Zero Hunger Lab

‘Zonder eten kun je niet denken’

Wetenschap Werkt 2 min. New Scientist

Hoogleraar klinische neuropsychologie Margriet Sitskoorn hoopt samen met het Zero Hunger Lab een stabiele en stressvrije omgeving te creëren voor kinderen.

Margriet Sitskoorn

Wat is de invloed van stress op de ontwikkeling van kinderen?

‘Langdurige stress – bijvoorbeeld door honger en armoede – kan ervoor zorgen dat jonge hersenen zich niet goed ontwikkelen. Die invloed zien wetenschappers vooral in hersengebieden die met stress te maken hebben en in de prefrontale cortex, een gebied aan de voorkant van de hersenen. Wanneer de prefrontale cortex zich slecht ontwikkelt, kan die bijvoorbeeld het stress-systeem niet goed reguleren. Daarnaast raken mensen gevoeliger voor kortetermijnprikkels, waardoor ze eerder kiezen voor gedrag dat op korte termijn iets oplevert. De prefrontale cortex is namelijk ook belangrijk voor plannen en het bereiken van doelen op de lange termijn.’

 

Op de foto: Hoogleraar klinische neuropsychologie Margriet Sitskoorn

Hoe is te voorkomen dat kinderhersenen zich slecht ontwikkelen?

‘Het is allereerst belangrijk dat mensen wereldwijd geen honger meer hebben. Dat is het doel van het Zero Hunger Lab. Zonder eten kun je niet denken, want bij honger is daar minder energie voor. Daarnaast zijn er een hoop andere dingen die kunnen helpen. Een goede omgeving met structuur en liefde is ongelooflijk belangrijk voor de ontwikkeling van de hersenen. En ook taal helpt kinderen om verder te komen.’

Op welke manier kan taal helpen?

‘Taal is belangrijk voor allerlei cognitieve vaardigheden en voor het uitdrukken van gevoelens. Als kinderen veel in aanraking komen met taal – bijvoorbeeld via hun ouders die praten, zingen en spelletjes met hen doen – helpt dat bij hun ontwikkeling. Hierdoor kunnen ze bijvoorbeeld dingen beter begrijpen. Via het project Taalschatten, waar kinderartsen, logopedisten, de kinderopvang en het onderwijs bij betrokken zijn, proberen we te stimuleren dat ouders veel interactie hebben met hun kinderen. We adviseren ouders bijvoorbeeld om steeds te praten over wat ze doen en te benoemen wat hun kinderen zien. Zo willen we ervoor zorgen dat kinderen binnen vijf jaar met voldoende taalvaardigheden op school terechtkomen en een goede ontwikkeling doormaken. Dat is niet alleen belangrijk voor nu, maar ook voor de toekomst.’

Tekst: Marleen Hoebe

Foto: Bram Belloni