Understanding Society

Tilburg University is er van overtuigd dat zij kan bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken door het ontwikkelen en overdragen van kennis en het samenbrengen van mensen uit verschillende vakgebieden en organisaties.

Gedrag en integriteit

Code of conduct voorkant

Om de waarden en normen binnen onze universiteit expliciet te maken is er een Code of Conduct opgesteld. Deze code beschrijft de waarden die richting geven aan het werken en studeren bij Tilburg University. Het is een kader voor reflectie op de uitgangspunten van de universiteit en bepaalt het handelen van medewerkers en studenten. De Code of Conduct biedt ruimte om elkaar daarop aan te spreken. Specifieke gedragsvoorschriften zijn vastgelegd in afzonderlijke regelingen die hieronder vermeld staan. Deze regelingen voorzien in klachtenprocedures en sanctiemogelijkheden.

VSNU

Voor het onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering zijn diverse gedragscodes opgesteld door de VSNU (vereniging van universiteiten). Ook Tilburg University committeert zich aan de naleving van deze codes. Op de website van de VSNU staat een overzicht van de universitaire gedragscodes.

Social Media Richtlijnen

De snelle groei van het aantal social media, gecombineerd met het gebruiksgemak en het potentiële bereik van berichten, maken social media aantrekkelijke communicatiekanalen. Tilburg University stimuleert het gebruik van deze kanalen. Echter, deze middelen kunnen ook gevolgen hebben die minder wenselijk zijn. De medewerker draagt te allen tijde de verantwoordelijkheid voor de door hem in de social media gedane uitlatingen.

Om eventuele negatieve gevolgen te voorkomen heeft Tilburg University voor haar medewerkers social media richtlijnen vastgesteld.

Goed bestuur

Bij Tilburg University zijn bestuur en toezicht gescheiden.

Het Stichtingsbestuur heeft een onafhankelijke positie en bewaakt de doelstellingen van de universiteit. Zij functioneert als Raad van Toezicht. De nevenwerkzaamheden van de leden van het College van Bestuur zijn goedgekeurd door de Remuneratiecommissie van het Stichtingsbestuur. Deze nevenwerkzaamheden vallen onder de Regeling Nevenwerkzaamheden Tilburg University.

Universiteiten nemen een aantal regels in acht die mogelijke marktverstoring voorkomen wanneer ze marktactiviteiten ondernemen. Deze regels zijn vastgelegd in de Code goed bestuur Universiteiten (versie 2013). Bij Tilburg University is deze Code onverkort van kracht. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de Code is toegelicht in de rapportages van het Stichtingsbestuur en College van Bestuur in het jaarverslag.

Bestuurs- en beheersreglement

‘Het Bestuurs- en beheersreglement regelt het bestuur, het beheer en de inrichting van de universiteit. Het bevat de toedeling van bestuurs- en beheersbevoegdheden naar organen binnen de universiteit en geeft de structuur van de inrichting van de universiteit weer.’

Wetenschappelijke integriteit

Tilburg University zet zich in voor de bescherming en waarborging van de wetenschappelijke integriteit en stelt zich ten doel:

  • Wangedrag en overtredingen te voorkomen;
  • Te zorgen voor een transparant proces voor de beoordeling van gevallen waarin de wetenschappelijke integriteit in het gedrang kan zijn gekomen;
  • Het vergroten van het bewustzijn en het creëren van een cultuur van openheid en transparantie.

Wetenschappelijke integriteit is een essentieel en integraal onderdeel van een goede onderzoekspraktijk en is een sleutelelement in de opleiding van toekomstige generaties onderzoekers. In haar Strategisch Plan 2018-2021 benadrukt Tilburg University het belang van wetenschappelijke integriteit. Eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid vormen de leidende principes voor goed onderzoek.

