Ton van Boxtel

50 jaar psychologie: “Terugkeren naar Tilburg was een heel goede beslissing”

Terugkeer 4 min. Femke Trommels

Een halve eeuw geleden werd Tilburg verrijkt met het vakgebied psychologie. Een onontgonnen gebied dat alle mogelijkheid bood tot pionieren. Veel van de mensen die in het begin betrokken waren, zijn nooit meer weggegaan. Ton van Boxtel, is een van hen. Hij was 50 jaar lang actief als universitair docent en onderzoeker bij Tilburg University: “Ik ben geboren en getogen in Tilburg en was eigenlijk van plan nooit meer terug te keren. Maar dat liep dus anders”, lacht Ton. “Het jubileum bracht veel herinneringen naar boven. Er is ontzettend veel gebeurd sinds de begintijd. Maar eigenlijk is er ook weer niets wezenlijks veranderd.”

Ton van Boxtel
Ton van Boxtel - Nu

Op de foto staat Ton van Boxtel met hetzelfde hersenmodel dat hij in 1985 ook al vast had.

Hersenmodel

“Het stamt uit ongeveer 1890. Ik ben een fervent bewonderaar van antiquarisch werk. Dit model vond ik bij het vuilnis van Utrecht University! Of het anatomisch klopt? Zeker wel, in de 19e eeuw wisten ze al net zoveel, of meer, van de anatomie van menselijke hersenen als vandaag de dag. Al die jaren zijn wij als mens zeker niet veranderd. En eigenlijk is het reilen en zeilen bij Tilburg University ook nog als vanouds.”  

Toen…

Ton studeerde wat toen nog ‘Functieleer’ heette in Utrecht, toen hij werd gevraagd om te komen werken in Tilburg. Ondanks zijn voornemen niet terug te keren naar zijn geboortestad, greep hij toch de kans: “Het was de juiste beslissing. Het was 1971 en er was hier nog niets. We hadden alle vrijheid om zelf te bepalen welke vakken we zouden geven. En hoe we dat zouden doen. Wat mij betreft waren dat gouden tijden.” 

De kleinschaligheid en intimiteit van de beginperiode maakte dat psychologie in Tilburg tot bloei kon komen. Ton schetst een sfeer van pionieren, uitvinden, saamhorigheid en intimiteit. “Er waren weinig studenten in het begin, waardoor iedereen elkaar goed kende. Bovendien gaf de studie in Tilburg jonge werkenden met een gezin de kans om alsnog te gaan studeren. Het verschil in leeftijd en levenservaring tussen studenten en docenten was daardoor niet zo groot in die tijd. Dat versterkte de band. We deden het echt samen.”  

En nu…

Het wordt door veel oudgedienden beaamd: die spannende beginperiode met veel vrijheid en ongebreidelde creativiteit in een gemoedelijke en prettige sfeer. Maar geleidelijk aan groeide de faculteit. Er kwamen bezuinigingen en financiële crises die overwonnen moesten worden. En er kwamen veel meer studenten. De contacten werden minder intensief en persoonlijk. De groei bracht meer regels en procedures ‘van bovenaf’. “Bureaucratie waar wij van de oude garde een broertje dood aan hadden”, vertelt Ton. “Mijn strategie om daarmee om te gaan was ‘mee-stribbelen’. Ik zei nooit nee, maar ik deed wel mijn huiswerk. Ik spande me in om de consequenties van regels te doorgronden. Dus als ik kritisch was op beleid, werd er naar me geluisterd. Zo heb ik toch altijd mijn eigen gang kunnen gaan.” 

Neuspiercings 

Die inspanning blijkt kenmerkend voor Ton. Ook in zijn docentschap en omgang met studenten zette hij vaak een extra stap. “Daardoor heb ik eigenlijk nooit klachten gehad. Ik heb altijd met ontzettend veel plezier mijn werk gedaan.” Tot negen jaar na zijn pensionering doceerde Ton de bachelorcursus Inleiding Klinische Neuropsychologie. “Pas met ingang van dit collegejaar (2021-2022) ben ik gestopt. Het is een fantastisch vak, dat een extra impuls kreeg sinds we het ook in het Engels aanbieden. De internationale studenten zijn een belevenis apart. En niet alleen vanwege hun tatoeages en neuspiercings. Ze zijn enorm bevlogen, betrokken en geïnteresseerd en brengen veel persoonlijke levenservaring mee. Niet voor niets willen sommige talentvolle Nederlandse studenten het vak in het Engels volgen. Het geeft extra werkdruk om een cursus tweetalig aan te bieden, maar het invoeren van tweetalige cursussen is echt een goede beslissing van onze universiteit geweest.” 

Waardering

Wat Ton nog kwijt wil is een kritische noot over waardering van docenten en in het bijzonder cursusevaluaties. “Daar zitten te veel biases in. Het moment van afnemen is er een van. Maar ook: geeft een docent een populair vak? En heb je een persoonlijke klik met de docent? Dit speelt allemaal mee, waardoor je op basis van zo’n evaluatie niet objectief kunt beoordelen of iemand een goede docent is.”  

Studentevaluatie 1978

“Lang geleden werden de eerste evaluaties geïnitieerd en uitgevoerd door de studenten zelf. Dat leverde een lijstje op van goed en minder goed gewaardeerde docenten. Daaruit werd duidelijk dat je geen goede docent hoeft te zijn om carrière te maken binnen de universiteit. Het gaat wat dit laatste betreft primair om geld. Grote subsidies en wetenschappelijke verdiensten geven nog altijd de meeste kans op een vaste aanstelling. Hierdoor zijn we een aantal grote onderwijstalenten kwijtgeraakt. Gelukkig zijn die vrijwel allemaal goed terecht gekomen, maar wat hebben wij daarmee verloren? Het programma Erkennen en Waarderen is een interessante ontwikkeling. Het zou mooi zijn als dat echt van de grond komt. Zodat ook heel goede docenten de kans krijgen zich te profileren en op te klimmen. Maar eerlijk gezegd: ik moet dat nog zien.”

Over Ton van Boxtel 

Ton van Boxtel (1947) was tot het collegejaar 2021-2022 Universitair Hoofddocent Cognitieve Neuropsychologie bij Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in elementaire functies zoals waarneming, cognitieve processen, en de betekenis van gezichtsuitdrukkingen. Momenteel werkt hij samen met onderzoekers aan Utrecht University aan onderzoek bij kinderen met ernstige antisociale gedragsproblematiek. In dit onderzoek is onder meer aangetoond dat psychopathie een stoornis is van de hersenen, waardoor mensen niet in staat zijn om andermans emotionele gezichtsuitdrukkingen te interpreteren en zich daardoor ook niet kunnen inleven in anderen. “Empathie is een belangrijk onderdeel van samenleven in een groep. En agressie helaas ook. Het hoort bij ons, net als dat het bij onze voorvaderen en verre neven en nichten (de mensapen) hoort. Het is belangrijk om dat te begrijpen en ervan te leren wat dat betekent voor ons als individuen en voor onze samenleving.”