Students Tilburg University

SPSS: Correlaties

De correlatie zegt iets over de lineaire relatie tussen twee variabelen. Er wordt gekeken naar de manier waarop de scores op de ene variabele samenhangen met de scores op de andere variabele.Indien hoge scores op de ene variabele samengaan met hoge scores op de andere variabele, dan is er sprake van een positieve correlatie tussen de twee variabelen. Als hoge scores op de ene variabele samengaan met lage scores op de andere variabele, dan is er sprake van een negatieve correlatie tussen de twee variabelen.

Correlatiecoëfficiënt

De maat waarin de sterkte en de richting van de correlatie wordt uitgedrukt, is de correlatiecoëfficiënt. Deze kan waarden aannemen van -1 tot +1. Het teken geeft de richting van de correlatie aan. De absolute waarde van de correlatiecoëfficiënt geeft de sterkte van de correlatie aan. De waarde voor een perfecte positieve correlatie is +1 en de waarde voor een perfecte negatieve correlatie is -1. Als er geen relatie bestaat tussen de twee variabelen is de correlatiecoëfficiënt 0. Afhankelijk van het meetniveau van je variabelen kun je kiezen uit verschillende correlatiecoëfficienten.

Als je variabelen minimaal van intervalniveau zijn, kun je de product-moment correlatie (Pearson's r) laten berekenen. Het is het gemiddelde kruisproduct van de standaardscores van de twee variabelen: sum(Zx * Zy)/ n - 1. Deze maat zegt iets over de lineaire relatie tussen de variabelen en houdt geen rekening met kromlijnige verbanden. Als er bijvoorbeeld een kwadratisch verband tussen twee variabelen bestaat zal de Pearson correlatie dit verband onderschatten.
Je mag de Pearson correlatie berekenen onder de volgende condities:

  • de variabelen moeten "paired observations" zijn, dus twee of meer observaties voor dezelfde onderzoekseenheden/cases (= onderling afhankelijke metingen).
  • de variabelen moeten van interval of rationiveau zijn (=scale).
Verder is het belangrijk dat er spreiding zit in de scores van de variabelen. Als er namelijk geen spreiding is, dan is de standaarddeviatie nul en kun je geen standaardscores berekenen, dus ook geen Pearson correlatie.

Richtlijnen voor het interpreteren van de grootte van de correlatiecoëfficiënt (kijk naar de absolute waarde, dus niet naar het plus- of min-teken van de coëfficiënt):

  • 0.00 < r < 0.30: nauwelijks of geen correlatie
  • 0.30 < r < 0.50: lage correlatie
  • 0.50< r < 0.70: middelmatige correlatie
  • 0.70 < r < 0.90: hoge correlatie
  • 0.90 < r < 1.00: zeer hoge correlatie
Als de variabelen minimaal van ordinaal niveau zijn, kun je de Spearman's rho correlatiecoëfficiënt laten berekenen. Dit is een rangcorrelatiecoëfficient. Van de scores op de twee variabelen wordt de rang bepaald. Per onderzoekseenheid wordt het verschil tussen de rangen op de twee variabelen berekend. Op basis hiervan wordt Spearman's rho berekend.

Als er een correlatie is tussen twee variabelen hoeft het niet zo te zijn dat de een de ander veroorzaakt. Een derde variabele of een combinatie van andere variabelen kan er ook voor zorgen dat de twee variabelen gecorreleerd zijn. Om te kijken of dat zo is, kun je partiële correlaties door SPSS laten uitrekenen. Hierbij wordt de correlatie tussen twee variabelen uitgerekend, terwijl gecorrigeerd wordt voor de invloed van een derde variabele. Je kunt de partiële correlatie laten uitrekenen via <Analyze>, <Correlate>, <Partial>. Meer informatie hierover kun je vinden in de Vocht, paragraaf 14.2.

Standaard wordt in SPSS getoetst of de correlatiecoëfficiënt significant is. Meer informatie over deze toets vind je hier.

NB: voor variabelen van nominaal meetniveau dienen andere samenhangsmaten te worden berekend.

Meer informatie over correlaties kun je vinden in hoofdstuk 5 uit het boek van Hinkle en paragraaf 14.1 en 14.2 uit het boek van de Vocht.