Departement Filosofie

Wat is taalfilosofie?

Een van de boeiendste filosofische vragen betreft de plaats van betekenis in een wereld die op zichzelf volkomen betekenisloos is. Gesproken en geschreven woorden, zinnen en teksten hebben een bijzondere eigenschap: ze belichamen betekenis. Net zoals alle andere dingen en gebeurtenissen kan je schrifttekens, akoestische signalen en de opvattingen en verlangens die hen produceren beschrijven als fysische gebeurtenissen. Maar in tegenstelling tot alle andere gebeurtenissen, zijn ze ook karakteriseerbaar als semantische, dat wil zeggen betekenende, dingen. Waar komt die semantische dimensie vandaan?

Betekenisprobleem

Alle belangrijke filosofen - van Plato en Aristoteles via Hume en Descartes tot Derrida en Searle - hebben zich met dit betekenisprobleem beziggehouden. Die eigenschap komt nergens anders voor in de natuur en kan dus ook, vinden veel filosofen, niet bestudeerd worden zoals men natuurlijke fenomenen bestudeert. Je kunt wel zeggen dat rook 'een teken is van' vuur is, maar niet dat rook vuur betekent. Enkel het woord 'vuur' betekent vuur. Pas als we taal introduceren, voelen we ons gelegitimeerd om te spreken over betekenis. Waar komt betekenis vandaan en waar moeten we haar lokaliseren? Dat zijn bij uitstek filosofische vragen.

Linguïsten en taalfilosofen

Natuurlijk zijn er ook wetenschappelijke disciplines die zich met het onderzoek van taal en talen bezig houden. De complexiteit van de taal - met de verschillende niveau's waarop ze kan worden beschreven: fonetisch, fonologisch, morfologisch, syntactisch en semantisch - culmineert in het feit dat woorden en zinnen betekenis hebben. Linguïsten zoeken een empirisch (dat is: ervaringswetenschappelijk) correcte beschrijving en een adequate verklaring van linguïstische fenomenen: Wat is de kleinste betekenisonderscheidende eenheid in een taal? Hoe zijn actieve en passieve zinnen met elkaar verbonden? Wat zijn de sociale en culturele determinanten van taalgebruik?

Filosofen daarentegen vragen naar de oorsprong van het semantische, naar wat we precies onder 'betekenis' moeten verstaan en wat de relatie is tussen het semantische en zijn noodzakelijke materiële belichaming. Dit impliceert dat taalfilosofie, net als andere filosofische disciplines, conceptueel onderzoek is, waarbij linguïsten en taalfilosofen regelmatig tot vruchtbare interactie komen.

Taal spiegel van het denken

Taal en denken zijn verstrengeld. Er wordt wel eens gezegd dat taal de spiegel is van het denken - wat op zichzelf al een filosofische stellingname is. Bovendien hebben zowel zinnen als mentale toestanden (zoals overtuigingen of verlangens) inhoud of betekenis. Denk er maar eens over na dat zowel de zinnen die je gebruikt als de overtuigingen die je hebt als je zinnen gebruikt, waar of onwaar kunnen zijn en dat overtuigingen, net als zinnen, logisch en semantisch (dat is: qua betekenis) verbonden zijn met elkaar. Onderzoek naar wat uitingen betekenis verleent kan dus ook licht werpen op de vraag hoe overtuigingen en verlangens - mentale entiteiten - aan hun inhoud komen.

Dit betekent niet dat de relatie tussen taal en denken onproblematisch is. Wie een cartesiaanse opvatting van het mentale (zie onder Descartes) huldigt, zal stellen dat we een geprivilegieerde toegang hebben tot de innerlijke ruimte van de geest en dat betekenissen en inhoud hier gesitueerd moeten worden. Talig gedrag is daar dan slechts een onvolmaakte uitdrukking van. Bovendien zal de cartesiaan weinig aandacht hebben voor het 'belichaamd' karakter van betekenis, dus voor het gegeven dat betekenis altijd een materiëel substraat heeft dat, indien het gewijzigd wordt, ook de betekenis wijzigt of zelfs verloren doet gaan. Dit cartesiaanse paradigma staat in de hedendaagse filosofie ter discussie.

De verstrengeling van taal en denken heeft niet alleen tot talloze filosofische discussies geleid, maar zorgde ook voor een toenemende belangstelling van taalfilosofen voor de philosophy of mind. Daarom zijn kwesties waarvan men oorspronkelijk dacht dat ze van puur taalfilosofisch belang waren recentelijk ook vanuit dat perspectief behandeld.