in Nederland mobiel wilt bellen, moet je eerst via een basisstation verbonden zijn met het vaste netwerk. Dit kan alleen als je je binnen 100 m tot 12 km van het basisstation bevindt. Deze kritieke afstand is afhankelijk van het soort basisstation. Als er voldoende basisstations zijn, heeft elk basisstation een eigen werkgebied. Deze werkgebieden, die we cellen noemen, kunnen samen een groot gebied vormen.

Basisstations zijn compacte masten, die bellers een kanaal toewijzen en een beller aan het vaste net koppelen. Een kanaal bestaat uit twee frequenties, één voor het signaal van het basisstation naar de mobiele beller, en één voor andersom. Voor communicatie tussen bellers en stations is een beperkt aantal frequenties beschikbaar, Vodafone heeft er bijvoorbeeld 42. Met slimme technieken kan één frequentiepaar tegelijkertijd acht bellers bedienen.

Twee stations die dicht bij elkaar liggen, mogen niet dezelfde frequenties gebruiken, omdat bellers zich dicht bij elkaar kunnen bevinden en er dan interferentie op kan treden. De minimale afstand tussen twee basisstations die dezelfde frequentie kunnen gebruiken hangt af van de instelling van deze stations. Indien de basisstations zijn afgesteld op een kritieke afstand d, dan mogen de basisstations op een afstand minder dan 4,5d niet dezelfde frequentie gebruiken.

Aan de slag

Je start met het ontwerpen van een kaart van Nederland waarop je de basisstations zodanig plaatst dat er een landelijke dekking ontstaat. Lukt het met minder masten dan je had verwacht? Hoe dan?

Gebruik hiervoor de volgende hulpvragen:

  1. Hoeveel frequentieparen zijn er gemiddeld per cel? Liefst zo veel mogelijk.
  2. Hoeveel basisstations zijn er ongeveer nodig voor de landelijke dekking als we gemiddeld één kanaal per vierkante kilometer willen aanbieden?
  3. Op welke kritieke afstand ga je de basisstations plaatsen en wat wordt hun onderlinge afstand?
  4. Welke praktische oplossingen kun je nu verzinnen voor de situatie in de Nieuwjaarsnacht of voor het geval zich een grote calamiteit voordoet?
  5. Stel dat je door behulp van de nieuwe technologie 16 i.p.v. 8 kanalen per frequentiepaar kunt realiseren. Wat verandert er dan?