Tilburg University onderschrijft de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018) en verwacht van haar wetenschappelijk medewerkers dat zij de Code zullen naleven en al het mogelijke zullen doen om de naleving van de Code in hun academische omgeving te bevorderen. Hiertoe ondertekenen zij een verklaring. Deze code geldt voor alle onderzoeksprojecten en -activiteiten die na 1 oktober 2018 datum zijn gestart. Voor onderzoeksprojecten en -activiteiten die voor 1 oktober 2018 zijn gestart, geldt de Nederlandse Gedragscode Weteschapsbeoefening (herziene versie, 2014)

Door het stimuleren van debat en het aanbieden van trainingen wil Tilburg University een cultuur creëren waarin wetenschappelijk medewerkers en studenten zich bewust zijn van de noodzaak van transparantie en bereid zijn om de dilemma’s en ‘grijze gebieden’ die inherent zijn aan verantwoord onderzoek te delen en openlijk te bespreken.

Ter bescherming en waarborging van de wetenschappelijke integriteit heeft het College van Bestuur de regeling Wetenschappelijke Integriteit Tilburg University vastgesteld. Deze regeling voorziet in een klachtenprocedure. Vermeende misstanden en inbreuken op de wetenschappelijke integriteit kunnen worden gemeld aan de Commissie Wetenschappelijke Integriteit, al dan niet via het College van Bestuur, of aan een onafhankelijke vertrouwenspersoon voor wetenschappelijke integriteit.

De vertrouwenspersoon voor wetenschappelijke integriteit aan Tilburg University is professor A.J. de Zeeuw. Vragen en klachten over wetenschappelijke integriteit kunnen tot hem worden gericht. Als de vertrouwenspersoon van mening is dat een klacht in der minne kan worden opgelost, zal hij proberen te bemiddelen en advies geven over het indienen van een klacht bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit. Klachten kunnen anoniem worden afgehandeld.

Officiële klachten moeten schriftelijk worden ingediend bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit. De commissie onderzoekt de klacht en adviseert het College van Bestuur. Klachten kunnen worden ingediend bij:

  • Tilburg University
    Commissie Wetenschappelijke Integriteit
    Kamer C 125
    Postbus 90153
    5000 LE TILBURG

De commissie is ook per e-mail bereikbaar via: cwi@tilburguniversity.edu.

Een tweede opinie over een besluit op basis van het advies van de Commissie Wetenschappelijke Integriteit kan worden gevraagd aan het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI), een onafhankelijk adviesorgaan van de KNAW, VSNU en NWO. Zie ook het LOWI-reglement.

Beheer van onderzoeksdata

Leidend principe waar het gaat om het bewaren en toegankelijk maken van onderzoeksdata is controleerbaarheid en, eventueel, hergebruik/replicatie. De regeling onderzoeksdatamanagement geeft de visie weer van Tilburg University op het zorgvuldig behandelen, beheren en duurzaam beschikbaar houden van onderzoeksdata.

Nevenwerkzaamheden

De sectorale regeling nevenwerkzaamheden (juli 2017) maakt onderdeel uit van de cao Nederlandse Universiteiten en is een nadere uitwerking van artikel 1.14 cao NU. De procedure en afwijkingsmogelijkheden van de sectorale regeling door Tilburg University zijn hieronder aangegeven. In de “vragen en antwoorden Tilburg University bij de sectorale regeling nevenwerkzaamheden Nederlandse Universiteiten” is de regeling en procedure nader toegelicht.

Alle werknemers van Tilburg University en ook hoogleraren niet in loondienst (sommige bijzonder hoogleraren) die benoemd zijn door het College van Bestuur zijn op grond van de sectorale regeling nevenwerkzaamheden Nederlandse Universiteiten (SRN) verplicht hun nevenwerkzaamheden te melden en hiervoor toestemming te vragen. Ook als zij geen nevenwerkzaamheden hebben moeten zij dat melden.

Dit geldt bij Tilburg University in afwijking van artikel 7 van de SRN ook als het dienstverband of verblijf aan de universiteit korter dan 6 maanden is. Uit praktische overwegingen en transparantie vindt de universiteit het gewenst dat alle medewerkers en hoogleraren nevenwerkzaamheden bij indiensttreding c.q. benoeming melden ongeacht de lengte van het dienstverband/verblijf.

Dit geldt zowel voor nevenwerkzaamheden die de medewerker verricht voor aanvang van het dienstverband met Tilburg University, of voor aanvang van de benoeming tot hoogleraar door het College van Bestuur van Tilburg University, als voor nevenwerkzaamheden die na aanvang verricht gaan worden en eventuele wijzigingen binnen de bestaande nevenwerkzaamheden.

