Departement Filosofie

De bedreiging van het menselijk monopolie

Tussen mens en dier wordt traditioneel meestal een scherpe grens getrokken. De mens is nu eenmaal meer dan een dier, vinden velen. Een mens heeft taal, moraal, zelfbewustzijn, een vrije wil en een dier heeft dat niet. Maar de evolutie van aapachtige voorouder naar de huidige mensvorm vertoont geleidelijkheid en tussenvormen. Nogal wat filosofen bestrijden daarom de mogelijkheid om zo'n absolute scheidslijn te trekken tussen mens en dier.

In het navolgende worden deze twee mensopvattingen, dier of meer-dan-dier, belicht. Ook wetenschappers die de afstamming van de mens onderzoeken worden met dit dilemma geconfronteerd.

De mens is géén dier

Is de mens méér dan een dier?

De mens is een dier

Lijnen van geleidelijkheid

De uniciteit ondergraven

Wat kan een mens wat een dier niet kan?

Homo loquens

Taal als de ontbrekende tussenschakel

Besluit

Beide onderzoekslijnen doorbreken de starre tegenstelling dier-mens, waarbij dieren vrij mechanisch zouden communiceren door middel van aangeboren en aangeleerde signalen, maar mensen via welbewuste, creatieve, regelgeleide hantering van arbitraire symbolen. Beide onderzoekslijnen relativeren of, op z'n minst, nuanceren het idee van de mens als homo loquens. Dat is van groot belang voor filosofen die zich met het wezen van de mens en de verhouding mens-dier bezighouden, maar ook voor archeologen en paleoantropologen die zich geconfronteerd zien met wezens die niet (meer) dier/aap en (nog) niet mens zijn: 'aapmensen'.