Registratie en aanvraag goedkeuring

Registratie van nevenwerkzaamheden, wijzigingen daarin en aanvraag goedkeuring verloopt online via My Employee Portal. Ook als werknemers geen nevenwerkzaamheden verrichten registreren zij dat online via My Employee Portal. Nieuwe werknemers moeten altijd binnen een maand na indiensttreding via “My Employee Portal” in het personeelssysteem melden of zij wel of geen nevenwerkzaamheden verrichten. Dit staat in de arbeidsovereenkomst c.q. de benoemingsbrief van een hoogleraar niet in loondienst.
Bij de melding geeft de werknemer/hoogleraar de instantie aan waarvoor hij de werkzaamheden verricht, het aantal uren dat hij aan de nevenwerkzaamheden besteedt, wat voor werkzaamheden het betreft en of de nevenwerkzaamheden bezoldigd of onbezoldigd zijn.

Nadat de werknemer een melding in My Employee Portal heeft gedaan, wordt een digitale workflow gestart waarbij de HR-adviseur de leidinggevende adviseert, en de leidinggevende vervolgens de directeur of decaan. De directeur of decaan neemt een beslissing omtrent de toestemming en eventuele voorwaarden. De werknemer krijgt hiervan vervolgens een melding. Het besluit over nevenwerkzaamheden van directeuren of decanen wordt genomen door het College van Bestuur.

De in My Employee Portal geregistreerde Engelstalige nevenwerkzaamheden van wetenschappelijk personeel waarvoor toestemming voor publicatie is gegeven, worden automatisch gepubliceerd op de Wetenschappelijke Profielpagina van de onderzoeker.

Sollicitatie- en R&O gesprekken

Omdat de Nederlandse Universiteiten de transparantie van nevenwerkzaamheden uiterst serieus nemen, is de afgelopen jaren het toezicht hierop verscherpt en is de sectorale regeling nevenwerkzaamheden Nederlandse Universiteiten opgesteld. Met enige regelmaat wordt de juistheid van de gegevens op de profielpagina en de registratie in “My Employee Portal” getoetst.

Van een leidinggevende wordt verwacht dat hij in het laatste stadium van de selectieprocedure, waarin ook wordt gekeken of partijen het arbeidsvoorwaardelijk eens kunnen worden, aftast of er nevenwerkzaamheden zijn waarover discussie zou kunnen ontstaan. Eventueel kunnen dan reeds afspraken gemaakt worden of de nevenwerkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Daarnaast is het onderwerp nevenwerkzaamheden een vast onderdeel van de R&O (resultaat & ontwikkeling) gesprekken. Tevens zal in afdelingsoverleggen hieraan regelmatig aandacht gegeven worden.

Vragen en antwoorden

Meer informatie is opgenomen in de regeling en de vragen en antwoorden Tilburg University bij de sectorale regeling nevenwerkzaamheden.




Klokkenluiden

Wanneer medewerkers of vertrouwenspersonen het vermoeden van misstanden willen melden is daarvoor een heldere procedure. De klokkenluidersregeling beschermt medewerkers tegen benadeling van hun positie ten gevolge van hun melding. Klokkenluiden is het bekend maken van vermoedens van illegale of immorele praktijken binnen de universiteit waarbij een groot maatschappelijk belang in het geding is. Deze regeling is opgesteld om bij te dragen aan een integere en transparante organisatie en goed bestuur.

Ongewenst gedrag

Wanneer medewerkers of studenten geconfronteerd worden met ongewenst gedrag, zoals pesten, seksuele intimidatie, agressie en geweld, discriminatie, kunnen zij een beroep doen op een vertrouwenspersoon. Deze vangt op, geeft advies en ondersteunt zonodig bij het indienen van een formele klacht. Meer hierover kun je lezen in de klachtenregeling ongewenst gedrag.

Vertrouwenspersonen

De vertrouwenspersonen kunnen helpen bij het oplossen van problemen en conflicten. Ook zijn ze aanspreekpunt voor medewerkers, studenten en bezoekers op de campus die te maken hebben met ongewenst gedrag zoals bijvoorbeeld seksuele intimidatie, pesten, agressie en geweld, of discriminatie. Verder zijn zij aanspreekpunt bij het vermoeden van een misstand of voor een medewerker die in conflict is gekomen waarbij de reguliere wegen niet tot een oplossing hebben geleid.

Code Dierproeven

Bij Tilburg University vinden geen dierproeven plaats.

Leidraad ontvangst relatiegeschenken

Naar aanleiding van de Gedragscode relatiegeschenken Dienst Facilitaire Bedrijven hebben directeuren van faculteiten en diensten gevraagd om een algemene code te maken voor het ontvangen van relatiegeschenken.

Hiervoor is onderstaande leidraad gemaakt. Als uitgangspunt geldt het CAO-artikel waarin staat dat:

"het de werknemer in zijn functie verboden is om vergoedingen, beloningen of geschenken aan te nemen, tenzij de werkgever hiermee instemt." (artikel 1.15 lid 1 CAO).

Deze richtlijn is een nadere concretisering van dit artikel voor Tilburg University.

Richtlijnen

  1. Relatiegeschenken, die een medewerker uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld bij de leidinggevende.

  2. De leidinggevende beslist of de medewerker het geschenk mag aanvaarden en behouden of dat het geschenk wordt afgestaan ten behoeve van de afdeling.

  3. Voor acceptatie van een uitnodiging voor een evenement, dient de medewerker vooraf toestemming te krijgen van de leidinggevende. De waarde van het aangebodene dient in verhouding te staan tot de waarde van de bestaande relatie met de betreffende externe partij.

  4. Het is niet toegestaan het relatiegeschenk, of de uitnodiging voor een evenement te aanvaarden van derden met wie er overleg- of onderhandelingssituaties gaande zijn.

  5. Relatiegeschenken in de vorm van geld mogen niet geaccepteerd worden.

Toelichting

In artikel 1.15 van de CAO Nederlandse Universiteiten is het volgende vastgesteld: ''Het is de werknemer in zijn functie verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen of te verzoeken. Het is de werknemer in zijn functie verboden vergoedingen, beloningen of geschenken aan te nemen, tenzij de werkgever hiermee instemt.'' Uitvoering van dit artikel hangt samen met de verantwoordelijkheid, zorgvuldigheid en integriteit van leidinggevenden en medewerkers. Als aanvulling op dit CAO-artikel zijn middels deze richtlijn voor ontvangst relatiegeschenken een aantal vuistregels vastgesteld. Daarbij is het uitgangspunt dat zorgvuldigheid betracht moet worden bij het aanvaarden van relatiegeschenken. Zo moet worden voorkomen dat er een (schijn van) belangenverstrengeling ontstaat.

Een medewerker dient elk ontvangen relatiegeschenk van enige waarde te melden aan zijn leidinggevende. In de regel zal de leidinggevende ermee instemmen dat de medewerker het geschenk aanvaardt of behoudt. De leidinggevende kan er ook voor kiezen dat het geschenk wordt afgestaan ten behoeve van de afdeling. Dit kan bijvoorbeeld als de betreffende medewerker regelmatig relatiegeschenken ontvangt, als de waarde van het geschenk hoog is, of omdat de relatie met de externe partij als het resultaat van teamwork kan worden gezien. De leidinggevende vindt dan een passende bestemming voor het geschenk binnen de eenheid.

Verder is, om (de schijn van) belangenverstrengeling tegen te gaan, bepaald dat een relatiegeschenk niet mag worden geaccepteerd van een derde waarmee de UvT nog in onderhandeling is.

Diensten of afdelingen die, door de aard van hun werk, relatief veel relatiegeschenken ontvangen, worden aangeraden om een registratie bij te houden van de relatiegeschenken. Door het melden en registreren van geschenken krijgt de eenheid zicht op het aantal keren dat een derde iets schenkt en of een medewerker incidenteel of vaker een geschenk ontvangt van steeds dezelfde of verschillende relaties. Inzicht hierin geeft de leidinggevende de mogelijkheid om, indien nodig, bij te sturen. Zo heeft de Dienst Facilitaire bedrijven een eigen verdergaande regeling.